DeFrancesco klinkt hard en slijmerig

Hij ziet eruit als een ober in een wat vettig restaurant. Zo een die naast je tafel zijn broek ophijst en, wanneer je iets te klagen hebt, zijn vinger in je bord stopt om te proeven of je wel gelijk hebt. Niks geen kouwe kak.

Zijn muziek is al even recht door zee. Zij klinkt vlug en hard als de luisteraars uit de bocht willen vliegen en lekker slijmerig als ze eventjes willen slijpen.

Hammond-organist Joey DeFrancesco (31) begon als semi-wonderkind en sloot al op zijn zeventiende een contract met het grote platenlabel Columbia. Dat resulteerde in vijf goed ontvangen cd's waarna de productie even terugliep. Vanaf 1998 haalde hij de schade ruimschoots in met negen cd's die tot en met het jaar 2002 gespreid over drie verschillende labels verschenen.

De verklaring voor DeFrancesco's populariteit is niet ver te zoeken: na bijna veertig jaar Jimmy Smith (1925) wilde het publiek wel eens een ander gezicht zien achter die klassieke Hammond B-3. Maar dan wel iemand met dezelfde virtuositeit, dezelfde muziek en dezelfde basisbezetting: alleen een drummer en een gitarist. Voor de basfunctie zorgde de organist volgens de traditie zelf met zijn arsenaal aan voetpedalen.

Dat gitarist Graig Ebner – veel Wes Montgomery, beetje Jim Hall en John Scofield – weinig origineels laat horen, is niet erg. Dat geldt tenslotte ook voor zijn baas. En dat drummer Byron Landham bij vlagen fantasierijker speelt dan de beproefde formule eist, valt geweldig in hem te prijzen.

Het volle BIMhuis oogde dus zeer tevreden en dat geldt ook voor het trio.

Een begrijpelijke zaak: bij al die onzekerheid over normen en waarden, dalende koersen en troepen-verplaatsingen wil je geen exclusieve, vage haute cuisine-hapjes maar een ouderwets lekker vet bord vol.

Concert: Joey DeFrancesco Trio. Gehoord: 22/1 BIMhuis, Amsterdam.

    • Frans van Leeuwen