Twijfels van een zelfbenoemde hulpsheriff

John Howard is de Australische hulpsheriff van de Amerikaanse president Bush. Toch worden in Australië steeds meer vraagtekens gezet bij deelname aan een oorlog tegen Irak.

De Australische premier John Howard zal morgen in Sydney aanwezig zijn bij het vertrek van een transportschip van de marine naar het Golfgebied. Vrijdag is er op hun basis in Perth een afscheidsceremonie voor elitetroepen van de SAS.

Volgens minister van Defensie Robert Hill heeft de Australische regering nog geen formeel besluit genomen over Australische deelname aan een mogelijke oorlog tegen Irak. Maar die optie komt wel steeds dichterbij.

Toch lijkt de publieke opinie in Australië nog lang niet rijp voor oorlog tegen Irak. Ook de belangrijkste oppositiepartij, Labor, heeft na een periode van dubbelzinnigheid nu een helder beleid geformuleerd. ,,Het is fout van de regering om troepen te sturen voordat er goedkeuring van de Verenigde Naties is'', zei Labor-leider Simon Crean. ,,Howard moet naar de bevolking luisteren en niet slechts doen wat George Bush wil.''

Volgens een peiling van de omroep SBS steunt slechts 30 procent van de Australiërs inzet van militairen in een oorlog tegen Irak zonder VN-goedkeuring. Premier Howard lijkt niet langer als slaaf van de Amerikaanse president George W. Bush te kunnen opereren. Uit eerder onderzoek bleek dat er mét het fiat van de VN wel een meerderheid is: 58 procent.

De regering van John Howard leek tot voor kort stevig in het zadel te zitten, met brede steun voor het harde beleid tegen vluchtelingen. De kwestie-Irak wordt voor Howard echter een steeds groter politiek probleem. Dat de Labor-oppositie zich nadrukkelijk van eenzijdig militair ingrijpen heeft gedistantieerd, verzwakt Howards positie aanzienlijk. Het is in Australië gebruikelijk dat militairen die een oorlog worden ingestuurd, de brede steun hebben van regering en oppositie.

Eind vorig jaar trachtte Howard het verband tussen ,,oorlog tegen het terrorisme'' en Australische militaire actie tegen Irak met elkaar in verband te brengen. Het schokeffect van 12 oktober, de dag van de aanslagen tegen Australische toeristen op het Indonesische eiland Bali, leek voor Howards logica een stevige voedingsbodem te bieden. ,,Het zou de ergste terroristische nachtmerrie zijn wanneer massavernietingswapens in handen van Osama bin Laden en zijn helpers zouden vallen'', zei hij in het parlement.

In de discussie over Irak speelt ook de Australische relatie met het naburige Azië een grote rol. De buurlanden voelden zich bedreigd en beledigd toen John Howard na de aanslag op Bali suggereerde dat hij preventieve aanvallen in Azië tegen terroristische doelen niet uitsloot. In zijn optreden deed Howard niets dat afdeed aan zijn imago als regionale `deputy sheriff' van de VS. Waarnemers wijzen nu echter steeds vaker op de schadelijke effecten van een als slaafs overkomende steun aan Amerika voor het imago van Australië in Indonesië, Australië's naaste buur en het land met de grootste moslimbevolking ter wereld. Een oorlog met veel Irakese burgerslachtoffers zou de relaties met de regering in Jakarta bemoeilijken en extreme elementen in Indonesië tot haat en terreur tegen Australië kunnen aanzetten.

De Australiërs lijken de traumatische schok van Bali echter te boven zijn gekomen. In dat klimaat heeft de Labor-oppositie toegegeven aan de druk om het Amerikaanse beleid kritischer te volgen. De partij, wetend dat de angst voor nieuwe terreur in Australië groot is, zegt dat de bescherming tegen terrorisme in de eigen regio niet mag lijden onder een inzet van Australische troepen, ver weg in Irak.