Met pensioen win je geen verkiezingen

Pensioen borrelt onder de politieke opppervlakte. Maar pensioenpolitiek is vooral geen politiek. Werknemers en ouderen zijn premiebetalers, pensioenontvangers en kiezers.

Morgen mogen burgers kiezen, overmorgen wordt over hen beslist.

Donderdag praten de werkgevers en werknemers samen met de ouderenorganisaties (verenigd in het CSO) over de machtsverdeling in de pensioenwereld. Zij hebben daarover begin december nieuwe herenafspraken gemaakt, een plotselinge doorbraak in onderhandelingen die anderhalf jaar hadden geduurd.

Het concept geeft gepensioneerden wat meer adviesrecht, maar geen nieuwe zeggenschap. De sociale partners hadden haast om politieke inmenging en een wetgevingsvoorstel van D66 af te wenden.

Pensioen is echte politiek. De betaalbaarheid van de AOW, het staatspensioen, is indirect een prominent verkiezingsonderwerp met de discussie over het tempo van de aflossing van de staatsschuld om de vergrijzingskosten te betalen.

Maar pensioen is vooral niet politiek, een onderwerp dat traditioneel het domein is van het arbeidsvoorwaardenoverleg van werkgevers en werknemers. Meer dan negen van de tien werknemers sparen, doorgaans verplicht via hun werkgever en gelieerde pensioenfondsen, voor een aanvullend pensioen bovenop de AOW.

Pensioen borrelt onder de politieke opppervlakte. Maar de grote politieke partijen weten niet goed welke kant zij opmoeten met een onderwerp waarmee zij wel verkiezingen kunnen verliezen (CDA om de AOW in 1994) maar niet kunnen winnen (cao-partners beslissen over pensioen en koopkracht).

Kamerleden merken dat de gevolgen van de sluipende beurskrach en de crisis in de pensioenwereld de kiezers rauw op hun dak vallen. Pensioen? Dat had de werkgever toch prima geregeld?

,,Wij zorgen goed voor uw pensioen'', zei VVD-lijsttrekker G. Zalm zondagavond bij Barend & Van Dorp. Verkiezingsretoriek? Den Haag gaat over de AOW en de fiscale voorwaarden voor het aanvullend pensioen, verder niet.

Meer dan negen van de tien actieve werknemers hebben een aanvullend pensioen bij hun werkgever en zijn donderdag, met hun gezinsleden, belanghebbende. Net als ruim 2 miljoen gepensioneerden. De pensioenfondsen beheren samen meer dan 400 miljard euro, een spaarpot zonder weerga in continentaal-Europa. De dominante beslissers in de pensioenwereld zijn de werkgevers en werknemers. Zij willen dat in grote lijnen ook graag zo houden. Maar de Raad van State, adviescollege voor wetgeving, heeft pensioen onverwacht toch een politieke lading gegeven. De Raad zegt in zijn advies over het D66-wetsvoorstel dat gepensioneerden een vanzelfsprekend recht hebben op vertegenwoordiging in de besturen van pensioenfondsen.

Met acht jaar te gaan totdat de eerste na-oorlogse babyboomers met pensioen gaan, verkeert de pensioenwereld in de zwaarste crisis sinds werkend Nederland vijftig jaar geleden op steeds grotere schaal begon te sparen. [Vervolg PENSIOEN: pagina 16]

PENSIOEN

D66 wil meer macht ouderen

[Vervolg van pagina 13] In de jaren negentig kwamen ongewoon hoge aandelenrendementen als manna uit de hemel. Nu regent het premieverhogingen. Gepensioneerden vrezen voor de prijscompensatie (indexatie) op hun pensioen. Uit de kleine lettertjes van hun pensioen blijkt opeens pijnlijk dat indexatie geen recht is, maar afhankelijk van de financiële positie van het pensioenfonds. De beslissing daarover neemt het bestuur van het fonds. Daar ontbreken gepensioneerden veelal.

D66 staat pal voor gepensioneerdenmacht, maar de grote partijen zijn zoekende. Niemand stoot graag vakbonden en werkgevers voor het hoofd. Het CDA is in zijn program voor bestuursdeelname door gepensioneerden, maar ,,werkgevers en werknemers blijven eindverantwoordelijk voor de aanvullende pensioenen''.

PvdA-kandidaatkamerlid S. Depla: ,,Zeggenschap van ouderen? De PvdA is er dubbel in. Je blaast het pensioenstelsel op als je gepensioneerden geen zeggenschp geeft. Maar wij willen niet dat gepensioneerden in besturen met terwugwerkende kracht de arbeidsvoorwaarden gaan veranderen.''

Depla wil snel een studie naar de haalbaarheid op lange termijn van het pensioenstselsel. De onherroepelijke vergrijzing verandert de politieke economie van de pensioenen. Werknemers en ouderen zijn betalers, ontvangers en kiezers. De ouderen groeien in getal het snelst.

Depla ziet onwrikbare standpunten schuiven. De VVD accepteert in haar `zeven punten plan' voor pensioenen de kracht van solidariteit in pensioenregelingen. Vakbonden staan open voor pensioenen die niet langer op het laatst verdiende salaris zijn geënt, maar op het gemiddelde loon.

Ambtenarenbond AbvaKabo FNV ging afgelopen zomer overstag, een actie die de penibele positie van pensioengigant ABP (overheidswerkers en leraren) kan helpen verlichten. CNV-voorzitter D. Terpstra zei zaterdag over middelloon in de Volkskrant:,,Het CNV heeft daar geen blokkades liggen.''

PvdA'er Depla wil gepensioneerden meer zekerheid geven over indexatie, vooral van belang voor kleine of door pensioenbreuken geschonden pensioenen. ,,Boven de 65 jaar is de inkomensverdeling nog schever dan onder 65.'' Hij maakte over indexatie-zekerheid eerder als kamerlid met D66 een wetsontwerp. Het werkt op werkgevers als een rode lap op een stier.

Terpstra vreest torenhoge pensioenpremies die koopkrachtwinst van zijn leden wegvagen. Hij roept ouderen op solidair te zijn met werknemers door indexatie prijs te geven. Depla wil ouderen nu uit de wind houden, zeker zolang werknemers geen kostendekkende pensioenpremies betalen. ,,In de jaren negentig hebben de babyboomers geprofiteerd van de lage premies.''

Kenmerkend voor de schuivende panelen: VVD-staatssecretaris M. Rutte (sociale zaken) hamert net zo hard als Depla op kostendekkende premies. Geen kostendekkende premies, dan ook geen korting op indexatie, vindt de VVD.

    • Menno Tamminga