Een journalist die bleef schrijven

De journalist drs. Louis A.V. Metzemaekers bleef geïnteresseerd, tot tien dagen geleden. Onder meer in de verkiezingen, die hij een ,,zootje'' achtte. Metzemaekers overleed eind vorige week op 90-jarige leeftijd in een verzorgingshuis in Baarn. Gisteren is hij begraven.

Van 1967 tot 1977 was hij hoofdredacteur van Het Financieele Dagblad. Na een opleiding bij de jezuïeten in Rome kwam hij na de Tweede Wereldoorlog bij het ANP te werken. Voor dat persbureau werd hij correspondent in Jakarta. Daar ontmoette hij onder andere de latere hoofdredacteur van Het Parool dr. P.J. Koets. Die was toentertijd in Indonesië kabinetschef van de luitenant-gouverneur-generaal Van Mook.

Het was Koets die hem omstreeks 1948 naar Het Parool haalde als Indonesië-redacteur. Later werd Metzemaekers correspondent in Brussel, waar hij ook voorzitter werd van de Vereniging van Europese Journalisten.

Louis Metzemaekers schreef uiterst gedegen, hoewel zijn collega's het wel eens een beetje droog vonden. Zijn achtergrondartikelen waren van een bijzondere grondigheid – hij deed zijn huiswerk ongelofelijk precies.

Zoals hij als Indonesië-redacteur zijn opinie – dat Indië een onafhankelijk Indonesië moest worden – niet onder stoelen of banken stak (hetgeen de krant in die tijd veel lezers kostte), zo pleitte hij vanuit Brussel voor de – ook politieke – eenheid van Europa.

Metzemaekers was een van de weinige Nederlandse journalisten die zich arabist kon noemen. Hij wist veel, en hoorde ook veel omdat zijn veelzijdige kennis door politici, wetenschappers en ook in het bedrijfsleven hoog werd aangeslagen. Zo was hij als een van de eersten op de hoogte van de rol van gebedsgenezeres Greet Hofmans aan het Nederlandse hof.

In zijn tijd als hoofdredacteur van het Financieele Dagblad deed hij niet veel aan het uiterlijk van de wat slaperig ogende krant, dat lag hem niet. Maar hij gaf de krant wel een heel internationaal gezicht. En hij schreef veel. Ook na 1977, toen hij met pensioen ging, bleef hij achtergrondartikelen schrijven, met name over het Midden-Oosten. Was hij niet een van de weinigen, die Arabische kranten kon lezen?

In het begin van de jaren negentig ging zijn gezichtsvermogen hard achteruit. Zijn vrouw las hem daarom, tot haar overlijden vier jaar geleden, elke ochtend de kranten voor. Hij dicteerde dan uit zijn hoofd een achtergrondstuk, waarin geen fout te vinden was, eenvoudig omdat hij alles had opgestapeld in zijn hoofd.

De radio was in die laatste jaren zijn beste vriend. Een wereldradio uiteraard, zodat hij niet alleen de BBC en andere Europese zenders kon volgen, maar ook Israël en het Midden-Oosten. `Le journalisme c'est un monsieur', zo heet het. De Nederlandse journalistiek heeft een groot heer verloren.