Historisch besef is onzin

Wij leven niet in een kenniseconomie, maar in een babbeleconomie en historische kennis is derhalve niet nodig, meent Bastiaan Bommeljé.

Telkenmale als het geschiedenisonderwijs ter discussie staat, klimt een aantal hoogleraren in de pen om de noodklok te luiden over de teloorgang van het vak. Dit keer blazen de hoogleraren Blom en De Rooy (met steun van `een groot aantal prominenten') hoog van de toren om hun afkeer kenbaar te maken over voorstellen geschiedenis weer keuzevak voor de bovenbouw in het middelbaar onderwijs te maken (NRC Handelsblad, 16 januari). De in hun ogen `schrijnende' voorstellen zijn `onverantwoordelijk'.

Het hooggeleerde geklaag over geschiedenisonderwijs klinkt al sinds het vak in 1857 verplicht werd op de lagere school, in elk geval sinds geschiedenis in 1860 een eigen leerstoel kreeg in Leiden (die regelmatig onder vuur lag), en zeker sinds geschiedenis in 1921 een zelfstandige afstudeerrichting werd (zowat een eeuw later dan in de rest van Europa).

Telkenmale ook betogen de historici – ook deze keer – dat geschiedenis `verplicht moet blijven' en `onmisbaar' is. Dit komt, stellen zij, door de `vormende waarde' van `historisch besef'. Historisch besef, stipuleren Blom en De Rooy, stelt burgers ,,in staat in sterk veranderende tijden een eigen positie te kiezen.'' Het belang van geschiedenis, en van historische argumentatie is volgens hen alleen maar toegenomen.

De bezorgdheid van Blom en De Rooy is lovenswaardig, maar toch bevat hun betoog een aantal wezenlijke problemen. Die problemen hebben in de eerste plaats te maken met hun maatschappelijke heilsverwachtingen van geschiedenisonderwijs. Daarnaast is er de kennistheoretische vraag of men het heden wel kan `begrijpen', laat staan `zijn verleden' kan `kennen'. Maar vooral hebben die problemen te maken met de centrale rol van de begrippen `historische besef' en `historische argumentatie'.

Historisch besef is een begrip dat het in de journalistiek en politiek goed doet, maar juist voor historici zonder betekenis moet zijn. Volgens Blom en De Rooy stelt historisch besef burgers in staat op zijn minst te begrijpen waar het allemaal over gaat. Wat dit betekent, en hoe dit werkt in het onderwijs, wordt nergens uitgelegd. Wanneer en hoe krijgt een leerling historisch besef? En wie kan dit vaststellen? Waar ligt de grens tussen een leven zonder en met historisch besef? En zou je zonder historisch besef de werkelijkheid inderdaad op onverantwoorde wijze beleven? Niet voor niets klinken vanuit het onderwijsveld zelf al tijdenlang bezorgde geluiden over hoe de examens in `historisch besef' er nu uit moeten gaan zien.

En hoe zit het met het belang van `historische argumentatie'? Ook dit is een betekenisloze term. Er is helemaal geen historische argumentatie, net zomin als er een `biologische argumentatie' of een `neerlandistieke argumentatie' bestaat. Het aardige van argumentaties is juist dat die voor iedereen hetzelfde zijn: de mate van juistheid en probleemoplossend vermogen is onafhankelijk van de persoon of het vakgebied waaruit ze voortkomen. Historici kunnen op geen enkele manier aanspraak maken op een bijzondere, openbarende of inzichtgevende manier van redeneren. Wie anders beweert, heeft een metafysische, neen, sjamanistische opvatting van geschiedenis die niet van deze tijd is.

De drie pijlers waarop Blom, De Rooy en de prominenten hun pleidooi voor geschiedenis als verplicht vak stoelen (nationale opvoeding, historisch besef, historische argumentatie) snijden geen van alle hout.

Betekent dit nu dat er helemaal geen reden is te pleiten voor goed of verplicht geschiedenisonderwijs in Nederland? Nu ja, redenen zijn er genoeg. Net zoals er redenen genoeg zijn om te pleiten voor goed literatuuronderwijs, goed wiskundeonderwijs, goed klassieke-talenonderwijs en goed kunstonderwijs. In goed onderwijs, in onderwijs dus dat niet streeft naar besef maar naar kennis, zit immers altijd een historische component, die een historisch perspectief biedt op elk vakgebied – en daarmee op de werkelijkheid. Dat men met dit historisch perspectief het heden zou kunnen begrijpen, valt overigens sterk te betwijfelen.

Feit is intussen wel dat moderne jongeren doorgaans vrijwel niets van het verleden weten, en dat ze historisch veelal geheel onbekwaam zijn. Of dit nu zo rampzalig is als Blom en De Rooy stellen, blijft de vraag. Wij leven immers helemaal niet in een kenniseconomie, maar in een babbeleconomie, hetgeen weer blijkt uit de vele loze woorden in het artikel van Blom en De Rooy. En in een babbeleconomie heb je helemaal geen historische kennis nodig om ,,te begrijpen waar het allemaal over gaat''.

Bastiaan Bommeljé is historicus, redacteur van Hollands Maandblad en uitgever.

www.nrc.nl/discussie: Moet geschiedenis verplicht blijven in de Tweede Fase havo/vwo?

    • Bastiaan Bommeljé