De huisvader achter `Mean Keane'

Na een woelige periode staat Roy Keane, aanvoerder van Manchester United, weer op het veld. Keane blies net voor het WK de samenwerking met de Ierse bondscoach Mick McCarthy op.

In de zomer publiceerde hij zijn biografie Keane: The Biography waarin hij toegaf de Noor Haaland een doodschop te hebben uitgedeeld.

De fans op Old Trafford, het stadion van Manchester United, zingen weer `There's only one Keano'. Het klinkt simpel, maar niets is wat het lijkt. Roy Keane laat zich niet peilen tot in de duistere diepten van zijn gedachten. Door een schorsing en een zware operatie verdween hij vier maanden van de velden, zij het niet uit beeld.

De man met een spelstijl tussen Johan Neeskens en Willem van Hanegem inzicht, leiderschap, brutaliteit, gemeenheid én traptechniek koestert een pathologische passie voor het voetbal. Hij weigert inzage in zijn getormenteerd karakter. Hij is verlegen, te schuw om contact te leggen. Zonder initiatief van anderen breekt het ijs niet en blijft Keane terughoudend. Keane geeft zich amper prijs. Tenzij bij zijn oude vrienden, the lads from Cork, in familieverband en aan Alex Ferguson.

Keane koestert zijn antagonisten wel. Hij functioneert niet zonder vijandbeeld. Er woedt een voortdurende koude oorlog in zijn geest. The mean man is geen meester van het mededogen. Keane lijdt. De twijfel klieft zijn geweten en voedt de somberheid tot ze overslaat in zelfhaat. De karakteristieke kop van Keane bewaart een meervoudige persoonlijkheid. Daar is de krijger, de stamheld, die volledig opgaat in het psycho-analytische beeld dat Desmond Morris in zijn beroemde boek The Soccer Tribe (1980) van het topvoetbal schetste. Anderzijds schroomt hij zich om zijn aangeboren schuwheid, die hij slechts overwint dankzij een overdaad aan drank.

Keane worstelt met een communicatiestoornis, vermoedelijk onbehandelbaar, en hij beseft dat de pijn van zijn psyche een onontkoombare metgezel zal blijven. `De Schreeuw' van Edward Münch is altijd in de buurt.

Precies daarom is Roy Keane de meest fascinerende voetballer van deze tijd. Meestal nors en stug, dan weer krijgt hij geen vat op de radheid van zijn tong, de rusteloosheid van zijn geest en zijn altijd durende struggle for life. Keanes interpretatie van rechtvaardigheid verenigt zich zelden met die van andere mensen.

Roy Keane (10 augustus 1971) groeide op in Mayfield, een noordelijk voorstad van Cork, Ierland. In de jaren tachtig kreeg de familie het hard te verduren: hoge werkloosheid dwong vader Keane om alle baantjes te aanvaarden.

De familie zat voortdurend op zwart zaad. De puberjongen Roy blonk niet uit in de schoolbanken en faalde op zijn vijftiende in zijn overgangsexamen voor een hogere opleiding. Zijn enige verlangen: de sport. Voetballen op straat, tot diep in de nacht. En boksen bij Brian Dillon's Boxing Club. Als negenjarige, tengere knaap won hij al zijn gevechten. Boksen scherpte zijn lichaam aan. Het maakte hem beweeglijker. Het schonk hem meer zelfvertrouwen bij confrontaties met fysieke agressie. Het legde de basis voor zijn sterkste punt: mentaliteit. De mentaliteit van zijn geboortestad.

