Overzicht videokunst lijdt onder chaotische presentatie

Net nu de videokunst volwassen is geworden en op een natuurlijke manier is geïntegreerd in de beeldende kunst, komt het Nederlands Instituut voor Mediakunst met een tentoonstelling van dertig jaar Nederlandse videokunst die alle verschrikkingen van de beginperiode van de videokunst oproept. De opzet van de tentoonstelling is dat over een periode van acht weken elf video-installaties en meer dan tachtig videowerken worden getoond, verspreid over vier perioden; het geheel wordt dus enkele keren opnieuw ingericht.

Maar er is hier nauwelijks sprake van een tentoonstelling. Dertig jaar Nederlandse videokunst is meer een chaotisch depot. Allerlei sequenties van videotapes zijn in verschillende ruimten op monitoren geprogrammeerd. Er hangen lijstjes met namen en titels aan de muur, maar de bezoeker heeft geen idee welke tape op dat moment wordt afgespeeld. Omdat de tapes in lengte variëren van drie minuten tot een uur is het onbegonnen werk om hier achter te komen – nog los van het feit dat het fysiek onmogelijk is om het allemaal te zien.

Ook is geen poging gedaan om het materiaal te ordenen naar soort of periode. Sommige werken of opnamen zijn gemaakt voor televisie, andere hebben ooit gefungeerd als onderdeel van een video-installatie. Maar hier is alles genivelleerd tot tape-zonder-meer, zodat de status van deze werken als beeldende kunst volkomen onduidelijk is.

Een Hoepla-opname van Wim T. Schippers, een experiment met geluid en schilderkunst van Moniek Toebosch, een door Jaap Drupsteen vormgegeven muziekstuk van Stravinsky, het is één brij van videobeelden. Uitzonderingen zijn de video-installaties van Miguel-Angel Cardenas, 25 Caramboles (1979/80) en van Stansfield/Hooykaas, Outside Inside (1982), die in hun geheel opnieuw zijn opgebouwd. Het zijn beide mooie werken waarin specifieke eigenschappen van video, zoals bijvoorbeeld ritme, tijd en de combinatie van vooraf geregistreerde beelden en life registratie, worden benut. Ook functioneren hier de monitoren zelf als deel van een ruimtelijk, sculpturaal geheel.

Het is beter om de twee ArTTapes die bij de tentoonstelling zijn uitgebracht aan te schaffen, een met een compilatie van video's uit de jaren zeventig, de ander uit de jaren tachtig. Je weet waar je naar kijkt, en je kan een video doorspoelen wanneer die niet bevalt. De tape van de jaren zeventig is een boeiend document. In deze beginperiode gebruikten veel kunstenaars, onder wie bijvoorbeeld Ben d'Armagnac en Ulay/Abramovic, video veelal als manier om performances te registreren. Anderen deden onderzoek naar de mogelijkheden van het medium, zoals Marinus Boezem, Nan Hoover en Jan van Munster. Van Munster slingert een brandende lamp rond aan een steeds langer wordend snoer, zodat hij uitdijende lichtcirkels `tekent' op de beeldbuis. Boezem beademt de beeldbuis en laat de mist optrekken zodat zijn gezicht langzaam weer zichtbaar wordt.

Voor al deze kunstenaars geldt dat video een onderdeel was van een bredere kunstpraktijk. Het was een instrument, en geen doel op zichzelf. Dit veranderdein de jaren tachtig toen kunstenaars zich speciaal op video toe gingen leggen, met alle technische hoogstandjes, effectbejag en theatrale gekunsteldheid van dien. Het is veelzeggend dat de meeste namen van deze videokunstenaars, zoals Michiel Vijselaar & Tjarda Sixma, Rens Reitzema, Sluik/Kurpershoek, Pieter Baan Müller, inmiddels vergeten zijn. Zij hadden zich teruggetrokken op een eiland van videokunst dat nauwelijks binding had met wat zich verder in de kunst afspeelde. Geen wonder dat iedereen, op een handjevol videofreaks na, een hekel kreeg aan videokunst.

Als het waar is, zoals wel gezegd wordt, dat emancipatie twee generaties duurt,dan geldt dat ook voor de videokunst. Door de digitale revolutie en de mogelijkheid om tapes op een technisch hoogwaardige manier te beamen (projecteren op een wand of groot scherm) zijn in de afgelopen tien jaar veel technische belemmeringen weggevallen. Het is niet meer nodig om een dure studio te huren voor het monteren van films; met een IMac en een digitale camera kan op een eenvoudige manier een volwaardige film worden gemaakt. Veel kunstenaars gebruiken video als het werk daar om vraagt, niet omdat ze nu eenmaal `videokunstenaar' zijn. Video is gewoon een van de vele mogelijkheden om beelden te maken. Het is daarom nog maar de vraag of het een goed idee is om,zoals het plan is, een museum voor nieuwe media op te richten. In de tegenwoordige kunstpraktijk zijn alle verschillende media geïntegreerd. Een museum voor nieuwe media is, net als een museum voor schilderijen, een achterhaald idee.

Tentoonstelling: Dertig jaar Nederlandse videokunst. T/m 8 maart in het Nederlands Instituut voor Mediakunst Montevideo/Time Based Arts, Keizersgracht 264, Amsterdam. Di t/m za 13-18u. Inl: 020-6237101 of info@montevideo.nl

    • Janneke Wesseling