Festivalgangers stemmen liever op een film

In Rotterdam is gisteravond het 32ste International Film Festival begonnen. De openingsfilm, `Far from Heaven', werd toegelicht door cameraman Ed Lachman. Net als bij voorbeeld Sirk waardeerde het publiek de film eerder dan de critici.

Veel belangstellling voor de verkiezingsuitslag viel gisteravond niet te bespeuren bij de bezoekers van de opening van het 32ste International Film Festival Rotterdam. De televisieschermen in de Doelen, waar het openingsfeest werd gehouden, stonden het grootste deel van de avond zonder geluid aan, overstemd door de deejay. Nu was het misschien ook wel een bewuste keuze van de genodigden die waren komen opdagen om de voorkeur te geven aan een cultureel evenement boven weer dezelfde lijsttrekkers. In de openingsspeech van de beide festivaldirecteuren Simon Field en Sandra den Hamer benadrukte de laatste dat er de afgelopen weken in de verkiezingscampagnes wel erg weinig over cultuur gesproken was, en al helemaal niet over film.

De uitnodiging voor de openingsavond had bestaan uit een nepstembiljet, waarop de festivalsecties als lijsten figureerden en de in die secties vertoonde festivalfilms als kandidaten. De indruk werd gewekt dat de genodigden door een hokje aan te kruisen democratisch konden kiezen welke titel als openingsfilm zou fungeren. Zoals te verwachten viel, waren de favorieten nogal wijd verspreid over de honderden genoemde titels. Den Hamer: ,,Daar konden we geen chocola van maken'', dus had de festivalleiding maar een handje geholpen met het doorhakken van de knoop, en gewoon een van hun eigen favorieten aangewezen, zoals het de selecteurs van een cultureel evenement ook betaamt.

De openingsfilm Far from Heaven van de afwezige Amerikaanse regisseur Todd Haynes – in eigen land op Oscar-campagne – is wel een echte publieksfavoriet. Na de première in Venetië vorig jaar reageerden de meeste filmcritici wat zuinig op de steriele, cerebrale pastiche van Haynes op een melodrama uit de jaren vijftig van `master of the weepies' Douglas Sirk.

Een groot deel van het Amerikaanse publiek, dat helemaal geen weet heeft van het bestaan van Sirk, reageerde echter enthousiast op de film, waarin een door haar heimelijk homoseksuele echtgenoot (Dennis Quaid) bedrogen huisvrouw uit de betere standen (Julianne Moore) door heel het stadje (in Connecticut, 1958) beschimpt wordt wegens haar vriendschap met de zwarte tuinman (Dennis Haysbert). Het is een verzorgde, bij vlagen ontroerende film, die echter vooral aan kwaliteit wint, wanneer je wel de vergelijking kunt maken met Sirks All That Heaven Allows (1955). Daarin is de tuinman blank en heet Rock Hudson, en is het homoseksuele subthema zeer impliciet, door de in beperkte kring bekende reputatie van Hudson en de `verboden liefde' als metafoor. De exacte betekenis van dit thema van liefde tegen de sociale klippen op voor onze tijd, maakt Haynes niet helemaal duidelijk, maar ik zou de film graag in competitie hebben willen zien meedingen naar de nieuwe Amnesty International-mensenrechtenprijs.

Wel aanwezig was gisteravond de virtuoze cameraman van Far from Heaven, Ed Lachman. Hij wees op de moeilijkheden die Sirk in de jaren vijftig had ondervonden, toen ook diens films door de critici niet erg serieus werden genomen, iets waar later Godard en Fassbinder een einde aan zouden maken. Sirk hield zich aanvankelijk in Hollywood in leven van de opbrengsten van zijn avocado- en kippenboerderij, vertelde Lachman. In dat opzicht is de situatie voor veel in Rotterdam naar financiering van hun filmprojecten zoekende regisseurs nog nauwelijks verbeterd.