Miskende beweeglijkheid

Hoe het morgen ook afloopt, nu al valt te zeggen dat de uitslag voor vrijwel alle partijen héél anders wordt dan zij een paar maanden geleden nog dachten. Nu al valt ook te zeggen dat vrijwel iedereen de grote beweeglijkheid van de kiezers, die al in 1994, 1998 en 2002 gebleken was, opnieuw heeft onderschat. Men hoeft geen helderziende te zijn om aan te nemen dat het CDA en de VVD zich electoraal alvast rijk rekenden toen zij de stekker uit het kabinet-Balkenende trokken. Met de LPF (26 zetels) nagenoeg in staat van ontbinding en de PvdA (23 zetels) nog in een staat van droeve verwarring sinds haar grote nederlaag op 15 mei 2002 leken de kansen van CDA en VVD in nieuwe verkiezingen toen immers goed. Indien het CDA zijn score van 15 mei (43 zetels) ten naaste bij zou vasthouden en de VVD (24 zetels) een flink deel van haar `natuurlijke aanhang' onder ontevreden LPF-kiezers terughaalde, zou de zaak, een stabiele coalitiemeerderheid voor de komende vier moeilijke jaren dus, geregeld zijn. Mede daarom spraken het CDA en de VVD al heel vroeg een ongewoon duidelijke (want bijna onvoorwaardelijke) voorkeur voor voortgezette samenwerking uit.

Deze redenering werd ook bij de PvdA als plausibel gezien, haar als een oefening in bescheidenheid begonnen verkiezingscampagne paste daarbij. Over regeren praten we nu even niet, we gaan vernieuwen en eerst maar eens beter naar de mensen en de kiezers luisteren, klonk het uit de PvdA van Wouter Bos, die vrijwel direct na zijn verkiezing als lijsttrekker geruisloos afrekende met allerlei interne pleidooien voor een veel straffere koers naar links of versterkte samenwerking met GroenLinks en de SP. Zoals hij in de campagne aan hoekige programma-opvattingen vaak een zekere gesproken ronding wist te geven. Het belang van die niet met zoveel woorden bekendgemaakte keus van Bos zou nog gaan blijken. Naast zijn talent als campagneman en zijn ongedacht succesvolle bescheidenheidsoffensief heeft Bos' weigering om scherp naar links te koersen eraan bijgedragen dat het CDA en de PvdA in de strijd om de eerste plaats nu nek aan nek liggen. U bent niet links genoeg, u wilt zeker met Balkenende regeren, klonk het steeds bozer van de kant van GroenLinks en de SP, die steeds meer kiezers naar de PvdA zagen terugkeren. Bos lachte dan wat, maar sprak het niet tegen. Hij mag blij zijn: van de zestig á zeventig zetels die links de afgelopen 25 jaar doorgaans toevallen gaan morgen waarschijnlijk weer twee derden naar de PvdA. Van beweeglijke kiezers gesproken: acht maanden geleden werd de PvdA gehalveerd, nu staat zij, volgens de jongste peilingen, alweer bijna op verdubbeling (42). Het succes van Bos, die toen de campagne drie weken geleden begon nog circa vijftien zetels lager zat, kwam zó snel dat hij er nog een onbegroot probleem door kreeg. Namelijk: het moeten vinden en noemen van een kandidaat-premier namens de PvdA. Bij voorkeur iemand die niet, of niet zo erg, van de `oude politiek' is, genoeg bestuurlijke ervaring en bindende kwaliteit heeft en niettemin bereid is te aanvaarden dat alleen Bos over het regeerakkoord beslist en als fractieleider de enige principaal van een vernieuwende PvdA is. Sinds zondag is bekend dat dit gezochte schaap met vijf poten Job Cohen heet en tot nader order nog niet kan worden aangesproken. Er is nu één lijsttrekker, Balkenende, die premier is en dat wil blijven; er is een tweede lijsttrekker, Zalm, die premier wil worden maar ook (alleen) met Balkenende wil samenwerken en er is iemand, Cohen, die alleen premier wordt als zijn lijsttrekker het meeste wint en die er voorlopig het zwijgen toe doet. Dit eigenaardige tableau is naar men zegt ontstaan in het belang van de politieke duidelijkheid. Hoe het daarmee straks gesteld is, bijvoorbeeld wanneer het PvdA-lid Cohen als premier iets anders wenst of als compromis in het kabinet aanvaardt dan Bos als PvdA-leider bevalt, moet worden afgewacht. Zeker lijkt dat Bos en Cohen, als deze iets van zijn premierschap wil maken, straks spanningen kunnen krijgen. Dat zou niet bijzonder zijn, bijzonder zou het pas worden als Cohen dan het hoofd zou moeten buigen voor wat Bos ziet als het belang van een PvdA in vernieuwing. Het is jammer dat Cohen over dat vraagstuk nu nog niets mag of wil zeggen. Nederland beleefde najaar 1966 een dramatische gebeurtenis, die uiteindelijk grote gevolgen zou krijgen voor de ontzuiling van emanciperende kiezers en het veranderende politieke landschap. Die gebeurtenis leidde tot golven van hevige politieke vernieuwing, al viel het daarmee bij een terugblik van grotere afstand, zeg van vandaag, misschien toch wel mee. Bedoeld is de val van het centrum-linkse kabinet-Cals/Vondeling, die ook te maken had met de vraag waar in de grootste regeringspartij, de KVP, het gezag lag, bij de premier (Cals) of de fractievoorzitter (Schmelzer). Dat eventuele probleem hebben Bos en Cohen nu al opgelost, maar het is de vraag of de belangrijkste functie in Nederland, het premierschap dus, bij hun afspraak gebaat is. Bos is dol op oud-premier Den Uyl, maar hij kan er gif op nemen dat die niet in de schoenen had willen staan die nu voor Cohen zijn klaargezet.

Er is nog iets, Balkenende en Bos kunnen dat niet helpen, dat problematisch kan worden wanneer de kiezers PvdA en CDA tot samenwerking veroordelen. Er gaat dan onder dwang van de verkiezingsuitslag een coalitie regeren van twee bijna even grote partijen, die hun leiders in de Tweede Kamer hebben. Partijen die, in economisch zwaar weer, aan hun linker- en rechterkant steeds worden aangevallen. De PvdA aan zijn linkerflank door GroenLinks en de SP, het CDA aan zijn kwetsbare rechterzijde door de VVD (en door de kleine christelijke partijen). D66 zou dan als oppositiepartij kunnen revalideren op kosten van PvdA èn CDA. Zo'n situatie is niet zo geschikt om bestuurlijke daadkracht te bevorderen, hoewel daaraan nu juist behoefte is. Zo'n situatie zou eerder een verdere bestuurlijke Verelendung en de kans op spoedige nieuwe verkiezingen kunnen bevorderen. Nogmaals: daaraan kunnen Bos, Balkenende en al die andere lijsttrekkers niet veel doen. Maar straks dan wéér een vervroegd beroep op die zo beweeglijke kiezers? Wéér zo'n campagne? Dat is geen perspectief om vrolijk van te worden.