`Duitsers lieten zich Franse hegemonie lang welgevallen'

Stephan Martens is politicoloog en germanist, een Duitser die nooit in Duitsland woonde. `Duitsland had de Franse leiding en verzoeningsgezindheid nodig om een plaats te verwerven in de West-Europese democratie.

,,Frans én Duits, of Duits én Frans. In Duitsland verdedig ik het Franse standpunt, in Frankrijk het Duitse. Als je zo doordrenkt bent van twee landen en twee culturen als ik, is het niet altijd even gemakkelijk om objectief te blijven.'' De voornaam van Stephan Martens wordt geschreven zonder accent, want hij is Duitser van geboorte en in het bezit van een Duits paspoort en heeft een volledig Duitse, in Berlijn woonachtige familie. Maar hij is in Italië geboren, woont sinds 1976 in Frankrijk en heeft nooit in Duitsland gewoond. Martens (38) is politicoloog en doceert gemanistiek aan de Universiteit van Bordeaux. Daarnaast is hij verbonden aan het Parijse Institut des Relations Internationales et Stratégiques.

Ondanks de twee zielen in zijn borst is Martens geen romanticus. ,,De Fransen houden van hartstochtelijke karakteriseringen. Ze hebben het altijd over het Frans-Duitse `paar' of zelfs `huwelijk', als ze over de voor Europa zo belangrijke Frans-Duitse motor praten. Ik geef de voorkeur aan de zakelijke Duitse benadering. `Entente' is mooi genoeg. Die een beetje sentimentele Franse blik is des te opmerkelijker, omdat de Fransen een in veel opzichten rationelere analyse van de wereld hebben dan de Duitsers. Dat blijkt opnieuw uit het verschil in houding ten aanzien van de door de VS gewilde oorlog in Irak. Frankrijk positioneert zich keurig in het midden en houdt alle opties open, Duitsland nog altijd geïntimideerd door de eigen geschiedenis is anti-militair en manoeuvreert zich met een vierkant `nee' in een onnodig lastige positie.''

De Franse-Duitse verschillen berusten op een traditie die beide landen volgens Martens lange tijd goed uitkwam. ,,Frankrijk heeft na de teloorgang van het Franse imperium Duitsland altijd gebruikt als een middel om het Franse standpunt tot dat van Europa te maken. Duitsland heeft zich dat altijd dankbaar laten welgevallen. Het had na de schande van de Tweede Wereldoorlog de Franse leiding en verzoeningsgezindheid nodig om een plaats te verwerven in de West-Europese democratie. De `motor' draaide op welbegrepen eigenbelang.

,,Sinds midden jaren negentig, maar vooral sinds het aantreden van kanselier Gerhard Schröder is de historische status quo doorbroken. De pers heeft er destijds niet veel aandacht aan besteed, maar het was een cruciaal moment in de verhoudingen toen Schröder een maand na zijn aantreden in oktober 1998 de Franse uitnodiging afsloeg om het einde van de Eerste Wereldoorlog, tachtig jaar geleden, te komen herdenken. Letterlijk heeft hij toen gezegd: `De oorlog is voorbij, die bladzijde moet omgeslagen worden. Het wordt tijd naar de toekomst te kijken in plaats van naar het verleden.' Die benadering, gebaseerd op nieuw zelfbewustzijn, houdt uiteraard direct verband met de hereniging van de twee Duitslanden. Maar er was een leider van de na-oorlogse generatie als Schröder voor nodig om het glashard te zeggen. Helmut Kohl had dat nooit gekund.''

Volgens Martens hebben de Fransen het ,,erg moeilijk'' gehad met het nieuwe Duitsland en de herschikking van de verhoudingen. ,,De Fransen verkeerden in shock. Op de EU-top in Nice in 2000 bleek voor het eerst pas goed hoe strijdbaar Duitsland geworden was. De inzet het aantal afgevaardigden van ieder EU-lid – was nauwelijks van belang, maar het psychologische effect was groot. Het was het dieptepunt van een grote crisis in de Frans-Duitse relatie, die sindsdien met intens verkeer van topambtenaren en bewindslieden tussen beide landen en de frequente ontmoetingen tussen Schröder en president Jacques Chirac min of meer in banen is geleid.''

