Europees vluchtkapitaal

Miljarden euro's aan spaargeld hebben Europese burgers buiten bereik van de belastinginspecteurs geparkeerd op bankrekeningen van landen die het bankgeheim koesteren. Bij de verontwaardiging over vluchtkapitaal uit Rusland of Zuid-Amerika mag wel eens worden vastgesteld dat kapitaalvlucht om de belastingen te ontduiken binnen de Europese Unie wijdverbreid is. Deze wordt gefaciliteerd door de wetgeving van lidstaten die geen informatie verstrekken aan de fiscus. Oostenrijk, België en Luxemburg hebben ter bescherming van hun bankactiviteiten Europese regelgeving over de belasting van besparingen steeds geblokkeerd. Daarbij geholpen door de weigering van landen als Zwitserland en Liechtenstein om hun wetgeving aan te passen.

Eurocommissaris Frits Bolkestein heeft na dertien jaar impasse een doorbraak bereikt in het belastingdossier. Oostenrijk, België en Luxemburg gaan akkoord met de invoering van een bronbelasting op spaargeld, te beginnen met 10 procent in 2004 en oplopend tot 35 procent in 2010. De opbrengst zal worden gedeeld met de landen van herkomst van het spaargeld. Vooralsnog blijft de anonimiteit van de spaarders gehandhaafd, maar als ook Zwitersland akkoord gaat met informatie-uitwisseling, is het gedaan met het bankgeheim. Vastbesloten belastingvluchtelingen zullen hun heil in de toekomst moeten zoeken in obscure, ongereguleerde belastingparadijzen. Maar naar verwachting zullen de meeste spaarders zich bij de nieuwe situatie neerleggen en zal een deel van het vluchtgeld terugstromen naar het land van herkomst.

Het akkoord over een EU-bronbelasting is een belangrijke stap voorwaarts, een compliment waard. Belastingontwijking gaat altijd ten koste van de grote meerderheid van belastingbetalers die hun inkomen, spaargeld of vermogen níet aan de fiscus kunnen of willen onttrekken. De lastendruk wordt dus eerlijker gespreid en kan bovendien dalen als er meer inkomsten zijn. Nederland moet na het EU-akkoord de gekunstelde constructie van de vermogensrendementsheffing in eigen land herzien. Hierbij worden rente en dividend niet belast, maar wordt uitgegaan van een fictief rendement van 4 procent op spaargeld en vermogen, waarover 30 procent belasting wordt geheven. Deze manier van belastingheffen pakt slecht uit in tijden van lage rente en dalende beurskoersen, zoals belastingbetalers zullen merken als ze de aangifte over 2002 invullen. Door het EU-akkoord kan het systeem dat Zalm en Vermeend hebben bedacht, worden vervangen door de eerlijker bronbelasting van Bolkestein.