Cork is het historische intellectuele centrum van Ierland. De bewoners van de universiteitsstad geloven in een gezond meerderwaardigheidsgevoel en wijzen het eeuwig Ierse underdogcomplex, dat de rest van de natie teistert, af. Dissidentie lijkt hun levensdoel. Cork kreeg de bijnaam van `de rebelse stad', omwille van de vele opstanden tegen de Engelsen. De politieke beweging van de Feniaanse Broederschap tegelijk katholiek, socialistisch en republikeins was bijzonder actief in Cork. Tijdens de strijd om Ierse onafhankelijkheid in 1920 vermoordde de politie eerst burgemeester Thomas Mac Curtain. Zijn opvolger Terence Mac Swiney stierf de martelaarsdood in een Londense gevangeniscel, waar hij in hongerstaking ging tot hij overleed. Inwoners van Cork kijken neer op wie er niet is geboren. Het is de enige plaats waar Roy Keane zich echt thuisvoelt. In 1990 volgde de grote transfer naar Nottingham Forest.

De negentienjarige Keane leek niet bestand tegen de tol van de roem. Keane vreesde de rol van bekende persoonlijkheid.

Dat werd er niet minder op toen Alex Ferguson hem in 1993 contracteerde. Samen hunkerden ze naar succes. Keane kende snel zijn taak: win the ball & make the runs! Tot de gordel van de tegenstander brak en de wedstrijd in het voordeel van United kantelde.

Zijn drunken nights in the city Cork, Dublin, Manchester, New York eisten meer dan eens hun tol, tot en met celstraf en sensatieverhalen in de tabloids. Met whisky en bier ging hij zijn eenzaamheid en zijn onvermogen tot dialoog te lijf. Een duurzame vriendschap kreeg hij zelden voor elkaar.

Hier schuilt de grootste tegenstelling in het karakter van Roy Keane: een betrouwbare en overtuigde leider op het veld, een introverte man met een gebrek aan sociale vaardigheden erbuiten. Keane verkiest vaak het isolement.

De honger naar trofeeën maakte hem tot een man van vele veldslagen, waarvan enkele diepe wonden sloegen, bij tegenstanders als Alf-Inge Haaland, Alan Shearer, Gustavo Poyet Jason Mc Ateer en Mick Mc Carthy. Een conflict heelt nooit bij hem. Hij noemt zijn karakter een karikatuur maar hij bouwde het wel zelf op. Geduldig boetserend als het ware: Mean Keane. Tegenover the hard man staat de familieman en huisvader.

Keane spreidt de liefde voor zijn vrouw Theresa openlijk ten toon, noemt haar de rots in zijn leven. Zij doorgrondt hem, streelt zijn gekwetste, kaalgeschoren hoofd en bedaart hem als het leed te scherp snijdt. Theresa accepteert volledig de onvoorspelbare turbulentie van haar man. Het familieleven is Keanes vluchtheuvel. De stoeipartijen met zijn vier kinderen in het bijzijn van anderen vormen zijn bescherming tegen de voor hem loodzware beroemdheid.

Zijn geruchtmakende autobiografie richtte gedurende de voorbije maanden de schijnwerpers op hem. Hij toont niet de minste spijt over het incident met de Noor Haaland, die hij in april 2001 met voorbedachte rade de vernieling ingetrapt had. Het gold als Keanes bloedwraak.

Op 1 september 2001 vertolkte hij wellicht zijn beste partituur ooit. Zonder Edgar Davids was het Nederlandse middenveld die namiddag in Dublin een gemakkelijke prooi voor hem, een gegeven waar arrogante Oranje-watchers vooraf geen rekening mee hadden gehouden. Hij dicteerde Ierland naar het wereldkampioenschap in het Verre Oosten. In Japan stuurde hij aan op de zwaarste botsing uit zijn loopbaan. Hij haalde verwoestend uit naar de krakkemikkige voorbereidingspolitiek van bondscoach Mick McCarthy en mocht opkrassen. Het ondermijnde Mc Carthy's zelfbeeld zodanig dat de minzame man zelf de handdoek in de ring gooide. Keane wijzigde zijn mening onder geen beding: `That man can rot in hell for all I care. He deserves it. Fuck him!'

Roy Keane is helemaal terug. Hij draagt zijn biografie liefdevol op aan Theresa, zijn vrouw.

    • Raf Willems