Schaaktalent geeft school voorrang

De vijftienjarige Daniel Stellwagen liet deze week in de B-groep van het Corus schaaktoernooi zijn eerste grootmeesterresultaat aantekenen. Het profschaken lokt en lonkt.

Hein Donner beweerde dat hij tot op de dag nauwkeurig kon zeggen wanneer hij had leren schaken. Hij wist het zo precies omdat op die dag, 22 augustus 1941, zijn vader werd weggevoerd naar Duitsland. Het samenvallen van die twee belangrijke gebeurtenissen leek te schreeuwen om psychologische duiding en daarom werd vaak gedacht dat Donner de geschiedenis een beetje naar zijn hand had gezet. Van welke schaker is tenslotte bekend op welke dag hij zijn eerste zetten deed? Daniel Stellwagen leerde schaken op 28 februari 1994, één dag voor zijn zevende verjaardag. Omdat dit verder een volstrekt willekeurige dag uit zijn leven was is er geen reden om te twijfelen aan de herinnering van zijn moeder Petra. ,,Daniel had zin in een spel en vroeg of ik met hem wilde dammen. Omdat ik zelf schaken leuker vond zei ik dat we ook schaakstukken hadden.''

Het bleek een voltreffer. Zijn moeder wist precies één partijtje van hem te winnen, daarna was er geen houden meer aan. Misschien moet de reden waarom die dag haar is bijgebleven gezocht worden in het ongewone talent dat haar zoontje al snel etaleerde. In alles werd hij, de jongste in een vaderloos gezin van vier kinderen, door zijn moeder gestimuleerd, omdat zij vond dat je een kind nooit mag beknotten in zijn belangstelling. Die hechte band is er nog steeds en als het even kan gaat ze met hem mee naar toernooien. Zoals nu ook in Wijk aan Zee, waar ze voor hem ook de functie van een mental coach vervult.

Als hij op de laatste rustdag van het Corustoernooi terugdenkt aan die begintijd, vindt Daniel Stellwagen zelf ook dat schaken hem aanvankelijk zeker fascineerde, maar dat er zoveel was waar hij zich toe aangetrokken voelde. Maar met de eerste successen en de lof van mensen die het weten konden, kwam al snel het besef dat schaken een steeds prominentere rol in zijn leven zou spelen. Bovendien hoefden zijn prestaties op school er niet onder te lijden. Eerst sloeg hij twee klassen over om vervolgens met het oog op zijn leeftijd in de laatste groep van de basisschool te blijven zitten. Maar de lessen hoefde hij niet meer te volgen, hij mocht schaken. ,,In het begin vonden de anderen dat wel raar, maar ik ging meestal apart zitten en op de duur waren ze er wel aan gewend.''

De eerste nationale jeugdtitels werden gevolgd door een tweede plaats op zowel het Europese als het jeugdwereldkampioenschap tot twaalf jaar, en in 1998 won hij als elfjarige voor het eerst van een grootmeester, de Fin Yrjo Rantanen, wiens naam hij nu nog steeds met een brede grijns nadrukkelijk articulerend uitspreekt. Dat gebeurde in Hoogeveen en in dat toernooi hield hij ook nog een paar meesters op remise. Stellwagens huzarenstukjes kregen alle aandacht en schiepen grote verwachtingen. Overal kon hij lezen dat hij spoedig de jongste Nederlandse meester zou zijn. Nu vindt hij dat het wellicht beter was geweest als hij zijn eerste grootmeesterscalp een tijdje later veroverd had, want opeens voelde hij een onaangename druk. ,,Ik wist toen echt niet hoe ik daar mee om moest gaan en kreeg een beetje faalangst.'' Hij zou inderdaad nog steeds de jongste Nederlandse meester worden, maar niemand kon op dat moment voorzien dat dat vorige maand pas zou gebeuren in het Harmonietoernooi in Groningen. Net zo min als iemand in 2001 verwachtte dat we zo lang zouden moeten wachten, toen Stellwagen binnen acht maanden achter elkaar zijn eerste drie meesternormen verzamelde.

Maar twijfels over zijn bijzondere talent waren er nooit, zeker niet bij degenen die hem van dichtbij meemaakten. Cor van Wijgerden trainde vier jaar de Lost Boys, een groepje jonge Nederlandse beloftes dat door het gelijknamige softwarebedrijf werd gesponsord. Hij gaf altijd hoog op over de kwaliteiten van Stellwagen en doet dat nog steeds. ,,Eindelijk hebben we weer een talent dat te vergelijken is met Piket en Van Wely. Het was een genot om hem te trainen. Hij was enorm ijverig, was al vroeg allround en werkte hard.'' Die inzet wordt ook geprezen door Jan Timman. ,,Hij is heel consciëntieus en is niet gauw tevreden met een stellingsoordeel. Hij blijft steeds verder zoeken.''

Dat Stellwagen grootmeester zal worden staat buiten kijf en dat hij al ruim voor het einde van het toernooi in Wijk aan Zee de eerste stap in die richting zette verbaasde Timman ook niet. Toch was het een opmerkelijke prestatie, waar Stellwagen zelf in elk geval niet van uit was gegaan. ,,Ik had geen duidelijke voorgevoelens toen ik hier naartoe kwam, maar wist wel dat ik van alle deelnemers de laagste rating had.'' Bescheiden keek hij dan ook toe hoe de pers zich bij de opening van het toernooi op de wonderkinderen Karjakin en Koneru stortte, twee beloftes die van toernooi naar toernooi reizen, maar die voorlopig op de ranglijst nog achter hem staan.

Zelf weet hij dat hij meteen na Wijk aan Zee flink aan het werk zal moeten om achterstallig huiswerk te maken. Hij zit in de vijfde klas van het gymnasium en dat is druk. Wanneer hij zijn volgende toernooi zal spelen weet hij niet. Tijd genoeg kortom om na te denken of hij een schaker is die nog naar school gaat of een scholier die sterk schaakt. ,,Op zich zou ik wel graag professional willen worden, maar vergeleken met bijvoorbeeld de voormalige Oostbloklanden zijn er in Nederland niet veel trainingsfaciliteiten. Daarom weet ik niet of het verstandig is. Het plan is nu om eerst mijn school af te maken en dan te bekijken wat het beste is.''

Cor van Wijgerden vraagt zich ook af of er als beroepsschaker nog een goede boterham te verdienen is, maar heeft geen twijfels over zijn oud-pupil. ,,Ik denk dat hij gewoon zal gaan studeren en dat het hem ook wel lukt om daarnaast te blijven schaken.''

    • Dirk Jan ten Geuzendam