Frankreich en Allemagne

Frankrijk en Duitsland herdachten gisteren in Versailles het begin van hun vriendschap. Ze deden dat in een verklaring over nauwere samenwerking.

Frankrijk en Duitsland hebben zichzelf gisteren een klein Europa cadeau gedaan, dat alleen bestaat uit beide landen. Ze deden dat ter gelegenheid van de herdenking van de Frans-Duitse vriendschap, die officieel veertig jaar geleden begon met de ondertekening van het zogeheten Verdrag van het Elysée.

Aan de vooravond van de grootste uitbreiding die de echte Europese Unie ooit heeft beleefd, hebben Frankrijk en Duitsland na een gezamenlijke vergadering van de ministerraden van beide landen voorstellen gedaan voor nauwere samenwerking op allerlei gebied.

Gemeenschappelijke ambassades, een pendeldienst voor bewindslieden, harmonisering van het burgerlijk recht, het mogelijk maken van een dubbele nationaliteit en de contourschets van een gemeenschappelijke buitenlandse en defensie-politiek lijken eerder bij te dragen aan de schepping van een Frans-Duits land dan aan de vorming van een groot Europa. Nog voor de voorstellen bekend werden hekelde oud-bondskanselier Helmut Schmidt in dagblad Le Monde het onderonsje: ,,Wat we nodig hebben is een nieuw verdrag voor de uitgebreide Europese Unie en niet een nieuw Frans-Duits verdrag.''

Het is de kernachtige samenvatting van een probleem dat op de feestelijke herdenkingsdag zorgvuldig veronachtzaamd werd. Na een onderhoud tussen president Jacques Chirac en bondskanselier Gerhard Schröder kwamen de in totaal 830 leden van de Bundestag en de Assemblée bijeen in een gezamenlijke vergadering. De bijeenkomst, die resulteerde in een gezamenlijke verklaring, vond plaats in het paleis van Versailles. Niet in de historisch beladen Spiegelzaal waar Duitsland na afloop van de Eerste Wereldoorlog de duimschroeven kreeg aangedraaid, maar in het grote uit pluchen coulissen opgetrokken amfitheater waar de Assemblée en de Senaat soms bijeenkomen.

Toespraken van de beide kamervoorzitters gingen vooraf aan die van Schröder en Chirac een historisch moment alleen al omdat de republikeinse traditie het Franse staatshoofd met het oog op de scheiding der machten verbedt het domein van de volksvertegenwoordiging te betreden.

Veel kwam overeen in de toespraken van de bondskanselier en de president: de herdenking van een pijnlijke geschiedenis, de lof voor de moed van de grondleggers van de verzoening, het enthousiasme voor de nog intensievere voorgenomen samenwerking. Schröder stond lang stil bij het lied Göttingen van de Franse zangeres Barbara, uit de jaren zestig, waarin zij smeekt om nooit meer een oorlog te beginnen want ze kent daar `mensen van wie ik houd.' Net als de na de toespraken door een kinderkoor gezongen volksliederen droeg Schröders verzekering dat de hele stad destijds dat liedje zong bij aan de `grote emotie' die veel aanwezigen later zeiden te hebben gevoeld.

In het licht van de kritiek van velen dat het Frankrijk en Duitsland aan een visie op Europa ontbreekt, eindigde president Chirac zijn toespraak omineus. Niet alleen had het Elysée-verdrag volgens hem zijn kracht gedurende veertig jaar bewezen, ,,het inspireert onze visie op heel Europa''. Welke die visie dan is, bracht Chirac noch Schröder expliciet onder woorden. Maar omdat beiden de motorfunctie van de Frans-Duitse samenwerking des te meer benadrukten, kan men concluderen, dat zij niet zozeer in woorden als wel in daden geloven.

Net als veel Franse kranten in hun hoofdartikelen stellen, vinden wellicht ook Chirac en Schröder dat de tijd `van symbolen (-) en lyrische ontboezemingen' voorbij is. Het gezamenlijke gebed waaraan Adenauer en De Gaulle zich in de kathedraal van Reims overgaven, Mitterrand en Kohl die hand in hand in Verdun de slachtoffers van de Frans-Duitse oorlogen herdenken: vandaag lenen `noch de tijd noch de mannen' zich voor zulke met geschiedenis beladen gebaren, zo schrijft Le Monde.

Het zou betekenen dat Schröder en Chirac geen tijd willen verliezen met gepraat, maar voorbeelden stellen die naar believen voor algemeen Europees gebruik beschikbaar staan. Het is in de lijn van eerdere voornemens over `versterkte samenwerking' en de vorming van `voorhoedegroepen'. Wie wil, haakt aan. Het is tegen de achtergrond van de conventie-in-wording over de toekomst van Europa wellicht vooralsnog het hoogst haalbare. De Frans-Duitse motor draait even niet op visies maar op pragmatisch handelen.

    • Pieter Kottman