De vraag is wat de kiezer bedoelde

Nu de uitslag bekend is, kan het proces van uitsluiten beginnen. Want het resultaat van de formatie moet als onontkoombaar gepresenteerd worden.

Nu de stembusstrijd is gestreden, is het gevecht om de interpretatie van de uitslag begonnen. Wil de kiezer een regering van de winnaars, CDA en PvdA? Wil de kiezer dat de oude coalitie, die nog steeds een Kamermeerderheid heeft, gewoon doorgaat? Of iets anders?

Feit is dat gisteren na een nieuwe electorale eruptie het politieke landschap voor de tweede keer binnen acht maanden grondig is omgewoeld. Het CDA bleef de grootste, de PvdA won het meest, maar net te weinig, en de LPF, grote winnaar van 15 mei 2002, is gedecimeerd. De overige partijen, de VVD voorop, kampen met geringe groei, stilstand of achteruitgang.

Ter linkerzijde van het spectrum vindt men de vraag naar de interpretatie een open deur, omdat een combinatie van PvdA en CDA als grootste partijen nu voor de hand ligt. Oud-GroenLinks aanvoerder Paul Rosenmöller zei gisteravond in een commentaar dat de kiezer een duidelijke uitspraak had gedaan: Nederland wil een progressieve politiek.

CNV-voorzitter Doekle Terpstra gaf vanochtend een zo mogelijk nog pregnantere exegese: de kiezer heeft volgens de vakbondsman het regeerakkoord tussen CDA, LPF en VVD van de hand gewezen.

Het omgekeerde kan ook worden beweerd. Bij elkaar opgeteld hebben de drie regeringspartners nog steeds – in LPF-ogen: ondanks alles – een meerderheid in de Tweede Kamer. ,,Cijfermatig'' is die coalitie nog een mogelijkheid, zei ook CDA-voorzitter Marja van Bijsterveldt vanochtend voor de EO-radio. Ook VVD-coryfee Hans Wiegel vond vanmorgen een hernieuwd samengaan van zijn partij met CDA en LPF in een regering een heel goede mogelijkheid.

Bij deze twee interpretaties wordt de afstraffing die de LPF heeft gekregen buiten beschouwing gelaten. Misschien nog relevanter is dat de gebleken onmogelijkheid om in een kabinet samen te werken met de LPF nu juist de reden was voor deze vervroegde verkiezingen.

Een formatie is in wezen een proces van uitsluiten van mogelijkheden zodat het resultaat uiteindelijk kan worden gepresenteerd als onontkoombaar, luidt vrij geformuleerd de opvatting van politicoloog en voormalig PvdA-senator Joop van den Berg. Dat proces van `afpellen' is gisteren, direct nadat de uitslagen bekend waren, ingezet bij het tv-debat tussen de politieke leiders. PvdA-leider Wouter Bos presenteerde ogenblikkelijk zijn interpretatie van de eenduidig, democratisch uitgesproken volkswil: er moet nu een ,,stabiel en progressief'' kabinet komen, lees: CDA met PvdA. Oud-partijleider en premier Wim Kok, die ,,trots'' opdook op de uitslagenavond van de PvdA in Amsterdam, sprak over de ,,verplichting om goed om te gaan met het herwonnen vertrouwen''. Volgens hem is het ook ,,heel duidelijk'' dat een combinatie tussen CDA en PvdA ,,als eerste moet worden onderzocht''.

Maar de PvdA heeft het niet voor het zeggen, dat is de tragiek van Bos: wel 19 zetels winst, niet het initiatief bij de formatie.

Het initiatief ligt bij Balkenende, die een ambigue positie inneemt: de PvdA beschouwt hem als de meest begeerde regeringspartner, maar zelf ziet hij de PvdA als grootste opponent. In de slag om de interpretatie van de uitslag zei CDA-partijvoorzitter Van Bijsterveldt vanochtend ook dat nu ,,een stabiel en toekomstgericht'' kabinet nodig is, waarbij `toekomstgericht' kennelijk iets héél anders is dan het `progressief' van Bos. Achter het gebruik van dit soort woorden gaat tijdens formaties een wereld van verschil schuil: `toekomstgericht' kan ook met de VVD. Aangevuld met D66, zo denken de christen-democraten. Dat de Democraten daar niet aan denken is van ondergeschikt belang.

De demissionair premier bleef gisteren de grote verschillen benadrukken tussen zijn partij en de PvdA. Het CDA wil helemaal niet ,,direct aan de slag'' zoals Bos voorstelt. Eerst moet een informateur alle verschillen tussen de partijen in alle mogelijke combinaties in kaart brengen.

Balkenende heeft ten minste twee redenen om zich niet uit te leveren aan de ,,onvermijdelijke'' uitkomst van de PvdA. Het vergroten van zijn onderhandelingsruimte en het beschermen van eigen geloofwaardigheid. Zelf spreekt de CDA-leider over de ,,inhoudelijke tegenstellingen'' tussen hem en PvdA op het terrein van onderwijs, zorg, sociale zekerheid en begrotingsdiscipline. [Vervolg STRATEGIE: pagina 2]

STRATEGIE

CDA hamerde op verschil

[Vervolg van pagina 1] Omdat Balkenende deze tegenstellingen zozeer tot het laatste moment voor de verkiezingen heeft onderstreept, kan hij niet zonder aan geloofwaardigheid in te boeten al te snel ingaan op de avances van de PvdA.

Overigens lijken die verschillen tussen CDA en PvdA sterk uitvergroot door Balkenende, zoals ook GroenLinks-lijsttrekker Femke Halsema gisteren vaststelde: een jaar geleden waren beide partijen achter de schermen al ver gevorderd met gesprekken over een mogelijke coalitie.

Bos reageerde tijdens het debat gisteravond bevreemd op de stellingname van Balkenende. ,,Balkenende doet net of er geen verkiezingen zijn geweest'', aldus Bos. Vanuit het perspectief van de PvdA verkeert de CDA-leider sinds de val van het kabinet op 16 oktober vorig jaar nog in de fase van ontkenning: eerst regeerde het kabinet-Balkenende gewoon door en nu doet het CDA gereserveerd over de meest voor de hand liggende coalitie.

VVD-leider Zalm maakte bij het debat vannacht een wat getroubleerde indruk, ondanks de kennelijke mogelijkheden die Balkenende altijd nog ziet voor een VVD-deelname aan de regering. Op de vraag welke conclusies de liberale leider nu trok uit de vier zetels winst die hij had geboekt, mompelde hij iets over het ,,eerst raadplegen van de fractie''. Zijn adjudant in het kabinet, demissionair minister Hans Hoogervorst (Financiën), concludeerde onmiddellijk na de eerste prognoses eerder op de avond al dat de VVD niets anders rest dan de oppositie. Balkenende wil langzaam de mogelijkheden aftasten, maar hoe dan ook zal de CDA-leider, zoals SP-partijsecretaris Tiny Kox gisteren al constateerde, er rekening mee moeten houden dat de verhouding tussen links en rechts in de Kamer gisteren weer met zo'n twintig zetels naar links is opgeschoven.

    • Frank Vermeulen