Bulldozer Ashdown rekt in Bosnië regels van `Dayton' op

De nieuwe regering van Bosnië krijgt van Bosnië-bestuurder Ashdown meer zeggenschap dan de vorige regeringen sinds `Dayton'.

Onder auspiciën van Paddy Ashdown, Hoge Vertegenwoordiger voor Bosnië, is een nieuwe Bosnische regering aan de slag gegaan. Een regering die op saillante punten breekt met het post-Dayton-verleden. Want Ashdown, Bosnië-bestuurder sinds mei vorig jaar, houdt er een andere benadering op na dan zijn voorgangers, de Zweed Carl Bildt (1995-97), de Spanjaard Carlos Westendorp (1997-99) en de Oostenrijker Wolfgang Petritsch (1999-2002).

Het vredesakkoord van Dayton, dat een eind maakte aan drie jaar oorlog, voorzag in de vorming van een zwak centraal gezag en legitimeerde de twee territoriale entiteiten – de moslim-Kroatische federatie en de Servische Republiek – met veel autonomie. De regering in Sarajevo telde maar drie ministeries (Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Burgerzaken). In 2000 werd kwamen er twee bij, die van Mensenrechten en Financiën. Vorige week werden er nog drie ministeries aan de centrale regering toegevoegd, die van Justitie, Veiligheid en Transport.

Bovendien heeft Ashdown de ministeries gestroomlijnd. De ingewikkelde afspraken van Dayton werden bijgesteld. Tot nu toe had elk ministerie een minister en twee onderministers, elk afkomstig uit een van de drie etnische groepen, de moslims, de Kroaten en de Serviërs. Deze drie rouleerden binnen het ministerie. Elk besluit van de minister moest de toestemming van de twee onderministers hebben. Verder rouleerden de functies van de premier en de twee vice-premiers voortdurend onder de ministers. Het systeem garandeerde totale etnische gelijkheid. Het garandeerde ook dat het centrale gezag zwak en inefficiënt was en dat altijd zou blijven.

De nieuwe regels zijn anders. De regering moet efficiënter kunnen werken. De functies van de premier en vice-premier liggen daarom voortaan vast. Er wordt niet meer gerouleerd. Ook binnen de ministeries houdt het rouleren op: er zijn een premier, acht ministers en acht onderministers en dat is alles. Wat wel gehandhaafd blijft in de gelijke etnische vertegenwoordiging: de regering telt drie moslims, drie Serviërs en drie Kroaten. Premier is de moslim Adnan Terzic. In de regering zijn de drie nationalistische (`oorlogs')partijen van de drie gemeenschappen vertegenwoordigd, maar ook twee gematigde partijen van de moslims en de Serviërs.

De nieuwe opzet maakt duidelijk dat Ashdown gezag van de regeringen van de moslim-Kroatische federatie en de Servische Republiek wil overhevelen naar de centrale Bosnische regering. Geen wonder dat de entiteiten daar niet veel voor voelen. Vooral de Bosnische Serviërs, die al sinds 1995 de centrale regering zo veel mogelijk ondermijnen en zo nauw mogelijke banden met Servië onderhouden, zijn niet blij.

De entiteiten leveren niet alleen gezag in, maar ook geld. Ashdown wil de uitgebreide centrale regering financieren door de invoering, op `nationaal' niveau, van BTW – maar het zal nog anderhalf jaar duren voordat die er is. Hij wil ook een deel van de douane-opbrengst van de entiteiten beschikbaar stellen aan de centrale regering. Dat is slecht nieuws voor die entiteiten, want die douane-opbrengst maakt zeventig procent uit van hun inkomsten.

De benadering van Ashdown is anders dan die van zijn voorgangers. Bildt had weinig macht. Westendorp kreeg meer bevoegdheden, maar pas Petritsch maakte daar op brede schaal gebruik van. Hij legde hervormingen per decreet op als de partijen het niet eens werden. Aan de andere kant was Petritsch een moeilijk benaderbaar, autoritair bestuurder die zich veel met details bezighield.

Ashdown, een geroutineerd politicus, is niet minder autoritair – zijn bijna onbeperkte macht stelt hem daartoe in staat en het gebrek aan toenadering tussen de politieke leiders van moslims, Serviërs en Kroaten dwingt hem er ook toe. Hij is agressief en loopt als een bulldozer door de Bosnische realiteit. Maar hij is wel benaderbaar en zelfs populair in Bosnië. Toen Ashdown vorig jaar voor het eerst naar Banja Luka ging, de hoofdstad van de Servische Republiek, overnachtte hij niet in een hotel maar bij een moslimfamilie. Hij gaat – anders dan de stijve Petritsch – in Sarajevo te voet of per tram naar zijn kantoor en praat met passanten. Zijn agressiviteit is niet arrogant en richt zich vooral tegen de corrupte en onverbeterlijke politieke elite van de drie etnische gemeenschappen. De Bosnische burger mag de informele Ashdown wel.

Bijzonder is ook Ashdowns pragmatische houding tegenover de leiders van de nationalistische partijen van de drie gemeenschappen. Anders dan Petritsch, die zich radicaal tegen de `oorlogspartijen' opstelde, zegt Ashdown dat hij bereid is met iedereen te werken die wil hervormen. De `oorlogspartijen' bezetten de meeste posten in de nieuwe Bosnische regering.

Eind vorig jaar stelde Ashdown een commissie samen die hem moet helpen hindernissen op te ruimen die nu nog investeringen in de weg staan. De naam van de commissie weerspiegelt zijn stijl: de Bulldozer-Commissie.