Dominee

Van dominee Hans Visser uit Rotterdam hoorde je de laatste tijd nauwelijks meer. Hij had de tijdgeest tegen, zeker in zijn eigen stad. Zijn bekommernis met de allerzwaksten gold als achterhaald en bespottelijk. Ze hadden in Rotterdam wel iets anders aan hun hoofd.

Maar van Visser zullen ze in Rotterdam nooit helemaal afkomen, tenzij de Here der heren zelf ingrijpt. Gistermiddag liep hij fier door het centrum van de stad met `zijn' mensen: daklozen, drugsgebruikers, illegalen en uitgeprocedeerde vluchtelingen. Het was een kleine demonstratie met een hartstochtelijk appèl aan de landelijke politiek: laat deze mensen niet verrekken.

De stoet liep vanaf de Pauluskerk door het winkelcentrum naar het stadhuis op de Coolsingel. Men bleef bedeesd op de stoep, onder begeleiding van een handjevol politiemensen. De belangstelling van de Rotterdamse autochtonen was minimaal: wat meewarige blikken van winkeliers en passanten.

Daarna stond de groep zo'n 150 mensen enkele uren kleumend in de regen op het trottoir voor het Rotterdamse stadhuis te luisteren naar de onvermijdelijke toespraken. Een geïsoleerde groep have-nots waar voorbijgangers met een grote boog omheen gingen. Rotterdamse raadsleden lieten zich nauwelijks zien, maar de uitgenodigde landelijke politieke partijen kwamen met uitzondering van het CDA braaf opdraven.

En de LPF? Die was niet uitgenodigd. ,,Want dan gaat ik toch maar hakke'', zei de pronte organisatrice Nora Storm van de Rotterdamse Junky Bond toen ik haar er naar vroeg. Mevrouw Storm, zelf ook een onverbeterlijke junk, deed de interviews met de landelijke politici, waarbij ze sturende vragen niet uit de weg ging: ,,Het drugsbeleid is toch zeker kloute?''

Het gesproken woord was uiteraard vooral bij dominee Visser in stevige handen. Het was vandaag Martin Luther King-dag in Amerika, merkte hij trots op, alsof hij wilde zeggen: ik neem de fakkel maar even over.

Als ik zijn rede vrij en kort mag samenvatten: het was veel geschreeuw en weinig wol in Nederland, de waan van de dag regeerde, en de burger liet zich zand in de ogen strooien met beloften over meer veiligheid dankzij zwaardere straffen, terwijl de oorzaken onaangeroerd bleven. Kansloze mensen opjagen, daar waren we goed in geworden.

Toen moesten de demonstranten een lied aanheffen waarvan ze de tekst op een briefje kregen aangereikt. Een van de coupletten luidde: Als ieder voor zich leeft/ dan gaan de zwakken onder./ Als u te weinig geeft/ dan komt er echt gedonder./ Het broodje zalm bederft/ voor je het hebt gegeten./ Wie zich fortuin verwerft/ Is ons vaak snel vergeten. Refrein!

Een nog vrij jonge Marokkaanse of Turkse man stond eenzaam terzijde van de groep. Een Nederlandse vrouw kwam naast hem staan en liet hem de liedtekst zien. Ze probeerde samen met hem te zingen. Hij bewoog verlegen zijn lippen, vooral om háár een plezier te doen. ,,Politici, niet wijs, zij balken maar een ende'', moest hij zingen.

De finesse van de woordspeling zal hem en zijn lotgenoten ontgaan zijn, maar wat gaf het. Op het bordes stond een man die hen nooit in de steek zou laten, ook al zou de hele wereld LPF stemmen.

    • Frits Abrahams