Inkomensverdeling vrij stabiel

De verschillen in inkomens zijn in het laatste kwart van de vorige eeuw weinig veranderd. Dat stelt het Sociaal en Cultureel Planbureau in het vandaag verschenen rapport Inkomens Verdeeld.

Dit rapport behandelt de inkomensontwikkelingen van 1975 tot en met 1999 in Nederland. De mensen met lage lonen en uitkeringen gingen er door de jaren heen net zoveel op vooruit als de hoge inkomens.

De SCP stelt dat de gelijkmatige groei van zowel lage als hoge inkomens spoort met het beleid van de opeenvolgende kabinetten om de bestaande inkomensverhoudingen in stand te houden. Volgens het SCP ging er bij de kabinetten een disciplinerende werking uit van de `koopkrachtplaatjes' die elke keer in begrotingen werden opgenomen.

Alleen in economisch slechte tijden waarin harde ingrepen van een kabinet werden doorgevoerd hebben deze ingrepen invloed gehad op de verschillen in inkomens. Dit was vooral te zien in de tweede helft van de jaren tachtig, toen de lonen en de uitkeringen werden `ontkoppeld'. De uitkeringen gingen toen omlaag en het inkomensbeleid werd ondergeschikt gemaakt aan het herstel van de economie. `Werk boven inkomen' was het parool.

In mindere mate was er sprake van een vergroting van de ongelijkheid in 1992, toen de uitwerking van het twee jaar eerder herziene belastingregime zichtbaar werd. Van enkele technische maatregelen in het belastingsysteem en het gevoerde armoedebeleid gingen daarna in de jaren negentig een nivellerende invloed uit – de verschillen werden weer iets minder groot.

Niet-westerse allochtonen hebben volgens het SCP een aanzienlijk lager inkomen dan autochtonen. Maar omdat deze groep tot het ijkjaar 1998 nog betrekkelijk is, heeft dit een geringe invloed gehad op de totale ongelijkheid.

Het gemiddelde inkomen in de periode 1990-1999 is met vijf procent gestegen. Volgens het SCP vindt een toenemend deel van de bevolking dat de verschillen in inkomens kleiner kunnen worden. In 2000 vond 70 procent dit, in 1995 had 55 procent deze mening.

De belastingherziening van 2001, die overigens niet in dit SCP-rapport is verwerkt, heeft volgens een eerdere studie van het het Centraal Planbureau een groot invloed heeft gehad op de inkomens. Alleenstaanden en tweeverdieners met een minimumloon gingen er met vijf procent stijging toen het meest op vooruit. Kostwinnergezinnen met een inkomen van 1,5 keer modaal profiteerden veel minder (1 procent stijging). Maar vooral inkomens boven de 100.000 euro, die meestal niet in de koopkrachtplaatjes worden meegenomen, hadden profijt van de belastingherziening. In deze groep waren er mensen die er meer dan tien procent op vooruit gingen.

Volgens het SCP-rapport heeft het kabinet-Balkenende de verschillen in inkomens met zijn regeerakkoord nagenoeg intact gelaten. Een uitzondering vormen de huishoudens met kinderen, waarvan de koopkracht beter uitpakt dan die van huishoudens zonder kinderen, zegt het SCP.