`Nederland is een exotisch land'

Gisteren was de slotdag van het literaire festival Winternachten. Wie is trots op Nederland en hoe klinkt het volkslied herdicht door Kader Abdolah.

Raymond van het Groenewoud opende zaterdag de tweede avond van Winternachten, het festival waar schrijvers uit Nederland, Suriname, Indonesië, de Antillen en Zuid-Afrika elkaar ontmoeten. Zijn liedjes hielpen de bezoekers niet aan een beter `Beeld van Holland', het thema van het festival, maar dat deerde niemand. Van het Groenewouds thema is universeel: de liefde of het gebrek daaraan. ,,Is het niet gezellig om voor elkaar de hel te zijn?'', zong de Belg, begeleid door saxofonist Bertus Borgers, over het huwelijk.

Muziek was er in overvloed in het Theater aan het Spui. De band Sâlt speelde met behulp van een sousafoon – een tuba, maar dan nog groter – een bevreemdende cover van Paradise by the dashboardlight. Later op de avond trok Surinaamse dansmuziek van de Ghabian Boys iedereen naar de foyer.

Lang voor deze muzikale optredens spraken Geert Mak en Henk Hofland over vaderlandsliefde. Hofland gaf aan daar tweeslachtig in te zijn. ,,Ik heb doodsangst dat een Nederlander een ongelukkig figuur slaat in het buitenland. Anderzijds ben ik erg trots als het goed gaat.'' Hofland zei kritiek op zijn vaderland nooit te uiten ten overstaan van buitenlanders. ,,Dat gaat ze niks aan.'' Geert Mak constateerde de neiging bij Nederlanders om in zichzelf te keren. ,,Wat dat betreft zijn we een exotisch land.''

Het drukst was het in de Grote Zaal toen Kees van Kooten, Herman Koch en een nogal chagrijnige Geert van Istendael spraken over vooroordelen over Nederland. Het onderdeel, dat werd geleid door auteur Ed van Eeden, droeg de titel The Undutchables – een verwijzing naar het beroemde boek over Nederlanders van Colin White. Van Istendael vond het een vooroordeel dat Nederland zo goed georganiseerd zou zijn. ,,Ik deed laatst zes uur over de treinreis van Den Haag naar Brussel'', aldus de Belg. Koch en Van Kooten kwamen niet zozeer met vooroordelen, als wel met een typologie van het Nederlandse volk en zijn overheid, die volgens Van Kooten te bevoogdend is: ,,Wist u dat de kwikthermometer per 1 januari 2003 is verboden? Nooit meer kwikballetjes zoeken op het tapijt. Ik heb er gauw tien gekocht, en als ze komen zoeken, weet u wel waar ik ze zolang verberg.'' Koch constateerde dat Nederland de neiging heeft om kleine, onderdrukte landen te helpen. ,,Eerst Israël, nu Palestina.''

Zondag deden enkele schrijvers een voorstel voor een nieuw volkslied. Auteur Kader Abdolah bleef dicht bij het (tweede couplet van het) origineel, al was de religieuze strekking geheel verwijderd. Zo werd de regel ,,In Gods vrees te leven heb ik altijd betracht'' in Abdolah's versie: ,,Mijn mening te uiten heb ik altijd betracht.'' Ergens anders vervangt de schrijver 'God' voor 'De hoop'.

Het volkslied van Van Istendael stond bol van afgezaagde vooroordelen, zoals het standpunt dat Nederlanders geen Engels kunnen spreken: ,,Land waar het hele volk de taal van Sjeekspier blaat.'' Eén nieuw volkslied. Het lied Trots! van Theodor Holman was zo nationalistisch dat het een waardige vervanger voor het Wilhelmus zou kunnen zijn: ,,In mijn land zijn wij trots op de mens die wij zijn, die een storm kan verdragen en hulp biedt bij pijn, die de geest staalt met daden door de kracht van zijn brein.''

    • Ward Wijndelts