`Rusland hielp CIA in Noord-Korea'

Volgens The New York Times hebben de Amerikaanse CIA en de Russische spionagedienst SVR in de jaren negentig nauw samengewerkt bij het verzamelen van gegevens over het geheime Noord-Koreaanse kernwapenprogramma. Op verzoek van de CIA installeerden agenten van de Russische buitenlandse inlichtingendienst apparatuur in de Russische ambassade in Pyongyang om straling van een isotoop van het edelgas krypton te kunnen detecteren. Verhoging van de concentratie krypton in de lucht zou duiden op het openen van brandstofstaven in de reactor in Yongbyon, en betekenen dat de Noord-Koreanen bezig waren uranium te verrijken tot plutonium.

Volgens The New York Times is het onduidelijk hoe lang de samenwerking tussen de Amerikaanse en Russische inlichtingendiensten in Noord-Korea heeft geduurd en of ze waardevolle inlichtingen heeft opgeleverd over het kernwapenprogramma. Een crisis daarover werd in 1994 bezworen.

Het hoofd van de Russische SVR, Boris Laboessov, heeft vandaag overigens ontkend dat zijn dienst in Noord-Korea heeft samengewerkt met de CIA. Hij zei dat de berichtgeving in The New York Times niet klopt. ,,Bepaalde personen in de Verenigde Staten hebben deze informatie bewust verzonnen op een moment waarop Rusland intensieve pogingen doet om de (huidige) crisis te bezweren rond het nucleaire programma van Noord-Korea.''

Moskou is overigens optimistisch dat de crisis over het Noord-Koreaanse kernprogramma vreedzaam wordt opgelost. De Russische onderminister van Buitenlandse Zaken, Aleksandr Losjoekov, heeft dat vanochtend gezegd in Peking bij terugkomst uit Pyongyang waar hij sprak met leider Kim Jong-il.

Onderminister Losjoekov noemde het onderhoud met Kim ,,zeer nuttig en constructief'', maar wijdde niet inhoudelijk uit. De VS hebben Noord-Korea vorige week economische hulp geboden in ruil voor het ontmantelen van zijn kernprogramma, maar gesprekken tussen Washington en Pyongyang zijn nog niet op gang gekomen. Een obstakel is de Noord-Koreaanse eis dat de VS een niet-aanvalsverdrag sluiten. Desondanks liet ook de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Colin Powell, zich de afgelopen dagen gematigd optimistisch uit over het bereiken van een diplomatieke doorbraak.