Een voorzichtig bestuurder

Als bestuurder gaat PvdA-kandidaatpremier Job Cohen nooit over een nacht ijs. Aan zijn belangrijkste wapenfeit, de strenge Vreemdelingenwet, ging uitgebreid overleg met alle betrokkenen vooraf. Het leverde ook hem het verwijt op van achterkamertjespolitiek.

`Job Cohen for president', schalde een stem afgelopen zaterdag op het Amsterdamse Leidseplein door een megafoon. Op dat moment sprak Cohen als burgemeester Marokkaanse jongeren toe.

Afgelopen zaterdag was voor Cohen een reguliere `burgemeestersdag'. Voorafgaande aan zijn bezoek aan het Leidseplein had hij nog een bijeenkomst van de raad van korpsbeheerders. Alleen de massale aanwezigheid van de media, tot en met een radioverslaggeefster van de Britse BBC, verraadde dat op het Leidseplein niet alleen burgemeester Cohen stond, maar ook een mogelijk premier.

Zaterdagavond nam Cohen in het Concertgebouw het eerste exemplaar van de nieuwe cd van het Mondriaankwartet in ontvangst. Cohen grijnsde. ,,Wat is het toch mooi om burgemeester van Amsterdam te zijn', zei hij tot grote hilariteit van het aanwezige publiek. Toch wist hij toen al dat hij zou vertrekken als de PvdA na de verkiezingen de premier mag leveren.

Cohen zou daarmee de kortst zittende naoorlogse burgemeester in Amsterdam worden. Zo kort dat hij geen concrete wapenfeiten in de stad zal achterlaten. Ed. van Thijn (burgemeester van juni 1983 tot januari 1994), was sociaal bewogen, zeker waar het buitenlanders en allochtonen betrof. En Cohens voorganger, Schelto Patijn, was de man die fatsoensnormen in de stad propageerde. Cohen, in januari 2001 geïnstalleerd als burgemeester, laat na een eventueel vertrek naar Den Haag, alleen het imago van betrouwbaar bestuurder achter.

Onder zijn bewind begon Amsterdam met de aanleg van de nieuwe woonwijk IJburg en kwam er definitieve besluitvorming over een nieuwe metroverbinding onder de Amsterdamse binnenstad (de Noord/Zuidlijn). Maar ondanks persoonlijke interventies, scheurde in 2001 het college onder Cohens voorzitterschap en belandde GroenLinks in de oppositiebanken. Toch was `de boel bij elkaar houden', bij aantreden in Amsterdam zijn boodschap.

Zijn eerste jaar als burgemeester van Amsterdam sloot Job Cohen af met een vlekkeloos verlopen koninklijk huwelijk kroonprins Willem-Alexander met Maxima. Máxima, zei Cohen bij die gelegenheid, moet de ruimte krijgen `om haar vleugels uit te slaan'. En hij liet niet onvermeld dat Willem-Alexander een dochter trouwde van een staatssecretaris uit het Argentijnse Videla-tijdperk. Met Máxima's eigen woorden haalde Cohen daar ook meteen weer de angel uit: ,,Laat de eenentwintigste eeuw er een worden van vergeven, maar vergeten mogen wij nooit.', zei hij. Het was een citaat van Máxima zelf, uit het gastenboek van de Hollandsche Schouwburg.

Cohen, zo zeggen zijn ambtenaren op het stadhuis, zal altijd eerst met zijn teen voelen of het ijs houdt, pas dan zet hij een stap. De collegevergaderingen verlopen efficiënt. Cohen profileert zich als een terughoudend voorzitter. Maar informeel overleg met de loco-burgemeester, de VVD'er Geert Dales, voert hij nauwelijks, die contacten blijven beperkt tot de collegevergaderingen op dinsdag en vrijdagochtend. Cohen bestiert vooral zijn eigen portefeuilles.

