Douglas Sirk belicht als film noir

Het International Film Festival Rotterdam opent met `Far From Heaven'. Ed Lachman filmde deze ode aan het melodrama van Douglas Sirk.

Het is 1957 in de film die vanavond het International Film Festival Rotterdam opent. Cameraman Ed Lachman laat hem eruitzien alsof het ook een film is die in 1957 werd gemaakt. Ed(ward) Lachman (1948) fotografeerde de afgelopen jaren uiteenlopende producties als The Limey, The Virgin Suicides en S1m›ne, en werkte eerder vaak samen met onder meer Werner Herzog en Wim Wenders. Far From Heaven, een film van Todd Haynes, lijkt door zijn lens een onbekend melodrama van Douglas Sirk, vol verboden liefdes, onderdrukte seksualiteit en ploeterende sloebers, die ondanks hun ruisende petticoats en zijden dassen armzalig zijn als het om emoties gaat.

Todd Haynes beklemtoonde op het filmfestival van Venetië dat het hem er niet om te doen was geweest een parodie op de films van de naar Hollywood uitgeweken Duitser te maken. Samen met Lachman, in Rotterdam ook vertegenwoordigd als coregisseur van Larry Clarks Ken Park, zette hij ,,extreem gestileerde beelden in om emoties op te roepen.'' Net als Sirk laten ze conclusies over taboe onderwerpen als homoseksualiteit en interraciale verhoudingen aan de toeschouwer over.

Als cameraman is Lachman vooral geïnteresseerd in ,,menselijk gedrag en de verschillende manieren en stijlen om dat te ontrafelen en zichtbaar te maken.'' Filmisch is hij daarom een kameleon, zegt hij, die het niet moeilijk vond om zich Sirks gewoontes en methodes eigen te maken: ,,Far From Heaven is gemodelleerd naar All That Heaven Allows van Douglas Sirk uit 1955'', vertelde Lachman aan een drietal journalisten in Venetië. ,,Het was de bedoeling om met zoveel mogelijk dezelfde middelen dezelfde artificiële wereld te creëren als Sirk. Dus hebben we achtergrondprojecties gebruikt bij de autoscènes en geen digitale kleurcorrecties toegepast. Om de verzadigde Technicolor-wereld te krijgen die ons voor ogen stond, hebben we de negatieven iets langer belicht.''

Licht was sowieso belangrijk bij het oproepen van de sfeer van de film. Lachman: ,,Douglas Sirk en zijn vaste cameraman Russell Metty maakten veel gebruik van clair-obscur, een subtiele werking tussen licht en schaduw. Wij hebben harder belicht. Meer zoals in de film noir gebruikelijk was, met hardere schaduwen en licht van boven. Net zoals Sirk hebben we de personages zoveel mogelijk in hun omgeving belicht, maar we laten ze er ook uit springen als dat voor het verhaal nodig is, of isoleren ze in kleur en beeld. We benaderden fotografie en art direction alsof het karakters zijn: ze vertellen mede het verhaal.''

In tegenstelling tot Sirks films, die geheel en al in de studio werden gedraaid, filmden Haynes en Lachman op locatie in New Jersey. ,,Het hielp dat het buiten herfst werd'', zegt Lachman. ,,Het kleuren van de bladeren, vaak fel en enigszins onnatuurlijk aandoend, hielp om een zekere abstractie te bereiken. Ook draaiden we vaak aan het einde van de dag, als het buitenlicht voor een valse glans zorgt.''

Haynes en Lachman ontdekten ook dat Sirk zijn personages zelden alleen in het kader toeliet. ,,Zelfs als mensen tegen iemand praten, gebruikt hij vaak een shot van over de schouder'', legt Lachman uit. ,,Zo kon Sirk hun sociale bindingen en beperkingen verbeelden. Op dezelfde manier vielen vaak botweg handen of voeten buiten het beeld. En zelfs als de camera bewoog, wist hij nog de indruk te wekken dat de hoofdpersonen in de ruimte gevangen waren.''

    • Dana Linssen