Diepe vriendschap met VS baart Turkije veel kopzorgen

De kwestie-Irak belast de Turks-Amerikaanse verhoudingen. Turkije zal tot het uiterste gaan om een oorlog te voorkomen.

Zal George Bush blij zijn met de brief die de Turkse premier Gül volgens de Turkse pers onlangs aan hem schreef? De brief staat bol, aldus de Turkse media, van mooie woorden over de diepe vriendschap die Turkije en de Verenigde Staten zo nauw met elkaar verbindt. Maar dat is maar een opmaat tot de kern van het schrijven: Turkije vreest, aldus Gül, een oorlog tegen Irak en zal tot tot het uiterste gaan om de gewapende strijd te voorkomen, hoe strijdlustig de VS ook mogen zijn. En dus dreigt de kwestie-Irak een diepe wig te drijven tussen het vriendenpaar.

Hoezeer Turkije oorlog vreest blijkt wel uit het laatste Turkse initiatief, dat Gül in de brief aan Bush uitgebreid toelicht. Deze week belegt Turkije een topontmoeting, waarop de ministers van Buitenlandse Zaken van een aantal landen uit de regio (zoals Egypte en Syrië) over de gespannen situatie van gedachten zullen wisselen. Een van de opties (officieel wordt dat overigens ontkend) is een voorstel om Saddam te overreden vrijwillig in ballingschap te gaan. Zo zou Turkije een oorlog bespaard blijven waarvan het land, daar is iedereen het over eens, alleen maar slechter zal worden.

Maar Saddam, zo weet ook Turkije, houdt van de macht en dus lijkt het hele idee van een vrijwillige ballingschap wat onrealistisch. Daarom moet Turkije binnen zeer afzienbare tijd definitief bepalen welke steun het de VS in een oorlog wil bieden. De eerste tekenen zijn teleurstellend voor de Amerikaanse bondgenoot. Al enige tijd geleden dienden de Amerikanen een verzoek in om allerlei militaire faciliteiten in Turkije te mogen bekijken. Maar pas na een maand twijfelen stemde Ankara in met de komst van de militaire experts. Vrijdag kwam een nieuwe tegenvaller voor de VS. Na overleg tussen premier Gül, chef-staf Özkök en president Sezer liet de woordvoerder van laatstgenoemde weten dat Turkije slechts ,,beperkte'' steun kon leveren aan een operatie tegen Irak. Daarmee werd in een klap een van de Amerikaanse oorlogsscenario's van tafel geveegd. De VS zouden immers overwegen Saddam van twee kanten (vanuit Turkije en de Golf) in de tang te nemen. Maar met de Turkse weigering 80.000 Amerikaanse en Britse soldaten op zijn grondgebied toe te laten, is die optie verdwenen. Over het gebruik van militaire faciliteiten heeft Turkije nog geen uitsluitsel gegeven.

Dat Turkije zwaar zou kunnen lijden onder een oorlog tegen Irak, staat intussen wel vast. De economie krabbelt juist omhoog uit een uiterst diep dal en het laatste waaraan Turkije behoefte heeft, is een internationale recessie (die volgens veel economen niet uitgesloten kan worden als Saddam meer verzet levert dan verwacht en bijvoorbeeld de prijs van olie langere tijd uiterst hoog blijft). Turkije heeft nog een andere Achilleshiel: het toerisme. Dat bloeide het afgelopen jaar als nooit tevoren maar ook Turken weten dat toeristen niet van oorlog houden. Daarnaast beginnen veel Turken zich zo langzamerhand ook zorgen te maken over hun fysieke veiligheid. Naar verluidt zijn mensen bij Sanliurfa (niet al te ver van de grens met Irak) al begonnen berggrotten in gereedheid te brengen voor het geval Irak Turkije zou willen straffen voor zijn hulp aan de VS.

Maar misschien de grootste nachtmerrie voor veel Turken is toch wel Noord-Irak. In een poging om al te wilde Koerdische dromen over een onafhankelijk `Koerdistan' in te dammen, liet minister van Buitenlandse Zaken Yakis onlangs weten dat Turkije laat onderzoeken of het historische claims op het gebied kan laten gelden. Weinigen in Turkije nemen die claims serieus – Turkije heeft juist als uitgangspunt dat ook na de val van Saddam Irak een territoriale eenheid moet blijven, juist om een Koerdische Alleingang te voorkomen. Maar het laat wel zien hoe bezorgd Turkije is dat de situatie uit de hand gaat lopen. Veel Turken vrezen dat de Koerden niet zullen rusten voor ze een onafhankelijke staat hebben. Zo'n staat, zeker als die over olie zou beschikken en dus welvarend wordt, zou dan als een magneet werken op de Koerden in Turkije. Daarmee zouden alle pogingen de Koerden tot wat meer liefde voor Turkije te bewegen (door bijvoorbeeld televisie in het Koerdisch toe te staan) in een klap weer van tafel zijn. Men vreest daarnaast een massale toestroom van Koerden uit Noord-Irak als de Amerikaanse opmars niet snel genoeg zou gaan en Saddam op het laatste moment nog wat oude rekeningen zou vereffenen.

Sommige waarnemers onderstrepen dat steun aan de VS Turkije voor de komende jaren zal verzekeren van internationale steun voor de economie. Maar de gemiddelde Turk ziet dat nauwelijks als een argument om Washington ter wille te zijn: opiniepeiling op opiniepeiling suggereert dat zo'n 80 procent van de Turkse bevolking faliekant tegen elke oorlog is.

Ook veel parlementsleden hebben grote twijfel over gewapende actie. En dus moet de regering, die zegt het parlement een grote rol te willen laten spelen bij een besluit over deelname aan de oorlog, ook daar nog eens de discussie aan. Zo balanceert Turkije tussen de eigen twijfel over de oorlog en de druk van de Amerikaanse bondgenoot. Maar de tijd om te twijfelen wordt steeds korter: Turkije moet kiezen, hoezeer het zo'n keuze ook vreest.