Thyrza's ring

Bots is een ondernemende, sportieve kat. Maar waar is plotseling Thyrza's ring gebleven?

In mijn zitkamer ligt een houten vloer met een kleed er op. Dat kleed heb ik drie jaar geleden opgeslagen, omdat ik te soft ben en ik geen inbreuk wilde maken op de genoegens van de kater Bots, wiens concept van permanente training door het kleed gehinderd werd.

Bots was een vreemdeling op aarde: een grote rode kater, mager en lelijk. Een echte zwerver was hij niet; hij hoorde bij de buurt, scharrelde overal rond en bietste zijn eten bij elkaar. Zijn wereldse goederen bestonden uit een halsbandje en een koperen penning waarin zijn naam was gestanst.

Hij bezorgde mij schuldgevoelens, altijd maar door regen en storm sjokkend. In die tijd wilde ik geen kat in huis, maar tegen Bots' manipulatieve techniek was ik niet bestand.

Hij regisseerde een navrante, Dickensiaanse scène toen ik, op een koude avond, volgevreten en -gedronken en warm ingepakt, Bots aan mijn deur vond, bibberend onder de sabelhouwen van de Noordooster. ,,Voor één nachtje dan'', zei ik; en Bots holde naar binnen en bleef drie jaar.

Een opgeruimd dier dat, als een dichter met een uitkering, nu eindelijk de waaier van zijn persoonlijkheid kon openvouwen. Hij deed nooit, als andere katten, aan meditatie, en verwierp alle zelfinkeer. Bots was voor de volle tweehonderd procent een sportkat. Hockey, voetbal, tennis, golf hadden geen geheimen voor Bots.

Eerst zocht hij naar een geschikt voorwerp, zeg een puntenslijpertje. Dat werd naar beneden gedreven, waarna men de kampioen in actie kon zien. Het puntenslijpertje had geen enkele kans. Over de vloer sprintend, van de ene naar de andere klauw kaatsend, dreef Bots het onophoudelijk heen en weer, vrijwel nooit een slag missend. In extraverte buien demonstreerde hij een zeer sierlijke snoekduik en het was een lumineus idee het voetballen op de tv aan te zetten. Mijzelf verveelde dit na twee minuten, maar Bots kleefde aan het scherm, zag de hele wedstrijd uit en volgde van lieverlee allerlei competities. Soms verdween Bots een paar dagen, het bourgeois-leven beu, maar gelukkig kwam hij altijd terug. Ik was in die tijd niet gelukkig, maar Bots wist dat aardig te verhelpen. En toch – the world is too much with us.

Op een novemberavond laat ging de voordeurbel. En daar stond Thyrza, die mij tien minuten geleden verlaten had – maar dan anders. Thyrza, mijn mooie elegante Thyrza, door en door nat. Vuil water droop uit haar dure wollen pakje op mijn vloer, haar haren hingen als een dweil om haar hoofd. Bovendien kookte zij van woede.

,,Maar Thyrza'', zei ik dom, ,,wat is er met jou gebeurd?''

Zonder te spreken ging zij naar boven en ik hoorde de douche ruisen. Ik ried Bots aan uit haar buurt te blijven zolang zij kwaad was.

Daar was zij weer, in mijn kamerjas, en deed haar verhaal. Thyrza ontsloot juist haar autoportier toen een busje vol geestige bierdrinkers een opzettelijke slinger maakte, door een diepe plas reed, Thyrza onder een golf vuil water bedelvend en onder luid gejoel doorrijdend.

,,Ik ga dat tuig aangeven! Ik zal ze hun lesje wel instampen!''

,,Heb je het kenteken?''

,,Natuurlijk.'' Zij begon te bellen. Inderdaad – natuurlijk, dacht ik. Iemand anders niet maar Thyrza wel. Ik luisterde hoe een onfortuinlijke konstabel abrupt tot de orde werd geroepen; zij was niet tevreden voor de politieauto's uitrukten. Dus rukten ze uit.

Na dit gesprek zei ze bits: ,,Ik kon geen schone handdoek vinden, voor mijn haar. En breng mijn ring mee. Ligt op de wastafel.''

Ik vond wel een handdoek maar geen ring. ,,Ergens anders neergelegd?'' zei ik losjes.

,,Ben je gek? Mijn diamanten ring? Die ik van mijn moeder heb geërfd? Gebruik je ogen, idioot.''

Ik zei dat ze zelf moest gaan kijken. Tenslotte kwam ze de trap weer af. ,,Weet je wat? Ik geloof dat jíj mijn ring op zak hebt. Het klopt: je hebt nooit geld en mijn vader zegt al jaren dat je niet deugt. Keer je zakken om!''

Ik werd nogal rood in het gezicht. Thyrza zei dat ze aangifte van diefstal ging doen en ik zei iets zeer onaangenaams. Zij ving mij een vlieg af door de voordeur zacht en beleefd te sluiten.

,,Ze kan barsten met haar aangifte'', zei ik tegen Bots, die al die tijd was blijven trainen voor de Wisselbeker. Maar de volgende ochtend verscheen een knaap in een pakje, compleet met laarzen, die zeer beleefd was. Hij zag zulke zaken het liefst in der minne geschikt. Het ware het beste als ik hem de ring gewoon, man tot man, teruggaf. Had ik die niet in mijn bezit? Wist ik dat wel zeker? Dichters waren soms, nu ja. Als hij eens even rondkeek?

Ik werd een beetje moedeloos van zijn gehuichelde grijns. Daar zat hij, zijn enorme schuiten stevig op de vloer. Tussen zijn zolen was een kier daglicht en het was in die opening dat Bots, met een van zijn elegantste slagen, Thyrza's ring plaatste. Hole in one, zei ik prijzend, terwijl de agent mij de boeien omdeed.

En nu zit ik hier, en niemand gelooft mij! Ze willen zelfs niet luisteren! Ze willen steeds dat ik iets onderteken. En erger nog: ook Bots is in verzekerde bewaring genomen. Ze willen afdrukken van zijn zooltjes, nemen monsters van zijn speeksel en plukken haar uit zijn vacht, alles vanwege zijn DNA. Mijn advocaat zegt dat ze hem in verband willen brengen met andere juwelendiefstallen. Help!

    • Paul Marijnis