De marionet van Slobodan Miloševic

Milan Milutinovic organiseerde als Joegoslavisch ambassadeur in Athene (tot 1995) de smokkellijnen waarmee het Joegoslavië van Slobodan Miloševic de internationale sancties ontdook en hield toezicht op de overbrenging van de miljarden dollars die de Servische bevolking uit de zak waren geklopt en door Miloševic' coterie in veiligheid werden gebracht via banken in Griekenland en Cyprus. Later, begin 1999, leidde de goedlachse president met het ronde gezicht de Joegoslavische delegatie die in Rambouillet over de kwestie-Kosovo onderhandelde, maar die zich vooral beperkte tot nee-zeggen tegen de internationale gemeenschap en het beledigen van de Kosovo-Albanese delegatie, door arrogant gedrag, permanente dronkenschap en het nachtelijk brallen van Servische nationalistische liederen. De Servische president haalde zich in Rambouillet overigens de gram op de hals van de pathologisch jaloerse Mira Markovic, de machtige vrouw van Slobodan Miloševic, door voor de camera's te laten blijken dat hij vlot Engels en vlot Frans spreekt. Dat was een show die hij niet mocht stelen.

Maar waarmee heeft Milutinovic, van 1995 tot 1997 minister van Buitenlandse Zaken van Joegoslavië en vervolgens tot eind 2002 opvolger van Slobodan Miloševic als president van Servië, zich verder bezig gehouden? Hij staat in Servië bekend als de man die zich niet eens met zijn eigen zaken bemoeit, laat staan met die van anderen, en als een apparatsjik die bang is voor zijn eigen schaduw. Hij begon zijn loopbaan door als rechtenstudent en activist van de communistische jeugdbond dissidente professoren zwart te maken en weg te werken. Hij schopte het uiteindelijk tot directeur van de staatsbibliotheek.

Als politicus is Milutinovic nooit méér geweest dan een hondstrouwe uitvoerder van Miloševic' opdrachten, een man die nooit aanstalten heeft gemaakt iets op eigen initiatief te doen of te zeggen. Het zal het Joegoslavië-tribunaal, dat hem tijdens de NAVO-oorlog in 1999 samen met Miloševic aanklaagde wegens oorlogsmisdaden in Kosovo, niet meevallen te bewijzen dat de 61-jarige Milutinovic iets misdaan heeft. Het zal het gooien op zijn commando-verantwoordelijkheid: als president van Servië zou hij formeel verantwoordelijk zijn voor het optreden van de Servische politie in Kosovo. Maar dat hij actief iets gedáán heeft zal moeilijk te bewijzen zijn. Zelfs zijn verkiezing tot president van Servië in 1997 was niet zijn werk maar dat van Miloševic, die hem kandidaat stelde en die hem ook koos: alleen met ongegeneerde verkiezingsfraude kon Milutinovic president worden.

Volgens Serviërs die hem kennen was Milutinovic met stomheid geslagen toen hij hoorde dat hij door het Joegoslavië-tribunaal was aangeklaagd. Hij verstopte zich dagenlang: hij had gehoopt dat hij door zijn betekenisloosheid zou worden gered. De internationale gemeenschap zou toch wel weten dat hij niks te zeggen had en ook niks zei? Hij vindt nog altijd oprecht dat de aanklacht een vergissing van het tribunaal is die hij in Den Haag wil rechtzetten.

Bovendien had hij na de val van Miloševic in oktober 2000 alles gedaan om het de nieuwe machthebbers naar de zin te maken. Toen die onderling ruzie kregen, koos Milutinovic de kant van de Servische premier Zoran Djindjic en niet die van diens rivaal Vojislav Koštunica, president van Joegoslavië. Hij hielp Djindjic uit de brand bij diverse cruciale gelegenheden. Milutinovic vormde met de presidenten van Joegoslavië en Montenegro de Opperste Defensieraad, het collectieve opperbevel van de strijdkrachten. Zonder Milutinovic had Djindjic in dat gremium niets te zeggen gehad, mèt Milutinovic beheerste hij het.

Volgens sommige bronnen was Milutinovic al in 2001 bereid zich aan het Joegoslavië-tribunaal over te geven, maar overtuigde Djindjic hem dat niet te doen. Hij had Milutinovic nog nodig, en kon zich geen vervroegde presidentsverkiezingen veroorloven: die zou zijn grote rivaal Koštunica hebben gewonnen. Ook deze maand nog heeft Djindjic Milutinovic' gang naar Den Haag opgehouden in de hoop in onderhandelingen met het tribunaal zo veel mogelijk concessies in de wacht te slepen. De Servische premier staat onder permanente druk verdachten uit te leveren, op straffe van sancties. Sommige verdachten wíl hij niet uitleveren – Ratko Mladic bijvoorbeeld – uit vrees voor een nationalistische reactie in Servië. Met de uitlevering van bureaucraten als ex-president Milutinovic heeft hij geen moeite, maar hij wil aan de uitlevering wel een prijskaartje hangen.

Milutinovic' gang naar Den Haag heeft geen zichtbare consequenties voor Servië, omdat hij, zoals een Servisch blad het vorige week uitdrukte, ,,geen enkel spoor nalaat''. Het wordt zijn ongebruikelijke verdediging in het proces dat hem wacht: de ex-president wil bewijzen dat hij niks te zeggen heeft gehad en niks heeft betekend, al die jaren in dienst van Slobodan Miloševic.

    • Peter Michielsen