Carmen verloren tussen Poolse en Spaanse clichés

Zoals zijn grote voorganger Erik Vos in de winter van 2000 over de Oeral trok om in Tatarstan de opera Falstaff te regisseren, zo ging de huidige leider van Theatergroep de Appel, Aus Greidanus, naar Polen om Carmen te ensceneren. Voor zijn operadebuut heeft hij samengewerkt met het koor en orkest van het Teatr Wielki uit Lódz, aangevuld met plaatselijke en internationale solisten.

Al jaren trekken operagezelschappen uit het Oostblok naar hier om betaalbare en laagdrempelige opera's voor het volk op te voeren. Omdat de stoffige decors en de statische regies hier ouderwets overkomen, hebben enkele schouwburgdirecteuren een culturele ontwikkelingshulporganisatie opgericht die Nederlandse en Duitse regisseurs ter plaatse moderne opera's laat ensceneren. Vaak blijken de behoudende oosterse krachten toch te sterk voor de westerse nieuwlichters, en komen ze terug met nogal brave opera's.

Greidanus heeft zich voor zijn enscenering van Bizets Carmen (1875) laten inspireren door de grauwe armoede die hij aantrof in Lódz. De collega's van Carmen in de sigarettenfabriek lopen in povere lichtblauwe schorten. In de derde acte oogt Carmens smokkelaarsbende als een menigte wachtende Polen op een winters treinstation. De smokkelbazen zien er in hun leren jasjes uit als Poolse autohandelaren in een Duitse krimi. In het decor van Guus van Geffen domineren grote wanden van roestig ijzer, zoals die in de jaren tachtig in de mode waren. Je ziet wel ongeveer wat Greidanus' bedoeling moet zijn geweest: de folklore en clichés uit Carmen snijden, en haar de felrealistische rauwheid en smoezeligheid teruggeven die ze voor het 19e-eeuwse publiek moet hebben gehad.

Naar verluidt leidde deze keuze op onbegrip bij het plaatselijke gezelschap, want communistische flatgebouwen en vergane zware industrie verliezen veel hun charme als je er tussen moet wonen. Het koor droeg liever iets moois. Greidanus is blijkbaar half gezwicht. Dus dragen de fabrieksarbeidsters elegante zwarte schoenen met hakken en worden de roestige platen in een stralend zonnetje gezet. Carmen draagt onder haar fabrieksschort toch weer het bekende zwart-rode flamencojurkje. In haar wilde zwarte krullen zit een rode roos. Het is ongetwijfeld als contrastrijk bedoeld, maar het maakt een halfslachtige en vlakke indruk, met een mengsel van warme Spaanse en koude Poolse clichébeelden. Traag trekt het verhaaltje voorbij. Het orkest onder leiding van de Zuid-Tiroler Lukas Beikircher speelt afwisselend te slordig en te netjes. De zang van het koor en de meeste solisten is verder wel in orde.

Greidanus heeft zijn spelers niet tot grote spelprestaties weten aan te zetten. Vooral de vechtscènes zijn ronduit lullig. De mise-en-scène van het grote tableau is braaf evenwichtig. De vrije, lichtzinnige femme fatale Carmen heeft in Alicja Whiskerd een fletse vertolkster. Haar stem is lekker diep maar vlak. De buikige tenor Ernesto Grisales maakt van Carmens jaloerse minnaar Don José een nog grotere sukkel dan hij vaak al is. De klunzige manier waarop hij Carmen met zijn bordkartonnen mesje doodsteekt deed mij bijna `overnieuw, vader!' roepen.

Wat Greidanus wil zeggen is onduidelijk. In het programmaboekje neuzelt hij iets over `Liefde en Dood' en de typisch Spaanse `duende'. Dat betekent zoiets als `gepassioneerde volkse inspiratie'. Het betekent ook `kabouter'.

Voorstelling: Carmen door Stichting Int. Opera Producties/ Teatr Wielki Lódz Gezien: 9/1 Lucent Theater. Tournee t/m 2/2. Inl. (033) 455 5656.