Mexico klaagt VS aan om de doodstraf

Mexico heeft de Verenigde Staten vandaag aangeklaagd voor het Internationaal Gerechtshof in Den Haag. Aanleiding is de doodstraf in de Verenigde Staten die al eerder tot fricties tussen de twee buurlanden heeft geleid.

In Amerikaanse gevangenissen zitten 54 Mexicaanse burgers te wachten op de voltrekking van de doodstraf. Mexico wil dat de rechtszaken die tot dat vonnis hebben geleid, ongeldig verklaard of herzien worden. Volgens Mexico is de verdachten nooit gewezen op hun recht om contact op te nemen met consulaire vertegenwoordigers van hun land. Daarmee zouden de Amerikanen zich niet hebben gehouden aan de Weense Conventie van 1963 betreffende consulaire betrekkingen.

In een pleidooi van 48 kantjes vraagt Mexico aan het Gerechtshof de Verenigde Staten te verbieden om de ter dood veroordeelde Mexicanen te executeren, in afwachting van een uitspraak van het Hof. Zo'n uitspraak kan jaren op zich laten wachten. Het komend halfjaar dreigen zes Mexicanen in de Verenigde Staten ter dood te worden gebracht.

De Mexicaanse landsadvocaat Juan Gomez Robledo zei vanmorgen dat zijn land noodgedwongen een beroep op het Internationaal Gerechtshof doet omdat juridische acties in de Verenigde Staten geen resultaat hebben gehad. Mexico heeft de laatste zes jaar zeker twintig keer zonder succes een executie proberen te verijdelen.

De Amerikaanse president George Bush negeerde vorig jaar een verzoek van zijn Mexicaanse collea Vicente Fox om het leven te sparen van een Mexicaanse gevangene die voor moord op een politieman was veroordeeld. Naar aanleiding daarvan zag Fox af van een voorzien staatsbezoek aan de Verenigde Staten ,,als ondubbelzinnig teken dat we de executie verwerpen''.

De 54 Mexicanen die in een Amerikaanse dodencel zitten, zijn veroordeeld in tien staten. Een daarvan is Illinois, waar de scheidende gouverneur George Ryan onlangs voor opzien baarde door de straf van alle 164 ter dood veroordeelden om te zetten in levenslang omdat hij de doodstraf als willekeurig en amoreel beschouwde. Drie Mexicanen profiteren van die amnestie.

De Verenigde Staten zijn in 1999 ook al eens voor het Internationaal Gerechtshof gedaagd vanwege de doodstraf, destijds door Duitsland. Twee jaar later gaf het Gerechtshof Duitsland gelijk. De Amerikanen hadden verzuimd om twee Duitse broers, Karl en Walter LaGrand, te vertellen dat ze recht hadden op diplomatieke bijstand. Ze mochten niet worden geëxecuteerd.

Maar het Gerechtshof heeft niet de macht om naleving van een vonnis af te dwingen. Al voordat Duitsland de zaak aanhangig maakte, was Karl vergast. Een dag nadat het Gerechtshof bij wijze van voorlopige voorziening bepaalde dat de uitvoering van de straf moest worden opgeschort in afwachting van een definitieve uitspraak, werd ook zijn broer ter dood gebracht.

De Verenigde Staten en Japan zijn de enige rijke, geïndustrialiseerde landen die nog de doodstraf toepassen. De laatste gevangene die in de Europese Unie ter dood werd gebracht, stierf in 1977 in Frankrijk onder de guillotine.

Op 1 oktober vorig jaar zaten er 3.697 mensen in een Amerikaanse dodencel, onder wie 54 vrouwen en 83 minderjarigen. Sinds de doodstraf in 1976 opnieuw werd ingevoerd, na een verbod van vier jaar, zijn 802 gevangenen ter dood gebracht, gemiddeld zo'n dertig per jaar.