Schakers snel tevreden met remise

De schakers in Wijk aan Zee waren gisteren wel heel snel klaar. Met een vrije dag voor de boeg kon er alvast wel een halve dag bijgenomen worden, was de heersende mening. Veel remises dus in de negende ronde.

Alsof de slager van om de hoek ineens in Griekenland naast je op het strand ligt. Je herkent hem wel, maar hij hoort daar niet. Zo zag je heel wat aanwezigen in de perskamer van het Corus schaaktoernooi verbaasd en ontregeld opkijken toen kort na het begin van de negende ronde de ene na de andere grootmeester binnenwandelde. Wat deden die hier?

Als ze nog aan het spelen waren zouden ze hier natuurlijk niet mogen komen, dus dat kon alleen maar betekenen dat ze al klaar waren met hun partij. En omdat ze allemaal redelijk ontspannen om zich heen keken, kon de conclusie geen andere zijn dan dat er weinig strijd was geleverd. Vooraf hadden de kenners al gehint dat er wel eens een paar futloze remises zouden kunnen vallen, maar dat binnen de kortste keren onder vijf van de zeven borden in de hoofdgroep het vuur zou worden uitgedraaid had niemand verwacht.

De eersten die opdoken waren Loek van Wely en Vasili Ivantsjoek en daar keek eigenlijk niemand van op. De Oekraïense sfinx schoof tot nog toe al zijn partijen remise en zou ongetwijfeld met zwart opnieuw geen bezwaar hebben tegen een rustig halfje. Van Wely, die na zijn pijnlijke nederlaag tegen Karpov geen overdreven risico's wenste te nemen, vond dat eigenlijk wel een prettig uitgangspunt: ,,Ik zag het als een luxesituatie die nooit in mijn nadeel kon werken. Ik had me serieus voorbereid, maar hield steeds in mijn achterhoofd dat het voor hem allemaal niet hoefde.''

Wat natuurlijk niet betekende dat Ivantsjoek er met de pet naar gooide. Vakkundig hield hij de stelling in evenwicht en na 20 zetten gaf Van Wely toe dat hij helemaal niets had bereikt. Ivantsjoek beperkte zijn commentaar aanvankelijk tot een olijk uitgesproken ,,Degelijk spel!'', maar wilde na enig aandringen wel vertellen waarom hij zich zo vredelievend opstelde.

Het had inderdaad allemaal te maken met het bezoek van de twee FIDE-bestuurders die bij het begin van het toernooi hun wereldkampioen Roeslan Ponomariov een ultimatum waren komen stellen. Als hij het contract voor zijn match tegen Kasparov niet snel tekende zou hij worden gediskwalificeerd en zouden ze Ivantsjoek als zijn vervanger vragen. Ivantsjoek was zich wezenloos geschrokken en had enkele dagen niet normaal kunnen denken. Zwaaiend met zijn armen herinnerde hij zich zijn verwarring: ,,Wat moest ik hiervan denken? Was dit echt of een grap?''

Inmiddels heeft hij voor zichzelf de puntjes op een rij gezet en hoopt hij nog een paar normale partijen te spelen. Wat hem betreft heeft Ponomariov de meeste rechten om die match tegen Kasparov te spelen, maar als zijn landgenoot het laat afweten zal hij niet aarzelen om zijn plaats in te nemen.

Weinig later verscheen Jan Timman, die het voordeel van de voorzet had gebruikt om een weinig opwindende remise tegen Anatoli Karpov te spelen. Het viel hem niet kwalijk te nemen na vier trieste nederlagen op rij. Echt lekker zat het hem uiteraard niet en met de nodige zelfspot verzuchtte hij: ,,Ach ja, soms moet je met kleine dingen tevreden zijn. Het is toch al heel wat als je weer eens 24 normale zetten hebt gespeeld.''

Op de gang stond Judit Polgar inmiddels al met haar jas aan. Zij voelde zich ook een beetje opgelaten over de slappe zetherhaling die ze in haar partij tegen Alexej Shirov had afgedwongen: ,,Ik had een gek idee voorbereid, maar het pakte allemaal anders uit en toen de kans zich voordeed om remise te maken bedacht ik dat het met de vrije dag voor de boeg zo gek nog niet was om er nog een halve vrije dag aan vast te plakken.''

Het werd haar vergeven. De sfeer kreeg pas echt een knauw toen opeens ook Vishy Anand binnenkwam, de koploper van wie je mocht verwachten dat hij met wit Michal Krasenkow op de pijnbank zou leggen. Anand gaf grif toe dat hij graag op winst had willen spelen, maar dat hij dan wel met een andere stelling uit de opening had moeten komen. Nog vermoeid van zijn ontsnapping tegen Kramnik had hij in zijn voorbereiding over het hoofd gezien dat Krasenkow de Berlijnse verdediging op zijn repertoire had staan. Toen de Pool ook nog eens met een versterking kwam, verdween alle muziek uit de stelling en besloot Anand niet langer aan te dringen.

Ter verdediging van zijn besluit gaf Anand een sportpsychologisch lesje. ,,Het is een bekend verschijnsel'', zei hij. ,,Je bent op een wonderbaarlijke wijze na een zware strijd ontsnapt en dan verlies je de volgende dag als de eerste de beste sukkel. Daar had ik geen zin in.''

Zoals wel vaker gebeurt wanneer de ene remise na de andere valt, werden ook spelers met het virus besmet die daar normaal immuun voor zijn. En zo kon het gebeuren dat Teimour Radjabov en Vladimir Kramnik met een bord vol stukken er ook ineens de brui aan gaven. Je werd er niet vrolijk van, maar misschien zijn er van die dagen dat je maar beter snel remise kunt spelen. Dat zou je tenminste wel zeggen als je zag wat de beloning was van de twee spelers die onverbiddelijk op jacht gingen naar het volle punt.

Veselin Topalov legde Ponomariov langdurig het vuur aan de schenen, maar kwam ondanks zijn inzet niet verder dan remise en leek vlak voor het einde zijn hand zelfs nog te overspelen. Maar het grootste slachtoffer van zijn eigen tomeloze inzet was de arme Alexander Grisjoek, die per se Evgeni Barejev wilde verslaan en de kous op zijn kop kreeg. Barejev incasseerde het punt gelaten en zonder bravoure: ,,Hij kon remise maken, maar wilde winnen en daarbij zag hij enkele details over het hoofd.''

Misschien was hij wel te bescheiden. Dat was hij in ieder geval in de ogen van Grisjoek, die ook nog eens een groot verliezer bleek. Nadat hij de belangrijkste varianten met Barejev had besproken en deze in zichzelf gekeerd de Moriaan uitliep, schudde de jonge Moskoviet nogmaals het hoofd: ,,Hij speelde een geniale partij, echt geniaal. Ik dacht dat ik totaal gewonnen stond.''