Denen kunnen denken

Een overvloed aan narigheid op de internationale meubelbeurs in Keulen. Maar tussen alle lelijkheid stond een Deens afwasteiltje dat een einde maakt aan de gootsteengeluidshinder.

Een afwasteiltje dat een mens aan het lachen maakt. Dat is nooit eerder een afwasteiltje gelukt. En het doet niet eens gek. Het was de verademing op een benauwende vakbeurs.

Stoelen, vooral luie, kunnen er uitzien als foute mannen. Vadsig en onbehouwen. Op de internationale meubelbeurs in Keulen, vorige week, stonden er duizenden. Allemaal nieuw, pas volgend jaar te vinden op de meubelboulevards, lelijker dan ooit. Wie denkt dat de wereld er telkens stapjes op vooruit gaat, verandert op zo'n beurs makkelijk in een bittere pessimist. Zoveel heel verkeerde meubels staan er bij elkaar. Internationale monsterlijkheid; land van herkomst maakt niet uit. China maakt dezelfde narigheid als Italië en Indonesië.

Alleen de Finnen doen er niet aan mee en Denemarken. Finnen maken mooie meubels, maar vooral de Denen vallen op door vindingrijkheid en pret. Ze vinden met groot gemak een volkomen nieuwe bureaustoel uit, houten zitting, stalen onderstel op vier wieltjes, niets bijzonders, alleen maar heel erg goed. Maar dan. Het is een klapstoel. En tien van deze stoelen in elkaar geschoven, ongeveer zoals stalen winkelwagentjes in elkaar passen, nemen niet meer ruimte in dan een dik mens. En toch heeft het klapmechaniek niets afgedaan aan de fantastische zit.

Denen kunnen wegdenken van alles wat er al is. Veel Europese designers maken steeds opnieuw hetzelfde, maar dan in het groen of scheef. Denen niet. Er loopt er eentje rond, Ole Jensen, die gedacht heeft, waarom stoffer en blik? Hij maakte het blik van dun karton en wel zo slim en simpel dat iedereen het hem na kan doen.

En van hem is het afwasteiltje. Gemaakt van hetzelfde materiaal waar ook binnenbanden voor auto's en fietsen van gemaakt zijn. Rubber. Maar net even wat dikker dan binnenband. Stukken rubber zijn aan elkaar gelast tot een vierkante bak. Door de rand om te slaan als een broekspijp krijgt de bak wat meer stevigheid. Maar een slappe bak blijft het en dat is er precies heel prettig aan. Geen gootsteengeluidshinder en veel vriendelijker voelt deze aan dan een hardplastic afwasteil.

Ooit waren er canvas teiltjes om mee uit kamperen te nemen en voordat de plastic emmer bestond hadden schepen zeildoeken putsjes aan boord, emmertjes aan een touw. Het is allemaal verdwenen en vergeten omdat het zoveel beter en goedkoper uit stevige plastics en kunstrubber gemaakt kon worden. Ole Jensen durfde van de stijfte weg te dromen en maakte de slappe afwasteil. Hij wordt te koop aangeboden door Jan Normann, handelaar in designerij, te Kopenhagen. Maar of het hem lukt veel kopers te vinden is de vraag. Het aardige aan het afwasteiltje is dat het er uitziet alsof het niks kost. Niet iedereen wil aan zoiets dan geld uitgeven. Op de beurs in Keulen schoten voortdurend bezoekers in de lach als ze het teiltje zagen staan. Er werd veel in het Nederlands gelachen.

Ook om een heel ander Deens waagstuk, gemaakt door meubelfabriek Erik Jørgensen in Svendborg. Een bank voor drie personen, met maar een poot in het midden. Een wip.

Er moeten altijd minimaal twee personen op zitten die samen de bank in evenwicht houden. Hij kan ook op zijn kop worden neergezet, dan is het een gewone bank met vier poten. Maar hij is als wip ontworpen en volgens de fabrikant met bijbedoelingen.

De bank hoort op een kantoor. Twee mensen die op het werk onmin hebben met elkaar – de fabrikant denkt vooral aan ruzie tussen hoger en lager personeel – moeten samen op de wip zitten. Ze moeten het uitpraten en tegelijkertijd samenwerken om de wippende bank in horizontale positie te houden. Zou plotseling de ondergeschikte boos opstaan, dan zou de chef op de grond klappen. En andersom moet de chef zich ook beheersen. Opstaan van de bank kan alleen samen en moet in goed overleg. De bank is ook geschikt om zonder er woorden aan vuil te maken onderzoek te doen naar het verschil in gewicht tussen collega's.