De jeugd heeft de toekomst, het CDA de ouderen

Links en rechts zijn terug. De PvdA won ten koste van GroenLinks, SP en D66; het CDA haalde kiezers van VVD, LPF en kleine christelijke partijen.

De ene nieuwkomer is verdwenen uit de Kamer, de andere teruggebracht tot voor debuterende partijen gebruikelijkere proporties. Het CDA is de grootste partij en heeft de sleutel tot de formatie in handen: die kan rechtsom met een voortzetting van de huidige coalitie, of linksom met de PvdA. Kortom, business as usual aan het Binnenhof, zo lijkt het.

Zijn de kiezers uitgeëxperimenteerd? Die interpretatie is te simpel. Een deel van de kiezersbewegingen past in vertrouwde langetermijnontwikkelingen, maar er zijn ook opmerkelijke veranderingen. De belangrijkste: de LPF zou wel eens een vaste plek kunnen krijgen in de Nederlandse politiek.

Het meest opzienbarend is de wederopstanding van de PvdA, van 45 zetels naar 23 en vervolgens terug naar 42. Cees van der Eijk, hoogleraar politicologie aan de Universiteit van Amsterdam en specialist op het gebied van kiezersgedrag, is daar niet zo verbaasd over. ,,Kiezers steunen niet alleen hun partij, ze geven ook andere signalen af. Vorig jaar bleef een deel van de PvdA-aanhang thuis en stemde een deel op de LPF als afstraffing.'' Partijveranderingen komen namelijk niet alleen voor rekening van zwevers, maar ook van `afstraffers'. ,,Zij stemden de vorige keer wel LPF, maar dat wilde niet zeggen dat ze de PvdA hadden afgeschreven of niet meer om die partij zouden geven. Afstraffers keren vaak terug naar hun `oude' partij.''

Voor een deel geldt dit ook voor VVD-straffers, maar die partij heeft er met de LPF wel een echte concurrent bij. Bovendien verloor de VVD aan het CDA doordat een deel van de aanhang strategisch stemde om te voorkomen dat de PvdA de grootste zou worden.

Uit de zogeheten exit polls van Interview/NSS is af te leiden wat het enorme Fortuynelectoraat van vorig jaar heeft gedaan. Een kwart is thuis gebleven, een kwart heeft weer LPF gestemd. De rest verdeelde zich over VVD, CDA en PvdA in die volgorde. Interessant is vooral het kwart dat weer LPF heeft gestemd. Hier ontwikkelt zich mogelijk een vaste aanhang, goed voor zo'n zes zetels.

Van der Eijk: ,,Als mensen een paar keer op dezelfde partij hebben gestemd, neemt de kans toe dat ze het daarna weer doen. Bij ouderen komt dat uiteraard relatief vaak voor; jongeren worden disproportioneel beïnvloed door nieuwe gebeurtenissen en nieuwe partijen. Als degenen die nu voor de tweede keer LPF hebben gestemd dat bij de volgende verkiezingen nog een keer doen, is de kans groot dat de partij een vaste factor wordt in de politiek, en een blijvende concurrent van de VVD.''

Een kwart van degenen die vorig jaar op Pim Fortuyn stemden is, zoals gezegd, thuis gebleven. Als verder alles hetzelfde zou zijn gebleven, zou de opkomst ruim vier procentpunt lager zijn geweest dan vorig jaar. De werkelijke opkomst was zelfs twee procentpunt hóger dan vorig jaar. De kiezer heeft zich ondanks alle gekrakeel van de afgelopen maanden bepaald niet afgewend van de politiek. ,,Om opkomst te verklaren, wordt veelal verwezen naar de kiezers, of naar maatschappelijke omstandigheden'', zegt Van der Eijk. ,,Maar zelden naar de politiek. Toch vormt de politiek vaak zelf de beste verklaring voor de opkomst binnen één land door de jaren heen. Neem 1998: er stond weinig op het spel, Paars wilde doorregeren, daarvoor was een ruime meerderheid te verwachten, dus de politieke impact van een stem was gering. Dat was vorig jaar heel anders. En nu dus ook. Niet alleen stond er veel op het spel, maar dat hebben de partijen ook duidelijk gemaakt in de campagne.''

Het zijn de beide kemphanen Bos en Balkenende die het meest hebben geprofiteerd van de extra opkomst. Met name Wouter Bos blijkt een mobiliserend effect te hebben gehad: 15 procent van alle PvdA-stemmen is afkomstig van mensen die vorig jaar thuis zijn gebleven. Dat zijn zes zetels. Van degenen die vorig jaar niet stemden en nu wel, stemde ruim 35 procent PvdA. Overigens gaat het voor een deel ongetwijfeld om afstraffers: mensen die in 1998 op de PvdA stemden, vorig jaar thuisbleven, en nu terugkeerden op het vertrouwde honk. Dat terugkeereffect is ook te zien in de geografische verdeling van de stemmen: het zijn de oude bolwerken in Groningen, Drenthe, de Zaanstreek en Rijnmond waar de PvdA weer de grootste partij is geworden. Ook de VVD domineert overigens op vertrouwd terrein: de zandgronden in West-Nederland.

