Belgrado twijfelt na eis van de VS

De Servische premier, Zoran Djindjic, is ,,niet optimistisch'' over de mogelijkheid vóór 31 maart drie wegens oorlogsmisdaden gezochte Serviërs uit te leveren aan het Joegoslavië-tribunaal.

De Amerikaanse gezant Pierre-Richard Prosper zei dinsdag tegen Djindjic dat de Amerikaanse en wellicht ook andere westerse hulp wordt stopgezet als de drie – de Bosnisch-Servische generaal Ratko Mladic en de Joegoslavische officieren Veselin Šljivancanin en Miroslav Radic – niet op 31 maart in Den Haag zijn. Op die dag moet de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Powell in Washington het Congres melden of Joegoslavië genoeg vooruitgang heeft gemaakt in de samenwerking met het Joegoslavië-tribunaal; een negatief oordeel betekent het eind van de Amerikaanse hulp.

Premier Djindjic zei gisteren ,,niet optimistisch te zijn over ons vermogen per 31 maart aan deze eisen te voldoen'', maar waarschuwde tegen paniek. ,,Het zou goed zijn als die tweehonderd, driehonderd miljoen dollar het land binnen zouden komen, maar het is geen tragedie als het niet gebeurt.''

Het gezaghebbende Joegoslavische nieuwsbulletin VIP meldt vandaag dat die opmerking is bedoeld om de bevolking gerust te stellen, maar dat Djindjic zeker zal proberen aan de Amerikaanse eis te voldoen. VIP leidt dat af uit zijn opmerkingen over de BIA, de staatsveiligheidsdienst, die elke keer als de internationale gemeenschap namen van verdachte oorlogsmisdadigers noemt, roept dat ze niet weet waar die zich bevinden. De BIA, aldus Djindjic gisteren, moet ,,meer doen in dit opzicht''. ,,We lijken als staat tamelijk onverantwoordelijk als we elke keer dat een opsporingsbevel voor iemand wordt uitgegeven, zeggen dat we niet weten waar hij is'', aldus de Servische premier, geciteerd door VIP.

Djindjic wees op Prospers belofte, dat de drie gezochte Serviërs de laatsten zijn die Belgrado moet uitleveren; andere oorlogsmisdadigers mogen de Serviërs zelf berechten. Djindjic zei gisteren dat Mladic, Šljivancanin en Radic zich zelf moeten melden; het is immers, zei hij, ,,een opperste patriottische daad het land te verlossen van voorwaarden [van de internationale gemeenschap]''.

De Joegoslavische minister van Buitenlandse Zaken, Goran Svilanovic, zei gisteren tegen gezant Prosper dat de VS moeten helpen de drie te vinden. ,,De vastbeslotenheid met het Joegoslavië-tribunaal samen te werken staat niet ter discussie. Wat wel ter discussie staat is ons vermogen om die personen op te sporen'', aldus de minister.