Boer kan weer maken wat klant wil

Landbouwsubsidies moeten weer zinvol zijn, voor landbouwers, consument en belastingbetaler, zei EU-commissaris Fischler gisteren bij de presentatie van hervormingsplannen voor de landbouw. Maar een snel akkoord wordt nog een enorme krachttoer.

Vorige zomer heetten de landbouwplannen van Eurocommissaris Franz Fischler nog Midterm Review ofwel Tussenbalans. Gisteren stuurde de Oostenrijker de definitieve en enigszins aangepaste voorstellen als CAP Reform ofwel Hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid de wereld in. Volgens sommigen wil Fischler net als zijn befaamde Ierse voorganger MacSharry graag als echte hervormer van de Europese landbouw in de annalen. ,,Deze hervorming heeft één doel: landbouwsubsidies zinvol te maken – voor onze landbouwers, consumenten en belastingbetalers'', zei hij. Zonder hervormingen groeit volgens Fischler een ,,kloof'' tussen landbouw en samenleving.

Kernpunt is nog steeds ontkoppeling van directe inkomenssteun voor boeren en hun productie. Elke boerderij krijgt één enkele bedrijfstoeslag, gebaseerd op inkomenssteun in de periode 2000-2002. Boeren kunnen dan produceren wat consumenten echt wensen en niet wat de meeste subsidie oplevert. Normen op gebied van milieu, voedselveiligheid, diergezondheid, dierenwelzijn en arbeidsveiligheid worden aangescherpt. Agrariërs die zich niet aan de regels houden, kunnen een boete krijgen tot 100 procent van de bedrijfstoeslag. Volgens milieu-organisaties gaat Fischler nog niet ver genoeg.

Fischler meent ook dat de onderhandelingspositie van de EU bij de landbouwonderhandelingen in de Wereldhandelsorganisatie (WTO) wordt versterkt. Ontkoppelde steun is immers niet handelsverstorend en daarover kunnen aan de EU dan door onder meer de VS geen verwijten meer worden gemaakt. De EU kan hierdoor meer gehoor vinden voor zaken als voedselveiligheid, voorzorgsbeginsel en dierenwelzijn. ,,Met een pro-actieve houding bij de WTO kunnen we vechten voor het Europese landbouwmodel'', aldus Fischler. Critici vinden dat hij te snel concessies doet. De Franse minister Hervé Gaymard noemde de ontkoppeling van inkomenssteun in een toespraak voor boerenorganisaties ,,een doodlopende weg'' voor de toekomst van het Europese landbouwbeleid. Frankrijk vaart als netto-ontvanger (zo'n 2,5 miljard euro per jaar) het beste bij het huidige landbouwbeleid. De `groene' Duitse minister Renate Künast is positief over de ontkoppeling.

In Brussel doen nu suggesties de ronde over gedeeltelijke of geleidelijke ontkoppeling. Boerenorganisaties zijn wantrouwig. Want wie garandeert dat de ontkoppelde bedrijfstoeslag overeind blijft? Onderdeel van Fischlers plannen is om vanaf 2007 een klein deel van de toeslag af te romen en te gebruiken voor plattelandsontwikkeling, al worden boeren met een toeslag tot 5000 euro ontzien. De Nederlandse boerenorganistie LTO vreest dat boeren die een bedrijfstoeslag krijgen straks collega's gaan wegconcurreren die nu zonder steun uit Brussel groenteprodukten als wortelen, aardappelen en uiien kweken.

Een tweede twistpunt wordt de plattelandsontwikkeling. Over het belang van plattelandsontwikkeling, waarbij boeren extra kunnen worden beloond voor zaken als landschapsonderhoud en voedselkwaliteit bestaat wel consensus. In het Europese model van de multifunctionele landbouw is het essentieel.

Het echte twistpunt wordt de financiering van plattelandsontwikkeling. Vorig jaar oktober kwamen de regeringsleiders op de EU-top van Brussel overeen dat de landbouwuitgaven (directe inkomens- en marktsteun) vanaf 2006 nog slechts met één procent per jaar mogen stijgen tot 48,5 miljard euro in 2013. Vooral netto-betalers als Nederland en Duitsland hadden hierop aangedrongen, want zij vreesden dat de landbouwuitgaven na de EU-uitbreiding in 2004 uit de hand zouden lopen.

Volgens Fischlers plan moet immers tot 2013 geleidelijk een deel van de directe inkomenssteun worden afgeroomd ten behoeve van plattelandsontwikkeling. Door de opgelegde financiële beperking bestaat hiervoor nu minder speelruimte. Daarom heeft Fischler zijn plannen voor de afroming gematigd en uitgesteld van 2004 naar 2007. Bovendien heeft hij een deel van de af te romen inkomenssteun nodig om markthervormingen in de zuivel en suiker te financieren. Voor plattelandsontwikkeling staat nu 4,5 miljard euro per jaar op de begroting. Fischler kan daar door de afroming in 2013 slechts 1,5 miljard euro aan toevoegen. Hij vraagt daarom nieuw geld voor plattelandsontwikkeling. Dat is voor netto-betalers als Nederland en Duitsland niet prettig. Minister Künast reageerde al negatief. Het meest enthousiast is de Franse minister Gaymard. Hij wil zelfs de verplichte co-financiering van lidstaten sterk reduceren en dus `Brussel' meer laten betalen. Dat is natuurlijk gunstig voor Frankrijk als netto-ontvanger. Op de EU-top van Berlijn in 1999, waar de financiële perspectieven tot 2006 werden vastgesteld, werd over de kwestie van cofinanciering in de landbouw al een hard gevecht geleverd.

Eurocommissaris Fischler wil nog voor de zomer een akkoord. Dat wordt een enorme krachttoer. Ook al omdat er gevoelige markthervorminggen (o.a. prijsverlagingen voor zuivel en graan) in zijn plan zitten. In Brussel kijkt men hoopvol naar de `groene' Duitse minister Künast. ,,Zij heeft veel politiek kapitaal in landbouwhervorming geinvesteerd'', zegt een Commissiefunctionaris.

    • Hans Buddingh'