Vertrouwen kweken

Met een sterk, want actueel, thema begint morgen in het Zwitserse Davos het jaarlijkse World Economic Forum (WEF), een topontmoeting van zakelijke en politieke leiders in de wereld. `Davos' staat in het teken van het vertrouwen. Building trust – vertrouwen kweken – is het gespreksonderwerp van de ondernemers en de politieke kopstukken die de komende dagen in een zwaarbewaakte bunker in dit bergdorp in Graubünden bijeenkomen. Hun instituties liggen onder vuur. Zowel het bedrijfsleven als de politiek heeft het vertrouwen van de burger verloren, blijkt uit een enquête van het forum onder 36.000 mensen in 47 landen. Het gaat er nu om het vertrouwen te herwinnen. Dat wordt dus hard werken in Davos. Gelukkig ligt op de pistes gemiddeld anderhalve meter sneeuw; de forumdeelnemers kunnen skiën om de vermoeide zinnen te verzetten.

Interessant aan de WEF-enquête – en tevens zorgwekkend – is dat het publiek op dit moment de strijdkrachten in de wereld het meeste vertrouwt. Het slechtst scoren volksvertegenwoordigingen (parlementen en congressen) en grote bedrijven. Goed scoren, behalve de krijgsmacht, niet-gouvernementele organisaties (zoals Greenpeace en Artsen zonder Grenzen), religieuze instituties en de Verenigde Naties. Het vertrouwen in het militaire apparaat zal te maken hebben met de dreiging van terrorisme, het aantal brandhaarden in de wereld en de retoriek over een oorlog tegen Irak. Dat de VN goed scoren is opmerkelijk – en verheugend – maar ook dit komt waarschijnlijk door de oorlogsdreiging. In de beleving van menig burger zijn het alleen de Verenigde Naties nog die Amerika van een optreden tegen Irak kunnen afhouden.

Los van de enquête (te lezen op www.weforum.org) getuigt het van durf bij een organisatie die haar wortels in het internationale bedrijfsleven heeft om het gevoelige thema `vertrouwen' op de agenda te zetten, als signaal dat zelfreflectie nodig is. Veel ondernemingsbestuurders zijn met een pijnlijke klap van hun voetstuk gevallen. Zij bleken niet zelden ordinaire graaiers te zijn, uit op eigen gewin en verstoken van het besef dat een bedrijf geen geldreservoir is dat naar believen kan worden afgetapt. 2002 was het jaar van het demasqué der managers. Enron en de ernstige gevallen die volgden, leidden tot een vertrouwensbreuk met werknemers, publiek en politici. Het is voorlopig afgelopen met het bejubelen van succesvolle ondernemers. Ze moeten zich handhaven in een klimaat van teruglopende winsten, reorganisaties en saneringen. In het openbare debat worden zij met enige achterdocht bejegend.

Hetzelfde geldt voor de politiek, hoewel de oorzaken verschillen. Zelden daalde het vertrouwen in parlement of congres – de democratische instituties bij uitstek – naar zo'n kritisch dieptepunt als nu. In landen waar zittende politici te weinig oog hebben gehad voor wat het electoraat bezighoudt, heeft de vertrouwenscrisis tussen burger en politiek tot een stembusopstand geleid – zie Nederland vorig jaar. Een voordeel is dat politieke nieuwkomers zaken bespreekbaar hebben gemaakt die tot voor kort onbespreekbaar leken en het debat weer hebben gepolitiseerd. Maar daarmee is het vertrouwen nog niet herwonnen. Te veel kiesgerechtigden stemmen niet `omdat het toch allemaal niets uitmaakt'. Ze voelen zich door de politiek in de kou gezet.

Dit sentiment kunnen politieke leiders zich aantrekken, zo goed als de top van het bedrijfsleven zijn voorbeeldfunctie en morele verantwoordelijkheid ter harte dient te nemen. Vertrouwen in politiek en onderneming is een zaak van lange adem. Eenmaal opgebouwd, kan het door een enkel incident weer teniet worden gedaan. Er moet dus blijvend in worden geïnvesteerd. `Vertrouwen kweken' als thema van een wereldforum van managers en politici die zichzelf tot voor kort luidruchtig bewierookten, en tegelijk het vertrouwen van hun werknemers en kiezers beschaamden, is een publicitaire stunt die verplichtingen schept. Bij goede voornemens in Davos mag het niet blijven.