Het `vergeten' Mahler-incident staat op cd

De pas uitgekomen box met historische opnamen van het Concertgebouworkest documenteert een merkwaardige actie tijdens een concert, vlak na het begin van de Tweede Wereldoorlog.

,,Deutschland über alles, Herr Schuricht'', sprak een dame op 5 oktober 1939 in het Amsterdamse Concertgebouw tegen de Duitse dirigent Carl Schuricht, die het Concertgebouworkest leidde in een uitvoering van Mahlers Das Lied von der Erde. De vrouw was naar het podium gelopen om daar Schuricht toe te spreken en verliet vervolgens de zaal. De kranten kwamen er destijds niet uit wat haar bedoeling kon zijn geweest. Was de actie gericht tegen de joodse componist Mahler of tegen de Duitse dirigent Schuricht? Of was de `gebrilde juffrouw' alleen wat verward?

Die woorden `Deutschland über alles, Herr Schuricht' zijn nu opnieuw te horen op een cd die in ons land is uitgebracht van de radio-opname van dat concert. Eerder verscheen de in ons land weinig bekende opname slechts op buitenlandse liefhebberlabels. De cd is een onderdeel van een dertiendelige box met historische radio-opnamen van het Concertgebouworkest uit de periode 1935-1950. Naast deze bijzondere opname van Das Lied von der Erde bevat de box nog een opmerkelijke `nieuwe' Mahler-opname uit 1947: de Eerste symfonie o.l.v. Bruno Walter.

Het incident tijdens Das Lied von der Erde was destijds veel duidelijker hoorbaar via de radio dan in de zaal. Nu zijn de woorden van de vrouw bij het overzetten op cd nog eens extra elektronisch uitgelicht. Het incident vond plaats nauwelijks een maand na het begin van de Tweede Wereldoorlog op 1 september 1939, toen Duitsland Polen binnenviel.

Het is nog steeds moeilijk conclusies te trekken uit dat `Deutschland über alles, Herr Schuricht'. De vrouw spreekt zeer keurig Nederlands, maar ondanks de licht bestraffende toonzetting blijft ze raadselachtig. Hoort achter `Herr Schuricht' een uitroepteken of een vraagteken? Het is het verschil tussen terechtwijzend `Duitsvriendelijk' of ironiserend `Duitsvijandig', tussen een anti-joodse actie of een actie vóór de van oorsprong joodse componist Mahler.

De situatie was verwarrend. Mahlers muziek werd hier immers uitgevoerd onder leiding van een Duitser, al jarenlang een Mahlerdirigent. Schuricht (1880-1967), die inviel voor de zieke Mengelberg, had in Berlijn toestemming gevraagd èn gekregen voor het uitvoeren van deze muziek, die in Duitsland al verboden was. Dit concert was zo de voorbode van de Duitse supervisie.

Het incident ontbreekt in het boek Muziek in de schaduw van het Derde Rijk – De Nederlandse symfonie-orkesten 1933-1945 van Pauline Micheels uit 1993. Toch wordt daaruit duidelijk dat Carl Schuricht, die in 1928 in Amsterdam debuteerde en sinds 1930 in het Scheveningse Kurhaus zomerconcerten bij het Residentie Orkest had geleid, hier omstreden was.

Het Utrechtsch Stedelijk Orchest had Schuricht in 1938 naast Willem van Otterloo tot eerste dirigent benoemd. De aanstelling van een Duitser werd door de componist en criticus Wouter Paap gezien als ,,een klap in het aangezicht van de Nederlandsche muziekcultuur.'' De componist Piet Ketting vond de benoeming van Schuricht ,,hoogstens een hakenkruis waard, en zijn persoon is zeker niet universeel, important en voor ons nationaal genoeg om de dirigeerstaf van wijlen Evert Cornelis te mogen voeren.''

