Met een bijtend gevoel voor humor

,,De levenden zijn bang voor de doden. Daarom zeggen ze niets dan goeds over hen.'' Dat dit mechanisme ook in werking zou treden na haar eigen dood, was niet zo moeilijk te voorspellen, maar postuum zet de gisteren op 86-jarige leeftijd overleden Franse journaliste, schrijfster, scenariste, feministe, columniste en oud-staatssecretaris Françoise Giroud de schrijvers van haar in memoriam toch nog even te kijk. Het betekent intussen niet, dat hun lof niet welgemeend is: de na een val in een theater, donderdagavond, aan hoofdletsel bezweken Giroud was een oprecht alom beminde, nationale figuur.

En dat terwijl Giroud lid was van een gewantrouwde kaste: de journalistiek. Van alle beroepen die ze heeft uitgeoefend was dat haar grootste liefde. Deze week stond, zoals steeds sinds 1985, haar televisiekritiek nog in het weekblad Le Nouvel Observateur. De `obscene ouderdom, die deur na deur voor je neus dichtslaat' heeft niet verhinderd dat ze in het harnas stierf.

Giroud, geboren als Françoise Gourdji uit Turks-Russische ouders, verliet de school nog voor ze vijftien jaar oud was. Ze werkte als stenotypiste, later als script-girl en vervolgens als scenariste mee aan meer dan 25 films. De term `nouvelle vague' is door haar gemunt.

In de oorlog zat Giroud in het verzet: opgepakt door de Gestapo ontsnapte ze ternauwernood aan deportatie. In 1953 richtte ze samen met Jean-Jacques Servan-Schreiber L'Express op, het eerste Franse tijdstijdschrift, naar het voorbeeld van het Amerikaanse Time Magazine en Newsweek. De directe, alledaagse en kritische toon was gloednieuw en maakte school. Niet Servan-Schreiber maar zij leidde het weekblad: talloze, vooral vrouwelijke journalisten getuigen vandaag van hun dankbaarheid. Ze was een hoofdredacteur die tegen de postsoorteerder kon zeggen: ,,Schrijf eens een stuk, kijken of het lukt.''

Het `kijken of het lukt' paste ze in 1974 op zichzelf toe, toen ze als linkse feministe toetrad tot de regering van de toenmalige, rechtse president Valéry Giscard d'Estaing, als staatsecretaris voor vrouwenemancipatie, later voor cultuur. Ze was verantwoordelijk voor een groot aantal nog altijd geldende emancipatie-wetten, maar onverteerbaar bleef dat vrouwen nog altijd onderbetaald zijn. Ze hield er ook een diep wantrouwen voor de macht aan over, uiteraard verwoord in een boek, La Comédie du pouvoir.

Mannen vond ze `wel aardige mensen, met grote voeten en laffe trekjes'. Eén van die mannen, president Jacques Chirac, die ze veelvuldig op de korrel nam, prees haar `intelligentie en scherpe blik (-) haar fijne pen en haar bijtende gevoel voor humor'.