Fransen doen heus wat tegen Maasvloed

Limburg zucht onder voortdurende overstromingen. Waar komt het water van de Maas vandaan? Deel twee van een serie: de Fransen doen veel meer om de Maas te bedwingen dan Nederlanders lijken te denken.

Overstromingen langs de Maas zijn geen exclusief Nederlands verschijnsel. Het dorpje Warcq, tegen de grote stad Charleville-Mézières in de Franse Ardennen aangeplakt, loopt regelmatig onder. De inwoners herinneren zich net als in Nederland vooral het jaar 1995, toen het water in Warcq tot halverwege de voordeuren steeg en de dorpelingen met bootjes moesten worden geëvacueerd. Maar het water blijft komen. Ook nu, enkele weken na de vloed die ook Nederland bereikte, staan in de omgeving van de stad oneindige vlaktes onder water. De weilanden kraken onder de dunne laag ijs. Enkele wegen zijn geblokkeerd, tunnels kunnen niet worden betreden.

De meeste huizen in Warcq zijn droog gebleven, doordat er sinds vijf jaar maatregelen worden genomen. Grote man is Bruno Pilard, die namens het dorpje een heroïsche strijd levert om iets voor zijn dorpelingen gedaan te krijgen. Afgezien van een paar gekken zoals ik, zegt hij, zijn er weinig Fransen die zich om het watermanagement bekommeren. We moesten eens weten hoe moeilijk het is om iets te veranderen in sommige Napoleontische wetten, die als heilig gelden en waarover hij steeds weer moet zeggen dat ook de strijd tegen het water toch óók heilig is. Op sommigen komt zijn strijd over als die van Don Quichote, met dit verschil dat er successen zijn geboekt.

Trots toont Pilard wat in enkele jaren is volbracht. Er zijn kanalen die het water van de zwaar meandere rivier in de stad omleiden en die tot gezamenlijke verlaging van één meter veertig moeten leiden. Stuwen zijn gemoderniseerd. De Maas is uitgediept. Aan de oostkant van de stad is een lage dijk aangelegd rondom de Citroën-fabriek, die enkele jaren geleden moest worden stilgelegd. Mocht het water over de dijk stroomt, dan zal het worden teruggepompt, terug naar de straten van Villers-Semeuse. Zo ver is het dit jaar niet gekomen.

Er wordt wel eens geklaagd dat de Fransen niet voldoende doen om de landen stroomafwaarts van de Maas tegen hoogwater te beschermen. Die denkbeelden moeten berusten op een misverstand, een gebrek aan communicatie, zo leggen de autoriteiten uit. Na de catastrofale overstromingen in 1993 en 1995 werd een organisatie opgericht die werkt aan uitgebreide programma's, l'Etablissement Public d'Aménagement de la Meuse et de ses Affluents (EPAMA), die inmiddels de schadekosten als gevolg van overstromingen met 40 procent hebben verminderd. Als een belangrijk wapenfeit memoreert directeur Guy Rouas van EPAMA dat voor het totale stroomgebied van de Maas bindende voorschriften voor grondgebruik zijn vastgesteld.

Voor de Franse Ardennen zijn de plannen helemaal klaar, de zuidelijke gebieden zijn de komende jaren aan de beurt. Dit `plan de prévention des risques' stelt beperkingen aan de bouw van woningen en industrie in rode zones die het risico lopen meer dan één meter water te krijgen. Goed voor de Fransen die langs de Maas wonen, zegt Rouas, maar ook voor de landen stroomafwaarts omdat wij het rivierbed breed houden. In blauwe zones, waar het gevaar minder groot is, moeten huizen aan andere voorschriften voldoen, zoals dat technische installaties niet op de begane grond mogen worden aangelegd. De zones worden vastgesteld op basis van gedetailleerde kaarten waarop bij wijze van spreken per huis de risico's zijn aangegeven.

Wij weten precies wat we moeten verwachten als er veel Maaswater aankomt, zegt Rouas, anders dan bij jullie in Nederland hebben wij geen dijken en dammen waarvan moet worden afgewacht of ze het zullen houden onder druk van het water. En verder zijn er vergevorderde plannen voor de aanleg van dwarsdijken in het winterbed van de Maas, op zeven locaties, en één op een zijrivier. Deze dwarsdijken moeten het water gedeeltelijk tegenhouden, alleen een smalle doorgang is bij hoogwater nog open. Het tegengehouden water loopt over gebieden die daarvoor zijn aangewezen.

Het doet een beetje denken aan de discussie over de noodoverloopgebieden in Nederland, met dit verschil dat deze gebieden in Frankrijk nu óók al onderlopen, hoewel minder diep. De brede valleien van de Maas zijn daarvoor in Frankrijk zeer geschikt, ook al omdat de Maas dikwijls stroomt door natuurlijke gebieden waar nauwelijks bedrijvigheid heerst, alleen wat relatief eenvoudige boerenarbeid.

De periode met de grootste overstromingsrisico, van november tot april, valt samen met de periode dat het vee van de boeren meestal toch binnen staat. Jullie in Nederland hebben eigenlijk geluk dat wij hier zulke brede valleien hebben, en dat wij Fransen bereid zijn die valleien zo breed te houden, zegt Rouas. Zodat het water hier in de grond zakt en niet stroomafwaarts reist. Het aanwijzen van deze overstromingsgebieden, officieel geheten `zones de ralentissement dynamique des crues', gaat gepaard met een uitgebreid compensatieprogramma. Boeren wier land onder water kan worden gezet, krijgen een financiële vergoeding, alsmede een vergoeding voor emotionele schade. Nog belangrijker is wellicht het programma om het gehele stroomgebied van de Maas aantrekkelijker te maken, cultureel en toeristisch, en de bevaarbaarheid van de rivier te vergroten. Er is nu nog te weinig transport over de Maas, vinden de Fransen, en ook het aantal plezierboten is uiterst gering.

Nee, het is dus niet waar dat de Fransen niets doen, zegt Rouas. Het zijn juist de Fransen die binnenkort voorstellen om metingen te verrichten naar het effect van maatregelen voor gebieden stroomafwaarts van de Maas, zodat we eindelijk over objectieve gegevens beschikken in plaats van in algemene termen erover te praten, zegt Rouas.

Een van de gebieden die voor gecontroleerde inundatie in aanmerking komen, is de vallei bij Saint Mihiel. Nu al zoekt het water van de Maas daar over over tientallen kilometers zijn weg over een honderden meters brede vallei. Vlak voor Saint Mihiel wordt een dwarsdijk gebouwd, en bij het dorp Bislée zal een dijk worden aangelegd om het dorp tegen de hogere waterstanden te beschermen. De dorpelingen hebben de plannen met afwachtende scepsis ontvangen. Zeker, ze hebben zich laten overtuigen van de noodzaak om solidair te zijn met de inwoners van steden stroomafwaarts. Maar de burgemeester van Bislée vindt het wel merkwaardig dat er jarenlang juist is aangedrongen op het schoonmaken van het rivierbed, om het water zo snel mogelijk weg te krijgen. En dat er alleen in de wintermaanden overstromingen zijn, daar wil zij ook nog wel eens wat langer over praten. Want dat is niet zo. Dus eerst maar afwachten of het zover komt, zegt de burgemeester, eerst nog maar eens een nieuw onderzoek instellen. En als het echt zo ver komt, roept haar man vanachter de eettafel, laten ze dan maar flink betalen. Want wij kunnen hier straks niet meer boeren.

Dit is het tweede deel van een serie over de Maas. Het eerste deel verscheen op 18 januari.

    • Arjen Schreuder