Ambitieuze mislukking van Scorsese

Over de vraag wie de belangrijkste, actieve Amerikaanse filmmaker is bestaat tamelijk brede consensus. Martin Scorsese (New York, 1942) maakt wel eens een film waarvan het onderwerp je koud laat (Kundun, 1997), maar op een mislukking, of een film zonder ambitie en allure, zul je hem niet snel kunnen betrappen. Gangs of New York, Scorseses grootscheepse reconstructie van het etnische geweld in de straten van zijn geboortestad in het midden van de negentiende eeuw, is wellicht de meest gecompliceerde en meest geladen, gelaagde en pretentieuze film die hij tot nu toe voltooide; tegelijkertijd zou je het ook zijn grootste mislukking kunnen noemen, al was het maar omdat Gangs of New York voortdurend uit de naden barst. De lengte van de nu uitgebrachte bioscoopversie, waarover lang onderhandeld zou zijn met productiemaatschappij Miramax, bedraagt twee uur en drie kwartier, maar bevat stof voor een film van zeker vijf uur. Het effect van die samenballing van stuk voor stuk bewonderenswaardige scènes is groeiende onverschilligheid door de permanente druk op de kijker. Honderd en vijf en zestig minuten louter hoogtepunten leidt tot afstomping, ergernis over de totale afwezigheid van rustpunten of mogelijkheid tot bezinning of verdieping, zodat de veldslagen, moordpartijen en orgiastische geweldscènes nog slechts schouderophalend ter kennisgeving kunnen worden aangenomen.

Het uitbrengen van zo'n lastig verteerbare, compromisloze en uiterst gewelddadige film in 105 kopieën bewijst absoluut geen dienst aan Scorsese en zijn reputatie. Het beste waar hij op kan hopen is een revanche bij de uitbreng op dvd, wanneer de film wellicht een meer natuurlijk aanvoelende lengte kan krijgen. Het is doodzonde dat alle door Scorsese geïnvesteerde moeite tot nu toe voornamelijk resulteert in een brij van bloed.

Het onderwerp is even curieus als actueel. De film, die is gebaseerd op Herbert Asburys al in 1928 gepubliceerde gelijknamige kroniek, behandelt de gevechten tussen etnische bendes in de sloppen van Manhattan. In een in 1846 gesitueerde proloog ziet de achtjarige Amsterdam Vallon hoe zijn Ierse vader (Liam Neeson), leider van de bende van de Dead Rabbits, in een veldslag vermoord wordt door de zogeheten Nativists, Amerikanen van Engelse en Nederlandse afkomst, die zich verzetten tegen de komst van katholieke nieuwkomers. Na vijftien jaar tuchtschool bereidt de volwassen Amsterdam (Leonardo Di Caprio) zich voor op wraak tegen de aanvoerder van de Nativists, de sadistische vaderfiguur Bill the Butcher (Daniel Day-Lewis). Beide tegenstanders zijn ervaren messenwerpers, en charismatische leiders.

Tegen de achtergrond van de rellen tegen de dienstplicht (1863), waarin de Ieren zich richten tegen Lincoln én de Amerikanen van Afrikaanse afkomst, vindt ook een afrekening plaats tussen de katholieke en de protestantse benden. Scorsese creëerde een geloofwaardige parabel voor de moderne etnisch-religieuze stammenstrijd in de desintegrerende maatschappijen van begin 21ste eeuw. Zijn assistent-regisseur Vic Armstrong, verantwoordelijk voor de veldslagen, noemt het in een Romeinse studio gebouwde decor `Charles Dickens in New York, met een vleugje Mad Max'. Maar Scorsese liet zich ook inspireren door westerns van John Ford en door Sovjet-klassiekers van Eisenstein en Dovzjenko. Oscars zouden terecht moeten komen bij decorontwerper Dante Ferretti, kostuumontwerpster Sandy Powell en de geniale acteerprestatie van Daniel Day-Lewis als de duivelse kwaaie pier. Maar een prijs voor regie of scenario of beste film zou misplaatst zijn. Scorsese is te respectabel om hem alleen voor de moeite te willen belonen.

Gangs of New York. Regie: Martin Scorsese. Met: Leonardo Di Caprio, Cameron Diaz, Daniel Day-Lewis, Jim Broadbent. In 105 bioscopen.

    • Hans Beerekamp