Miricioiù is nog steeds koningin van de Matinee

Voor het eerst bracht de Operaserie van de Matinee op de Vrije Zaterdag eenzelfde opera voor de tweede maal. Het melodrama Iris (1898) van Pietro Mascagni– vooral bekend van de eenakter Cavalleria Rusticana – ging eerder al in 1963, toen met Magda Olivero in de tragische titelrol. Zaterdag was het Nelly Miricioiù, die haar roldebuut maakte als Iris en daarmee opnieuw haar reputatie als Koningin van de Matinee bestendigde.

In Iris staat tussen boze droom en werkelijkheid weinig in de weg. Jongeman Osaka ontvoert wasmeisje Iris en stopt haar in een bordeel, waar zij weigert in te gaan op zijn avances. Intussen showt de sluwe bordeeleigenaar Kyoto zijn jongste aanwinst op het balkon, waar Iris' vader haar signaleert en haar behalve vuile woorden een gulle hand drek naar het hoofd slingert. Iris stort zich in wanhoop in het open riool en sterft.

Aan de oppervlakte realiseerde Mascagni in Iris een moeilijk te overtreffen staaltje verismo van het rauwste soort. Maar Iris is veel meer dan een ongepolijste muziektheatrale vertelling. Zo begint de opera met een scène die muzikaal ook meteen het hoogtepunt is; een overdonderende ode aan de zon door koor en orkest, die de koud uit zijn jas geholpen luisteraar de rillingen langs de rug jaagt in het vroege vermoeden dat deze dag wel eens noodlottig zou kunnen eindigen. Maar ook verder is Iris een dramaturgisch moeilijk te omschrijven opera, waarin poppen en schimmen zingen en symboolzwangere raamvertellingen door de handeling meanderen.

Dirigent Jean-Yves Ossonce van de opera in Tours slaagde erin het diverse karakter van deze vaak zeer origineel geïnstrumenteerde muziek op overtuigende manier vorm te geven. Het Radio Symfonie Orkest overtuigde zowel in de ongrijpbare hele-toonstoonladder die de slotakte schraagt als tijdens de schmierende strijkers die Iris' laatste zuchten in het moosgat begeleiden.

Vocaal was Iris tot in alle geledingen fantastisch bezet. Dat begon al bij het prachtige aandeel van het Groot Omroepkoor, dat nu eens de gedaante van een roedel hitsige hoerenlopers aannam, dan weer van een groep onschuldige zwierende wasmeisjes. De legendarische bas Nicolai Ghiaurov, inmiddels tegen de tachtig, ontroerde en overtuigde als de uit liefde al te barse, blinde vader van Iris. Evenzeer goed getypecast bleken de bariton Paolo Gavanelli als een pooier met vileine hoge noten en de jonge Estse sopraan Aile Assonyi (geisha/Dhia), die ontroerde met haar ouderwets aandoende, altig warme timbre. Dè ontdekking bleek de jonge, zeldzaam rijzige tenor Nicola Rossi Giordano (Osaka), die pas drie jaar zingt maar met zijn soepele en krachtige stem het predikaat veelbelovend verre is ontstegen.

Hart en ziel van deze Iris kregen echter met name gestalte in sopraan Nelly Miricioiù, die de titelrol zong met een huiveringwekkende mate van inleving en dus naïviteit, angst en afgrijzen in één stem verenigde met het inktvislied (`Un di – ero piccina') en de slotscène als hoogtepunten. Hoewel de officiële seizoensbrochures nog moeten uitkomen, verraadt Miricioiù's website dat zij begin volgend seizoen terugkeert in de Matinee als Imogen in Bellini's Il pirata en in maart 2005 bij de Nederlandse Opera de titelrol vertolkt in Bellini's Norma, naast tenor Nicola Rossi Giordano.

Concert: Iris van P. Mascagni door Radio Symfonie Orkest/Groot Omroepkoor o.l.v. Jean-Yves Ossonce. Gehoord: 18/1 Concertgebouw, Amsterdam. Radio 4: 21/1 20 uur.

    • Mischa Spel