Sporthoofddoekje

Zou de contrarevolutie aanstaande zijn in Iran? Van alle signes avant coureurs die uit dat land ons de laatste jaren hebben bereikt, is het weer toelaten van vrouwen in stadions het meest tot de verbeelding sprekend voorteken. Althans voor iemand zoals ik die de maatschappelijke relevantie van sport belangrijker acht dan de prestatie zelf.

Afgaande op het stuk van Thomas Erdbrink, zaterdag in deze krant, is met de blijde herintrede van (gesluierde) vrouwen in het Peykan-stadion in Teheran een weerzinwekkend islamitisch sporttaboe doorbroken. De vrouwen die voor het eerst in twintig jaar op de tribunes mochten plaatsnemen zijn zeker gelukvogels. In het kuise Iran waar elke vierkante centimeter bloot vel die men tentoonspreidt gelijkstaat aan het plegen van ontucht, moeten die vrouwen een ware pornoshow hebben ondergaan: die 44 naakte en behaarde mannenbenen op de grasmat moeten hun erotiserende uitwerking niet hebben gemist.

Anders ging het er nog kort geleden aan toe in het Afghanistan van de Talibaan, waar voetbalspelers verplicht werden lapjes gaas tussen hun shorts en sokken te naaien. Het schijnt dat in Teheran iemand een spandoek aan het hek van het stadion had opgehangen met de tekst `islam bevestigt dat sport goed is voor mensen'. Zou kunnen, maar er van uitgaande dat de islam ook vrouwen tot de categorie mensen rekent, vraag ik me af of die leuze wel klopt. Want je hoeft geen doorgewinterde statisticus te zijn om tot de conclusie te komen dat moslima's niet veel voorstellen in de traditionele sportwereld. In ieder geval én in vergelijking met hun mannenbroeders vallen ze niet echt op door hun massale aanwezigheid bovenaan de ranglijsten of in de sportuitslagen. Er zijn bijvoorbeeld langeafstandloopsters uit de Maghreb-landen gesignaleerd, maar hoe hoogwaardig hun prestaties ook zijn, deze kunnen de machteloosheid van het participerende getal niet verhullen. Een kwestie van cultuur? Misschien dat het machismo dat moslimculturen vaak kenmerkt maakt dat voor de islamitische communis opinio vrouwen niets in sport hebben te zoeken.

Ik moest hier aan denken toen ik de lijst van vooraanstaande Nederlandse Marokkanen zag die onlangs een petitie tegen discriminatie hebben ondertekend. Bij de zeven sporters die de petitie steunen bevindt zich geen enkele vrouw. (Yassine Abdellaoui van NAC, Mohammed Allach van Dordrecht'90, bokser Nordin Ben Salah, Nordin Boukhari van Ajax, Dries Boussatta van Excelsior, Ali el Khattabi van AZ, Adil Ramzi van PSV).

Als sport de integratie bevordert, wat ik geloof, geldt dit adagium niet echt voor islamitische meisjes en vrouwen. Niet alle moslima's dragen een hoofddoek, maar voor de steeds groeiende groep die het noodzakelijk vindt het haar te bedekken, kan sport niet echt bevrijdend en emanciperend werken. Probeer eens met ingepakt hoofd een 1.500 meter te lopen of een handbalwedstrijd te spelen. Islam en vrouwensport op een kussen, daar slaapt misschien wel een boze djin tussen.

Cindy van den Bremen ontwierp in 1999 een sporthoofddoekje – strak, luchtig en soepel, speciaal voor bedekte moslima's die anders door hun gymleraar naar huis zouden zijn gestuurd. De hoofddoekjes zijn inmiddels voor de consument verkrijgbaar, maar Nike en Adiddas weigeren die mutsen te commercialiseren.

Gelijk hebben ze. Want wat de ontwerpster ondanks haar goede bedoelingen deed, was niets anders dan de textielgevangenis van jonge moslimmeisjes te verstevigen. Denken dat het sporthoofddoekje ooit een doorstroming van talenten naar de topsportregio kan bevorderen, is volstrekt irrealistisch. De draagster ervan zal net als haar Iraanse geloofsgenoten nooit een perceeltje bloot vlees (gezicht en handen uitgezonderd) aan het publiek prijsgeven. Korte broeken en shirts zijn dan ook met een sporthoofddoekje taboe. Misschien is schaatsen nog mogelijk, maar dan moeten de geestelijke dochters van de profeet wel hun aërodynamische vrouwelijkheid in een jute zak verbergen.