Over schaar, lijm en tekenpen

Gregor Frenkel Frank viert zijn vijftigjarig jubileum als reclameman, maar aan afscheid nemen is hij nog niet toe.

Het ging niet goed met Amstel-bier. Heineken straalde met succes gezelligheid uit, Grolsch hield het op vakmanschap dat meesterschap was, maar Amstel kon – eind jaren zestig – zijn draai niet vinden. De relatie met het reclamebureau Prad stond dan ook op springen. Maar de brouwerij wilde de reclamemakers nog één kans geven. En zo kwamen op een mooie dag zware delegaties van beide kanten samen in het Vondelparkpaviljoen in Amsterdam. Ze praatten, dronken bier en kwamen niet verder. Tot de directeur van Prad besloot blufpoker te spelen. ,,We gaan een uurtje wandelen'', verkondigde hij, ,,en dan komen we terug en dan hebben we het.''

Gregor Frenkel Frank, gespreksdeelnemer namens het reclamebureau, sloot zich niet bij de andere wandelaars aan. In zijn eentje liep hij een ommetje, in gepeins verzonken. Er schoot hem een stoere Amerikaanse advertentiecampagne voor Van Heusen-overhemden te binnen, en prompt bedacht hij dat Amstel een macho-bier moest worden. ,,En al lopend zag ik het helemaal zitten'', aldus Frenkel Frank in zijn reclamememoires. ,,Amstel zou de hoek van de echte kerels pakken, bij wijze van spreken de cowboy die de saloondeur openramt, een vént z'n bier. Hierzo, dit is de man, dit is z'n bier! Jezus, dacht ik, dit kan geweldig worden.''

Dit is de man, dit is z'n bier werd inderdaad de nieuwe slagzin voor Amstel, in een gespierde reclamecampagne die nog net niet met de vuist op tafel sloeg, maar wel in alle toonaarden liet weten dat elke man recht heeft op een glas bier in de knuist. Het was een opvallend signaal, dat Amstel een nieuw gezicht leek te geven. Maar het bier was er niet beter op geworden en het etiket oogde nog altijd even dor en doods. Al gauw kwamen er weer andere campagnes. En de conclusie: ,,Ik heb toen voor het leven geleerd dat je nooit iets in je advertising moet doen dat niet door het product beaamd wordt. Onthoud dat, want er wordt nog steeds tegen gezondigd.''

Gregor Frenkel Frank (73) noteerde zijn reclameherinneringen in een boekje dat Those were the days heet. Het verschijnt donderdag, tijdens een feestelijke bijeenkomst ter gelegenheid van zijn vijftigjarig jubileum in de reclame. Ter plekke hoopt hij het eerste exemplaar te overhandigen aan de Amsterdamse burgemeester Job Cohen – zo was het althans afgesproken voordat Cohen kandidaat-premier werd.

De jubilaris is intussen niet van plan deze terugblik tevens als een afscheid te beschouwen. ,,Als er nog iets leuks op mijn weg komt, heb ik daar geen enkel bezwaar tegen'', zegt hij. ,,En ik werk nog voor het Joods Nationaal Fonds – dat kun je tot je negentigste blijven doen.'' Zo bedacht hij in 2000 nog diverse manifestaties rondom het 175-jarig bestaan van de hoofdstedelijke tabakswinkelier Hajenius. Maar toen hij een paar jaar geleden stopte met het maken van de kleine krantenadvertentietjes voor het exquise sigarenmerk Oud Kampen – opvallend op de redactionele pagina's – heeft hij zijn gerieflijke kantoor bij het Amsterdamse reclamebureau Grey ontruimd. ,,Ik kom er nu alles bij elkaar misschien nog twee uurtjes per week, als mij daar iets te doen staat. Dat is alles. Verder werk ik thuis.''

Bij voorkeur beschouwt Frenkel Frank zich als een ,,bofkont'' in de reclame, die dan ook nimmer heeft overwogen het vak te verlaten. ,,Ik had Nijenrode gedaan, had wat schimmige baantjes gehad, solliciteerde me suf en mijn vrouw was zwanger'' – zo begon het. En toen liet hij zich door zijn broer Dimitri, die destijds copywriter was bij het reclamebureau Lintas, bepraten om het óók eens in de reclame te proberen. Zijn eerste sollicitatie, bij het bureau Prad, was raak. Hij begon er op 3 januari 1953.

Dimitri maakte later zo veel furore als tekstschrijver, toneelauteur en satiricus (Zo is het, Hadimassa) dat hij de reclame verliet. Gregor heeft die stap nooit gezet, hoewel ook hij als columnist, publicist, comedyvertaler en tekstschrijver heel wat nevenactiviteiten vergaarde. Nog steeds is hij vast panellid in het zondagavondprogramma Ook dat nog. Maar aan zijn reclamebaan hield hij vast: ,,Het was niks voor mij om eruit te stappen. En ik vond het trouwens ook veel te leuk.''

Al wendt hij zich nu wel walgend af van de ,,nietszeggende lulkoek'', de ,,bedroevende onzin'' en de ,,waanzinnige beschamende geldsmijterij'' die tegenwoordig veel reclamecampagnes kenmerkt. Nee, dan liever de tijd dat hij zich nog met schaar, lijm en tekenpen op een hotelkamer terugtrok om nieuwe advertenties te ontwerpen voor overhemden of mooie meubelen – those were the days.

    • Henk van Gelder