Behalve heftige bewegingen zijn er ook vertrouwde beelden in het stemgedrag. Zoals altijd was de opkomst onder ouderen hoger dan onder jongeren, onder hoger opgeleiden hoger dan onder lager opgeleiden, onder mensen met hoge inkomens hoger dan onder mensen met lage inkomens, en onder protestanten hoger dan onder katholieken, en onder katholieken weer hoger dan onder niet-kerkelijken. De extra hoge opkomst dit keer is echter vooral toe te schrijven aan vijftig-plussers. Bij hen lag de opkomst drie tot vijf procentpunt hoger dan vorig jaar, bij 25- tot 34-jarigen lag die drie procentpunt láger. Dit verschil vormt een belangrijke verklaring voor het succes van het CDA, dat meer dan de helft van zijn zetels te danken heeft aan vijftig-plussers.

Eveneens gebruikelijk is dat mannen een ruime meerderheid vormen van het VVD-electoraat. Bij de SP, die vroeger ook een echte mannenpartij was, zijn de geslachten inmiddels in evenwicht. GroenLinks heeft vanouds een overwegend vrouwelijke achterban, maar Femke Halsema zag een deel van die aanhang overlopen naar Wouter Bos.

Voor de politieke ontwikkelingen op langere termijn is vooral van belang wat de verschillende generaties doen. Omdat een substantieel deel van de kiezers hun keuze in de loop der jaren bestendigt, geldt hier bij uitstek: wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. Zo bezien is de toekomst in de eerste plaats aan PvdA en VVD, die in de categorie tot 35 jaar beide zo'n 23 procent van de stemmen krijgen. Het CDA blijft daarbij vier procentpunt achter. Onder de 18 tot 25-jarigen scoren de christen-democraten slechts 16 procent wat op den duur een basis van 24 Kamerzetels verschaft. Onder de 65-plussers haalt het CDA 42 procent. SP, GroenLinks en D66 doen het relatief goed bij jongeren en vooral heel slecht bij 65-plussers.

De LPF blijft flink oververtegenwoordigd onder lager opgeleiden. De inkomensverdeling van de LPF-kiezers wijkt echter nauwelijks af van het gemiddelde, alleen boven twee keer modaal is ondervertegenwoordigd. Het bevestigt het beeld van een aanhang van lager opgeleide, maar niet per se weinig verdienende kiezers. De VVD is bij twee keer modaal en hoger zeer zwaar oververtegenwoordigd: bijna veertig procent van deze bevolkingscategorie stemt op de partij van Zalm. Naar opleiding vormen GroenLinks en D66 vanouds het spiegelbeeld van de LPF: hoger opgeleiden zwaar oververtegenwoordigd. De SP heeft net als PvdA en CDA een tamelijk gelijkmatig opleidingsprofiel en verschilt hierin dus sterk van GroenLinks.

Ten slotte valt een heel klassiek patroon te ontwaren in de keuzen die de kiezers gisteren hebben gemaakt: dat van links en rechts. Met acht jaar Paars leek het wellicht of deze termen hun betekenis hadden verloren. Ook Pim Fortuyn ontrok zich voor een deel aan deze dichotomie, evenals zijn electoraat hoewel de partij zich duidelijk op rechts manifesteerde. Het links-rechtspatroon is vooral te zien in de bewegingen van de ene partij naar de andere.

Van degenen die vorig jaar GroenLinks stemden, koos nu eenderde voor Wouter Bos. Van degenen die toen SP of D66 stemden, liep een kwart over naar de PvdA. Anders gezegd: de PvdA won vier zetels van GroenLinks, twee van de SP en bijna twee van D66. Allemaal verschuivingen binnen het linkse blok. Het CDA won van LPF, VVD en kleine christelijke partijen. De VVD won voornamelijk van de LPF. Het grensverkeer tússen de blokken beperkte zich voornamelijk tot CDA- en LPF-stemmers die uitweken naar de PvdA. Dit bevestigt de positie van het CDA als scharnierpunt tussen links en rechts, en de op deze schaal gemêleerde aanhang van de op rechts opererende erfgenamen van Fortuyn.

De linkse partijen verwierven samen 65 zetels, waarmee de al enkele decennia gebruikelijke kwantitatieve verhoudingen tussen beide blokken in de Tweede Kamer zijn hersteld. In 1998 piekte links op een all time high van 75, vorig jaar beleefde het zijn dieptepunt met 49. Met een afstervende CDA-aanhang en de aanhoudende populariteit onder de jongere generaties van de VVD en de kleinere linkse partijen ligt wellicht een verdere links-rechtspolarisatie in het verschiet.

    • Dick van Eijk