Als op 11 september de wereld wordt geconfronteerd met de terreuraanslagen in Amerika, weet Cohen dat zijn kennismakingstijd in Amsterdam voorbij is. ,,We zien in de wereld spanningen ontstaan tussen verschillende culturen, culturen die ook in onze stad aanwezig zijn', zei Cohen tijdens de eerste raadsvergadering na de aanslagen. ,,Wij moeten er allemaal voor zorgen dat de verschillende groeperingen – van godsdienstige of van welke aard dan ook – ondanks deze spanningen in openheid en in vrede met elkaar blijven verkeren. Hier ligt voor mij als burgemeester een belangrijke taak. Ik zal de komende tijd daarom meer buiten dan in het stadhuis te vinden zijn.' Toen hij vorig jaar januari, tijdens zijn nieuwjaarsspeech, zei dat de religieuze gemeenschappen in de stad bij de integratie een positieve rol zouden kunnen spelen, viel de opiniërende goegemeente over hem heen. ,,Maar ik werp eigenlijk alleen maar vragen op', was Cohens reactie. ,,Ik heb het antwoord ook niet paraat.'

Het was 31 maart 2001, klokslag middernacht, toen burgemeester Cohen vier homo- en lesbohuwelijken tegelijkertijd in de echt verbond. Als staatssecretaris was hij eerder verantwoordelijk voor het wetsvoorstel dat het burgerlijk huwelijk officieel openstelde voor alle stellen van gelijke sekse. Het was niet zijn eerste confrontatie met zijn eerdere Haagse carrière. Cohen trof in Amsterdam een Vreemdelingendienst van de politie aan die slecht en bureaucratisch functioneerde. Cellentekort en juridische obstakels leidden er toe dat illegale criminelen na arrestatie weer vrij op straat rondlopen. Tegelijkertijd wierp de door hem door de Tweede Kamer geloodste Nieuwe Vreemdelingenwet haar vruchten af. Najaar 2001 was het moment waarop de asielzoekersstroom als gevolg van die nieuwe wet scherp daalde van bijna 44.000 asielzoekers in 2000 naar 18.667 vorig jaar. Maar tegelijkertijd steeg het aantal illegalen, met name in de grote steden.

Tijdens de huwelijksplechtigheid van Willem-Alexander en Maxima sprak Cohen over het `wezenlijk belang' om de `precaire balans tussen het persoonlijke en het publieke leven te blijven vinden'. Cohen heeft er nooit een geheim van gemaakt dat de ziekte van zijn vrouw indertijd een belangrijk argument voor beiden is geweest om de hektiek van de Haagse politiek voor het Amsterdamse in te ruilen. Maar hij beschouwt dat verder als een privé-zaak. Ze had hem verzekerd dat hij om haar ,,Den Haag niet moest laten schieten', was gisteren het enige dat hij daarover los liet.

Hoewel Cohen rustig oogt en erom bekend staat zelden het achterste van zijn tong te laten zien, kan hij fel uit zijn slof schieten als intimi worden aangevallen. Woedend was hij toen zijn persoonlijke vriend, Karl Dittrich, bestuursvoorzitter van de Universiteit Maastricht, zich eind 2001 terugtrok als belangrijkste kandidaat voor het burgemeesterschap van Maastricht. Dat gebeurde na de in zijn ogen misleidende publiciteit, onder meer in NRC Handelsblad. Cohen zegde zijn abonnement op de krant op. NRC had onder meer bericht over de schikking die Dittrich medio jaren negentig had getroffen met justitie om vervolging te voorkomen in een fraudeaffaire rond voetbalclub MVV. Dittrich was indertijd voorzitter van MVV. Cohen vond dat er door de media `bijna karaktermoord' was gepleegd.

Ook tijdens de MVV-affaire zelf had Cohen het al voor zijn vriend Dittrich opgenomen. Cohen, destijds staatssecretaris van onderwijs, sprak na afloop van een vergadering toenmalig minister van justitie Hirsch Ballin aan nadat Dittrich in het MVV-onderzoek in voorarrest was genomen. Cohen zei tegen zijn collega, volgens Hirsch Ballin: ,,Dat is toch wel allemaal heel pijnlijk wat daar gebeurt. Is in die zaak zo'n zwaar middel nou wel nodig?' Cohen ontkent nu zich in deze bewoordingen te hebben uitgelaten. Hij zegt destijds alleen de zaak-Dittrich aan Hirsch Ballin te hebben ,,uitgelegd'.

Dittrich kende Cohen uit zijn Limburgse tijd voordat hij zijn entree maakte in de Haagse politiek in de zomer van 1993. Hij nam voor ruim een jaar plaats op de stoel van de opgestapte staatsecretaris, R. in `t Veld die van `bijklussen' werd beticht. Op dat moment was Cohen rector magnificus van de Rijksuniversiteit Limburg. Cohen had, wat zijn eigen partij betreft, zijn Haagse carrière in 1994 kunnen voortzetten, maar hij koos voor zijn gezin in Maastricht. Maar hij bleef voeling houden met het Haagse circuit, door in 1995 zitting te nemen in de Eerste Kamer.