Het lost de Europese malaise niet op, zegt Martens. ,,Die psychologische hobbel is het probleem niet. Het probleem is van filosofische aard en komt met name tot uitdrukking in de onmacht om Europa te hervormen. Alles wat het leidende duo Frankrijk/Duitsland recentelijk heeft voorgesteld inzake de landbouwpolitiek maar ook wat betreft het dubbele presidentschap komt neer op cosmetisch beleid. Wat ontbreekt is een visie op de toekomst van Europa. Met de huidige organisatie is een uitgebreid Europa onbestuurbaar en vleugellam. De kwestie-Turkije is niet cultureel en nog minder religieus van aard, maar puur filosofisch. Waar houdt Europa op? Waarom zouden we niet ook Libanon, Israël, Syrië opnemen? Er is geen antwoord en de tijd dringt. ,,Europa heeft een nieuwe Adenauer, een Jean Monnet, een Robert Schuman nodig. De grondleggers van Europa bedreven politiek, maar hadden bovenal een visie, ze hadden een `realistische utopie' voor ogen. Sinds hij bevrijd is van samenwerking met een linkse regering en het rijk voor zich alleen heeft, profileert Jacques Chirac zich heel duidelijk op het wereldtoneel, maar binnenlandse belangen weerhouden hem van het ontwikkelen van een transnationale visie. Dat is des te betreurenswaardiger, omdat hij er wel de kwaliteiten voor heeft. Hij is er in elk geval handig genoeg voor.''

In plaats van internationalisme bespeurt Martens in Frankrijk terugtrekking op zichzelf, bij zijn studenten bij voorbeeld. ,,De germanistiek en daarmee Duitsland heeft weliswaar hun belangstelling, maar die is plichtmatig en niet bevlogen, zoals in de jaren tachtig. Toen heerste er, ook bij de Parijse intellectuele nomenklatoera een mengeling van angst, jaloezie en bewondering voor Duitsland. Het Wirtschaftswunder maar ook de Duitse cultuur, ja zelfs de Hitleriaanse verloedering waren bronnen van fascinatie. Dat is er niet meer. De Frans-Duitse toppen, voorheen steevast hoogtepunten in het nieuws, krijgen nog nauwelijks aandacht. De televisie doet helemaal niets aan de herdenking van het verdrag van het Elysée: alleen de Frans/Duitse zender Arte noblesse oblige heeft een avond ingeruimd. Duitsland is één ding, maar belangrijker is de binnenlandse economie of de veiligheid. Mijn studenten zijn geïnteresseerd in de vraag of ze een baan zullen vinden en voldoende geld zullen verdienen.''

Een soortgelijke terugtrekking op zichzelf ziet Martens in Duitsland. ,,Voorheen pleitte Duitsland voor een federalisering van Europa. Met de herwonnen zelfbewustheid is dat pleidooi verwaterd. Duitsland is volwassen, `normaal' geworden, het let nu net als Frankrijk op de eigen belangen. Het wil niet langer betalen voor de andere landen en ontwikkelt een eigen geo-politiek beleid, bij voorbeeld ten aanzien van de landen aan zijn oostgrenzen. Daardoor wordt Frankrijk, ooit centrum en leider van Europa, als het ware gemarginaliseerd. Maar Duitsland is traditioneel opener dan Frankrijk. Ik organiseer een colloquium over de herdenking van het verdrag van het Elysée. Ik had nooit gedacht, dat het zo moeilijk zou zijn om de Parijse intelligentsia te verleiden tot een ritje naar Bordeaux.''