Twee jaar eerder had Schuricht in Wiesbaden een Nederlands Muziekfeest georganiseerd met uitvoeringen van componisten als Wagenaar, Badings, vader en zoon Landré, Van Otterloo, Orthel, Van der Horst, Voormolen en Rudolf Mengelberg. Het eerste concert was begonnen met uitvoeringen van het Wilhelmus, het Deutschlandlied en het bij nazi's populaire Horst Wessellied.

De joodse componist Bertus van Lier had om principiële redenen geweigerd in te gaan op Schurichts uitnodiging om een werk in te sturen. Vlak voor de Olympische Spelen in Berlijn paste volgens Van Lier ,,geen enkele tolerantie, geen enkel compromis meer. Hier baat nog slechts gemeenschappelijke oppositie van allen die staan aan de zijde van mannen als Toscanini, Menuhin, Casals, Busch, Huberman.'' Dat waren wereldberoemde musici die weigerden nog in Hitler-Duitsland op te treden.

De vrouw die Carl Schuricht tijdens het concert toesprak met `Deutschland über alles, Herr Schuricht' kan de bedoeling hebben gehad hem te wijzen op de kracht van Mahlers muziek en op het schandelijke Duitse antisemitisme. Maar ze kan ook om pro-Duitse of antisemitische redenen teleurgesteld zijn geweest dat de Duitser Schuricht hier Mahler dirigeerde. In feite lag alles nóg complexer. De componist was geboren jood, werd later katholiek en getuigde in Das Lied von der Erde van pantheïsme. De in Polen geboren Schuricht was getrouwd met een joodse en week in 1944 uit naar Zwitserland.

De vrouw kende Mahlers Das Lied von der Erde uitstekend. Dat blijkt uit het in dramatisch opzicht uitstekend gekozen moment waarop ze zich liet horen. Ze sprak tot Schuricht, toen het orkest even stilviel aan het slot van het lange en huiveringwekkende tussenspel in het laatste lied Der Abschied. Schuricht dirigeerde ,,wit als een laken'' verder. De Zweedse mezzo-sopraan Kerstin Thorborg zong de laatste tien minuten superieur. Voor de Zweedse tenor Carl Martin Öhman was het incident heel merkwaardig: twintig minuten eerder had hij hier met het vijfde lied zijn belangrijke internationale carrière beëindigd.

Deze cd is ook in andere opzichten opmerkelijk. Deze uitvoering van Das Lied von der Erde is groots, indrukwekkend en voortreffelijk gezongen. Schuricht toont zich een bezield Mahlerinterpreet. Hij veroorlooft zich naar hedendaagse maatstaven, net als Mengelberg, vrijheden in de tempi met zeer effectieve vertragingen en stiltes. Destijds twistten de critici: de een vond de uitvoering een afspiegeling van Mengelberg, de ander vond die principeel anders, zonder Mengelbergs `romantisering'.

Deze uitvoering van Das Lied von der Erde is de vroegste opname van het werk door het Concertgebouworkest. Er zijn slechts drie andere vooroorlogse Mahleropnamen van het Concertgebouworkest: het Adagietto uit de Vijfde symfonie (1926), de Lieder eines fahrenden Gesellen met Hermann Schey (1939) en de Vierde symfonie (1939), alle gedirigeerd door Willem Mengelberg.

De Nederlandse dirigenten die men hoort op de opnamen in deze box, Van Otterloo, Koetsier, Mengelberg en Van Beinum, kwamen na de oorlog voor een Ereraad wegens hun activiteiten tijdens de bezetting. De uitspraken wisselden van een `reprimande' voor Van Beinum tot uitsluiting van Mengelberg. Hoe hoog verheven en geïsoleerd het Concertgebouw ook leek, wat daarbinnen gebeurde weerspiegelde de maatschappij daarbuiten.

Anthology Concertgebouw: Q 97017 (Muziekgroep Nederland/RN Music)

    • Kasper Jansen