Magie van Kreizberg

Zó aantrekkelijk, met het Eerste pianoconcert van Liszt en de Negende symfonie `Uit de Nieuwe Wereld' van Dvorák, is het concert dat het Nederlands Philharmonisch Orkest dezer dagen geeft, dat het meteen op cd wordt gezet. De cd's worden volgemaakt met het aansprekende korte Cantabile voor strijkers (1979) van Peteris Vasks en Dvoráks ouverture Carnaval, pendelend tussen melancholie en bruisend vermaak.

Een dvd-opname zou beter zijn, gezien de fascinerende uiterlijke kwaliteiten van de Russische Amerikaan Yakov Kreizberg. In september wordt hij als opvolger van Hartmut Haenchen officieel chef-dirigent van het orkest. Geen andere dirigent die zó elegant de trap afsprint, die zó scherp geprofileerd oogt, die zulke korte mouwen heeft om met zijn witte manchetten zijn opzienbarende gebaren nog meer te accentueren, die tientallen seconden achtereen met gebald geheven vuist trillend kan stilstaan om spanning op te bouwen. Kreizberg is de archetypische magische dirigent en muziek lijkt slechts te zijn gecomponeerd om hem te laten schitteren. Op het podium zit men bij hem eerste rang!

Maar wat klinkt, mag er ook ruimschoots zijn en het Nederlands Philharmonisch Orkest kan alles wat hij wil. In Liszts Eerste pianoconcert schept Kreizberg als een tovenaar orkestrale grandeur rond de stijlvolle Chileense klavierleeuw Alfredo Perl, die ook alles kan: van woest klauwen in de toetsen tot parelend tinkelen in de magische passages met de triangel.

Kreizberg benadert Dvoráks `Nieuwe Wereld' meer vanuit het oosten dan vanuit het westen, meer als Tsjaikovski dan als Brahms. En net als Mariss Jansons enkele jaren geleden bij het Concertgebouworkest, weet Kreizberg deze overbekende muziek met veel nuances en variaties in klank, op te tillen tot een ander, nieuw niveau: intens verstild, verinnerlijkt.

Concert: Ned. Philh. Orkest. Gehoord: 20/1 Concertgebouw Amsterdam. Herh: 21/1 Amsterdam; 23/1 Utrecht.