Twee graven voor een joodse kolonist

De Israëlische opperrabijn Lau toonde zich vanochtend geschokt over het gesol door politieke medestanders met het lijk van een joodse kolonist die door Palestijnen werd vermoord.

,,De roep moet duidelijk worden gehoord dat het lichaam van een dode niet voor een (politieke) demonstratie wordt misbruikt.'' Tot in het diepst van zijn ziel geschokt geeft Israëls opperrabbijn Israel Lau vandaag via de media uiting aan zijn verontwaardiging over de manier waarop gisteren opgezweepte fanatieke aanhangers van de extremistische Israëlische Kachpartij hebben gesold met het lichaam van een door Palestijnen vermoorde activist van deze – verboden – partij in Hebron.

De joodse kolonist Netanel Ozeri werd vrijdagavond door Palestijnse terroristen vermoord in zijn illegale, doodeenzame vestigingspunt buiten de joodse stadswijk Kiryat Arba nabij Hebron op de bezette Westelijke Jordaanoever. De moord en het begrafenisdrama dat zich gisteren en vannacht afspeelde, vormen in de notendop het tragische verhaal van de door religieuze emoties gedreven Israëlische nederzettingenpolitiek in en om de grote Palestijnse stad Hebron. De oude joodse gemeente in Hebron werd tijdens een Palestijnse pogrom in 1929 uitgeroeid en verdreven. Dit heeft aan de terugkeer van de joden naar deze stad na 1967 zo'n met religieuze en politieke emoties geladen spanning gegeven.

Gisteren werd in de sfeer van opwinding en roep om wraak zelfs het strenge religieuze taboe doorbroken dat het lijk van een joodse dode bedekt moet blijven. Aanhangers van de Kachbeweging ontvoerden het lijk niet alleen, maar sloegen ook het gebedskleed van zijn gezicht zodat de dode zichtbaar werd. Niet minder dramatisch voor de Israëliërs is vandaag het besluit van de krant Ma'ariv een foto af te drukken over vrijwel de hele voorpagina waarop het gezicht van de dode, omringd door zijn wenende geestverwanten, is te zien.

Na enkele wijzingen van de begrafenisbestemming werd Netanel Ozeri diep in de nacht in de stromende regen uiteindelijk in Hebron ter aarde besteld. De vrienden van de dode wilden hem nabij zijn illegale vestigingspunt begraven ter staving van de aanspraken op het stuk land waar de kolonist zich met zijn vijf kinderen en vrouw had gevestigd en de bescherming van het leger had gekregen. De weduwe stond er echter op dat haar echtgenoot naast Baruch Goldstein op de joodse begraafplaats bij Kiryat Araba zou worden begraven. Haar man was een groot bewonderaar van Goldstein, die in 1994 29 Palestijnen in de Ibrahim-moskee in Hebron had vermoord. Netanel Ozeri heeft in een boek Goldstein uitbundig geprezen. Zijn bejaarde ouders hadden juist gesmeekt om hun zoon in Jeruzalem te begraven. De zieke vader zou daar het graf van zijn zoon kunnen bezoeken. Hebron ligt te ver voor hem.

Deze wens van de ouders werd zelfs door de rabbijnen in Hebron genegeerd. Zij bepaalden dat Netanel op de oude joodse begraafplaats in de stad ter aarde moest worden besteld waar ook de drie aartsvaders begraven zijn. Daar, maar ook bij het illegale vestigingspunt, waren inmiddels graven voor Netanel Ozeri gegraven. In deze hysterische verwarring werd het lijk van de ene naar de andere plaats gesleept. Achter de lijkstoet en ervoor vergrepen opgezweepte kolonisten zich in de straten van Hebron aan Palestijns eigendom. Ruiten werden ingegooid, auto's beschadigd, stalletjes op de markt omvergeworpen.

Politie en leger hadden opdracht gekregen te voorkomen dat deze nieuwe martelaar van de joodse terugkeer naar Hebron op heuvel 26, de plaats van de illegale vestiging, zou worden begraven. Dat leidde tot botsingen tussen de rouwende kolonisten en de politie waarbij enkele politieagenten werden gewond.

    • Salomon Bouman