Vijftiger verdient glijbaan in woestijn

In Egypte eindigde gisteren de 25ste Dakar-rally. Een bijzondere editie voor motorrijder Henk Vercoelen en basisschool De Klepperman.

Hij is de kampioen van de vijftigers. De vijftigjarige Henk Vercoelen uit het Brabantse Luyksgestel duldde in de 25ste Dakar-rally geen jongere motorrijder voor zich in het klassement. Met zijn 38ste plaats in het eindklassement bleef Vercoelen in de Egyptische badplaats Sharm El Sheikh zo'n zestig, veelal aanzienlijk jongere motorrijders voor.

De zwaarste woestijnrally ter wereld trekt twee soorten deelnemers: toppers en toeristen. De toppers zijn beroepsrijders die voor fabrieksteams uitkomen. Zij trainen het hele jaar door en worden in de rally bijgestaan door een regiment aan hulpkrachten.

Voor de toeristen telt alleen de eindstreep. Zij sleutelen na elke etappe zelf aan hun motor, zetten zelf hun tentje op en moeten het zonder masseur en grote assistentietruck stellen.

Vercoelen is zo'n liefhebber die de afgelopen twee weken op eigen houtje door de Sahara en de Sinaï-woestijn trok. ,,In Nederland ben je als crosser vogelvrij verklaard. Hier zijn we niemand tot last.'' Door de woestijn rijden is als skiën op een piste met verse sneeuw, zegt de enige Dakar-coureur met een fluorescerend oranje helm. ,,Je trekt sporen op een plek waar niemand eerder is geweest.''

Hij is al decennia gek op offroad-motorrijden. Vercoelen reed twee keer de Master Rally van Parijs naar Peking en diverse malen de rally's van Tunesië en Egypte. Aan de Dakar-rally deed hij tien keer mee. Eerst twee keer als monteur en daarna acht keer als motorrijder. Van alle rally's is het de mooiste, zegt hij. Thuis loopt hij op Dakar-pantoffels en in T-shirts, truien, broeken en jassen met het dakar-embleem, het silhouet van een woestijnnomade. ,,Ik heb alleen nog geen Dakar-onderbroeken''.

Van zijn achtste Dakar zullen hem de kou en het snelle parcours bijblijven, zegt Vercoelen. Andere jaren hoefde hij onderweg nooit te plassen. Nu stond hij regelmatig stil voor een sanitaire stap. ,,En het plast niet lekker als links en rechts collega's langs je heen scheuren'', zegt hij.

Op de lange zandduinen en steentrajecten in Libië en Egypte kon dit jaar veel harder gereden worden dan door de hobbelige woestijn van Mauretanië, doorgaans het toneel van de rally. Collega-motorrijder Eric Verhoef noemde de 25ste Dakar een rally voor bejaarden. De achtvoudig deelnemer had nog nooit zo'n licht parcours gereden.

Onzin, reageert Vercoelen. ,,Simpele Dakars bestaan niet. Doe maar eens navraag bij al die deelnemers die dit jaar in het ziekenhuis zijn beland.''

Wel vindt Vercoelen het tijd de wedstrijd harder te maken. De voortreffelijke catering mag wat hem betreft blijven. De veteraan heeft geen heimwee naar de tijd dat de coureurs zelf voor hun kostje moesten zorgen. Maar het lijkt hem een goed idee het navigatiesysteen GPS voortaan te reserveren voor noodgevallen en meereizende monteurs te verbieden. ,,Dan krijg je weer ouderwetse strijd.''

Als meewerkend directeur van een lakspuiterij heeft Vercoelen geen tijd om regelmatig naar een sportschool te gaan. Een keer of drie per week holt hij tien kilometer hard. En op zondag maakt hij op zijn KTM-motorfiets een ,,pittig ritje'' met een paar vrienden.

Tijdens zo'n zondagse rit brak Vercoelen vijftien maanden geleden zijn rechterpols. Een breuk die slecht genas. Met zijn arm in een verband verscheen Vercoelen vorig jaar bij de start in Arras. Met een gezicht als een oorwurm zwaaide hij zijn collega's uit.

In het ziekenhuis van Geldrop ging in februari de zaag in zijn scheef gegroeide pols. Met bot uit zijn heup en een metalen plaatje werd het gewricht gerepareerd. In augustus voorspelde de chirurg nog dat zijn hand nooit meer 100 procent zou functioneren. ,,Dat klopt'', zegt Vercoelen na een rit van 8.000 kilometer door de woestijn. Hij haalt de benodigde kracht nu uit zijn rechterschouder. En zijn pols doet zeer. ,,Maar ik doe niet zielig. Wie Dakar wil rijden moet iets voelen.''

Op zijn tocht door de woestijn heeft Vercoelen nóg een handicap te overwinnen. Hij spreekt geen vreemde talen. Geen probleem, zegt de coureur. Met handen en voeten pratend komt hij een heel eind. Zo wist hij bijvoorbeeld zes jaar geleden wedstrijdleider Hubert Auriol te overtuigen dat het idioot is dat alleen de eerste drie van het klassement een beker mee naar huis kregen. Vercoelen vertelde de Fransman over het kruisje dat schaatsers op de Bonkevaart in Leeuwarden krijgen als zij de Elfstedentocht uitrijden. Sinds dat gesprek ontvingen alle Dakar-deelnemers op het finishpodium een bronzen herinneringsmedaille. Vercoelen heeft er nu vier in zijn bezit. ,,De eerste is dof uitgeslagen, die moet nodig gepoetst.''

Om die medailles is het Vercoelen te doen. Hij rijdt voor de lol en niet om met zijn hoofd in de krant of op televisie te komen. RTL, dat dit jaar voor het eerst dagelijks verslag deed van de rally, vroeg of hij belangstelling had om af en toe in beeld te komen. Dat kon à raison van 400 euro per minuut, vertelt Vercoelen. Maar aangezien hij de kosten van deelname van 50.000 euro zelf betaalt en in tegenstelling tot andere deelnemers geen motorpak vol sponsornamen draagt, bedankte hij voor de mogelijkheid om tegen betaling interviews te geven.

Maar door het vroegtijdig uitvallen van negen van de vijftien Nederlandse deelnemers kwam hij in de tweede helft van de race toch regelmatig op het scherm. Gratis en voor niks, zegt Vercoelen. Voor zijn kinderen heeft dat prettige consequenties. Hij kwam een paar keer uitgebreid in beeld met een T-shirt van een metaalbedrijf in Beerselveld, waarvan hij de eigenaar goed kent. Vercoelen heeft hem telefonisch vanuit de woestijn voorgerekend dat die vrije publiciteit zo'n 5.000 euro waard is. ,,Ik heb hem gezegd dat ik op een mooie grote glijbaan reken voor de school van mijn kinderen.'' Basisschool De Klepperman in Luyksgestel kan zich er vast op verheugen, zegt Vercoelen met een grijns.

    • Arjen Ribbens