Aan meer geld voor sport denkt de politiek nu niet

In de verkiezingsstrijd is sport geen item. Andere onderwerpen hebben prioriteit. Desondanks rekent sportkoepel NOC*NSF op een stevige sportparagraaf in het nieuwe regeerakkoord.

Hoewel brede consensus bestaat over nut en noodzaak van sport, besteden de politieke partijen er in hun verkiezingsprogramma's weinig aandacht aan. In een tijd dat de economische vooruitzichten slecht zijn en de macht wordt betwist op onderwerpen als integratie, veiligheid, onderwijs en zorg stellen de belanghebbenden in de sportwereld zich strategisch op. Geen hoog-van-de-toren-geblaas over meer overheidsgeld, maar met sportkoepel NOC*NSF als leidende instantie is de houding in deze verkiezingstijd: waken over de verworvenheden en lobbyen voor extraatjes.

De stille diplomatie van de `sport' staat in schril contrast met de houding van een jaar geleden, toen op initiatief van NOC*NSF in de Haagse Ridderzaal een groot politiek debat over sport plaatsvond. Bij die gelegenheid zegden vrijwel alle partijen een forse verhoging van het sportbudget toe. Was dat verkiezingsretoriek of ontbrak het de politieke leiders van dat moment aan voortschrijdend inzicht? De realiteit bij de kabinetsformatie was dat sport er geen euro bij kreeg; de belanghebbenden waren al blij dat sport in het regeerakkoord was ontsnapt aan de bezuinigingen.

NOC*NSF heeft als belangenbehartiger bij uitstek deze verkiezingsstrijd gekozen voor het lobbycircuit in combinatie met interactie via zijn website. Analoog aan de `Stemwijzer' op internet kunnen bezoekers reageren op elf stellingen over sport, die ook de zeven grootste politiek partijen zijn voorgelegd. Die antwoorden geven meer inzicht in de plannen met betrekking tot sport dan de partijprogramma's.

Van de VVD bijvoorbeeld, die de kiezers in het programma met maar twee alinea's over sport tegemoet treedt, komen we via de website van NOC*NSF meer aan de weet. Zo blijkt dat die partij ook nog streeft naar een sportwet, ,,waarmee de regelgeving in andere wetten ongedaan kan worden gemaakt, zodat vrijwilligers in de sport niet ergens onbedoeld de dupe van worden''.

Via de website komen ook andere partijen met een aantal interessante ideeën, die niet in hun programma's zijn terug te vinden. Zo vinden PvdA en D66 dat een deel van de studieschuld zou moeten kunnen afgelost door het verrichten van vrijwilligerswerk in de sport. Het CDA toont zich een sterk voorstander van fiscale faciliteiten voor vrijwilligers in de sport. De SP wil voor de breedtesport een grotere greep in de schatkist doen. Deze partij wil het budget daarvoor zelfs verdrievoudigen. Evenals GroenLinks is die partij voorstander van een wettelijke norm voor de inrichting van sport- en speelruimten in woonwijken. Naast het verplichte schoolzwemmen wenst de LPF dat op de basisschool één uur per week wordt vrijgemaakt voor judo of een denksport. D66 komt met het idee om voor kinderen tot dertien jaar een `strippenkaart' in te voeren waarmee zij dan kennis kunnen maken met de verschillende sporten.

In deze sombere economische tijden wordt over geld voor sport nauwelijks gesproken. Vrijwel geen partij spreekt zich expliciet uit over een verhoging van het sportbudget in de begroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Schijnbaar wordt het huidige bedrag van bijna 77 miljoen euro toereikend geacht. De houding van NOC*NSF op dit punt is opmerkelijk, omdat de sportkoepel een jaar geleden de toenmalige partijleiders bij het sportdebat nog uitdaagde bedragen te noemen. De partijen konden zich wel vinden in een jaarlijkse verhoging met 25 miljoen euro. De sportkoepel was opgetogen, want die toezeggingen kwamen tegemoet aan de ambitie van NOC*NSF om in 2006 het sportbudget van de overheid op het niveau van 250 miljoen euro te hebben.

,,Die doelstelling hebben we nog steeds'', verzekert NOC*NSF-voorzitter Hans Blankert. ,,Maar we zouden ons buiten de werkelijkheid plaatsen als we gezien de op handen zijnde bezuinigingen luidkeels meer geld zouden blijven vragen. We moeten wel realistisch blijven. Het doet me deugd dat de zeven grootste partijen positief hebben gereageerd op onze elf stellingen; daaruit blijkt dat sport leeft in de politiek. Op grond van die betrokkenheid ga ik er vanuit dat er een stevige sportparagraaf in het toekomstige regeerakkoord zal worden opgenomen. En dan is mij de samenstelling van de toekomstige regering om het even; als staatssecretaris Clémence Ross-Van Dorp maar verantwoordelijk blijft voor de portefeuille sport. Zij heeft er blijk van gegeven geïnteresseerd te zijn in sport en de belangen buitgewoon goed te verdedigen.''

Daags na de verkiezingen zal de periodieke bestuursvergadering van NOC*NSF gebruikt worden om een stevige wensenlijst voor de toekomstige formateur op te stellen. Daarin zullen twee zaken zeker onder de aandacht worden gebracht: de dreigende verdwijning van Melkertbanen in de sportsector en de dwingende wens om een coördinerend minister voor Sport te benoemen. Blankert: ,,Het zou voor de sport een ramp zijn als die 1.600 Melketiers worden wegbezuinigd; dit mag niet gebeuren. Met zo'n minister willen we bereiken dat alle besluiten bij de diverse ministeries die op sport betrekking hebben naar hem worden teruggekoppeld, terwijl hij op zijn beurt voor adviezen in nauw contact staat met NOC*NSF.''