PvdA in veel grote steden weer grootste

De PvdA is in vrijwel alle grote steden de grootste partij geworden, meestal met scores van boven de dertig procent. Landelijk kwam de PvdA met 42 zetels uit op 27,3 procent van de stemmen.

Daarmee zijn in de grote steden de verhoudingen van voor de verkiezingsnederlaag van vorig jaar hersteld. In totaal haalde de PvdA in de 25 grootste gemeenten 33,5 procent van haar winst.

De PvdA werd de grootste partij in 23 van de 25 grootste gemeenten. Alleen in Haarlemmermeer (VVD) en Ede (CDA) gebeurde dit niet.

De hoogste score behaalde de PvdA in Emmen: 44,5 procent. In Amsterdam kreeg de PvdA 38,2 procent van de stemmen. Omgerekend naar landelijke maatstaven zou de partij van de Amsterdammers 57 Kamerzetels krijgen. De schade die de traditioneel in Amsterdam geliefde PvdA vorig jaar opliep (23,5 procent) is daarmee hersteld.

Ook in andere steden waar de LPF vorig jaar grote winsten boekte is de PvdA geheel terug. Zo heeft de partij in Rotterdam 36,2 procent van de stemmen gehaald. In 2002 was dat nog 20,4 procent. In Den Haag ging het om 30,3 procent (2002: 16,6) en in Utrecht om 31,3 procent (2002: 18,3). In Rotterdam en Den Haag zakte de LPF naar de vierde plek. In Amsterdam en Utrecht eindigde de LPF op de zevende plaats.

Hoewel de LPF ook in de grote steden zwaar verloor, gunnen de kiezers daar de partij nog altijd meer zetels dan zij nu landelijk krijgt. Zo zou de LPF twaalf zetels in de Tweede Kamer krijgen (8,5 procent) als het aan de bevolking van Almere ligt. Vorig jaar koos 23 procent van de bevolking van Almere voor de LPF (34 Kamerzetels). Van de kiezers in Zaanstad, traditioneel een sociaal-democratische stad, zou de LPF omgerekend tien Kamerzetels krijgen (2002: 29 zetels) en de PvdA 51.

GroenLinks verloor in veel grote steden licht, ook in vergelijking met de uitslag van 1998. In Amsterdam eindigde GroenLinks op de derde plek. In Utrecht kwam de partij uit op de vijfde plaats, in Den Haag op de zesde, in Rotterdam de zevende. De SP bleef in de vier grote steden vrijwel stabiel.

In de meeste grote steden waren de verhoudingen: PvdA als eerste, CDA als tweede en VVD op drie. In Groningen, Almere, Leiden en Zoetermeer kwam de VVD op de tweede plaats.

In Nijmegen werd de SP de derde partij. In Haarlem werden CDA en VVD even groot en eindigden samen op de tweede plaats, na de PvdA.