Een jaar later werd hij PvdA-fractievoorzitter in de Senaat. Hij was onder meer voorzitter van de werkgroep `Markt en Overheid', die in opdracht van de ministeries van Economische Zaken en Justitie het meeconcurreren van verschillende overheidsorganisties onderzocht. Het toenmalige kabinet reageerde terughoudend op de conclusies, met name het advies om het betreden van de markt door overheidsinstanties te verbieden.

In 1998 vroeg toenmalig fractievoorzitter Ad Melkert hem staatssecretaris van Justitie te worden met de portefeuille vreemdelingenzaken. Cohen zegde toe en kreeg onmiddellijk te maken met een gebrek aan opvangplaatsen voor asielzoekers in het oosten van Nederland. De inderhaast bestelde tenten bij het ministerie van Defensie, die werden geplaatst op de Ermelose heide, bleken te lekken en leverde Cohen veel negatieve publiciteit op.

Lakmoesproef voor zijn bestuurlijke standvastigheid vormde de kwestie rond de `witte illegalen', die met een hongerstaking in de Haagse Agneskerk verblijfsvergunningen proberen af te dwingen. Het bracht hem in conflict met toenmalig burgemeester Schelto Patijn die vond dat Cohen ruimhartiger gebruik moest maken van zijn `discretionaire bevoegdheid' als staatssecretaris om verblijfsvergunningen te verstrekken. Uiteindelijk probeerden zo'n 7500 witte illegalen via een door Patijn in het leven geroepen burgemeesterscommissie een verblijfsvergunning te krijgen. Meer dan vijfduizend aanvragen werden onder verantwoordelijkheid van Cohen afgewezen.

Tegelijkertijd lag Cohen onder vuur vanuit de Tweede Kamer. Over het `veilige landenbeleid, het terugkeerbeleid of de positie van minderjarige asielzoekers die probeerden verblijfsvergunningen af te dwingen. Cohen lag niet alleen onder vuur bij oppositiepartijen zoals CDA en GroenLinks, maar ook bij coalitiegenoot VVD.

Desalniettemin slaagde Cohen erin zijn Vreemdelingenwet door het departement te loodsen. Hij zette het organisatieadviesbureau Anderson met een select groepje ambtenaren aan het werk. Zij brachten in kaart wat uitvoeringsinstanties, advocaten, rechterlijke macht en andere direct betrokken bij de vorming van zo'n nieuwe wet wenselijk vonden. Daarna voerde Cohen intern overleg met de woordvoerders van de regeringsfracties in de Tweede Kamer, Henk Kamp (VVD), Boris Dittrich (D66), Nebahat Albayrak (PvdA) en Bert Middel (ook PvdA). Hij kreeg voor deze `achterkamertjespolitiek' felle kritiek van met name GroenLinks-woordvoerster Femke Halsema, die uitmondde in een welhaast persoonlijke vete. Die werd pas bijgelegd toen Cohen geïnstalleerd werd als burgemeester.

Net als in de kwestie-Dittrich botsten tijdens Cohens werk als staatssecretaris van justitie opnieuw vriendschap en zakelijkheid. Cohen bemiddelde in 1999 persoonlijk in een subsidieverlening van zijn ministerie aan een freelance journalist uit Maastricht die op dat moment bezig was met het schrijven van een boek over Cohen en zijn asielbeleid. Met hulp van Cohen kreeg de journalist 45.608 gulden voor het schrijven van een tweede boek, over alleenstaande asielzoekers. Dat boek verscheen nooit, terwijl het boek over Cohen er wel kwam, met daarin portretten van alleenstaande asielzoekers. Toenmalig minister Korthals (Justitie) noemde in april vorig jaar de gang van zaken ,,minder gelukkig'. Een woordvoerster van Justitie bevestigde vanmorgen dat het ministerie inmiddels een terugvorderingsprocedure van de subsidie heeft ingesteld.

Wouter Bos kon niettemin Cohen afgelopen weekeinde naar voren schuiven als oud-bewindsman zonder paars profiel. Het succes van de Vreemdelingenwet en het gegeven dat Cohen in januari 2001 naar Amsterdam vertrok, voordat paars in diskrediet raakte, hebben daarvoor gezorgd.