Croiset speelt een lome, zeurderige handelsreiziger

Met een hoedje op en twee zware, bruine koffers in de hand loopt Jules Croiset het vrijwel lege, in schemering gehulde toneel op. Precies zoals vele handelsreizigers dat voor hem deden. Precies zoals Ko van Dijk het deed in 1966. Al vanaf het eerste beeld is duidelijk: deze versie van Dood van een handelsreiziger (1949) van het Nationale Toneel gaat ons niet verrassen.

De Amerikaanse schrijver Arthur Miller streefde in zijn klassieke toneelstuk naar herkenbaarheid en duidelijkheid. Hij wilde dat het publiek in plaats van ,,wat gaat er gebeuren, en waarom?'' zou denken: ,,God, natuurlijk!'' Daarom legt hij in de eerste scène meteen het hele toneelstuk uit: na een leven van hard werken is de weinig succesrijke handelsreiziger Willy Loman aan het einde van zijn Latijn. Zijn hoop was altijd gevestigd op zijn zonen; die moesten bereiken wat hij nooit bereikte. Miller laat het eeuwige conflict tussen vaders en zonen zien in de schaduw van de American Dream, de competitieve ideologie waarin iedereen een winnaar moet zijn, waarin geen ruimte is voor verliezers, en waarin de mens wordt gereduceerd tot koopwaar. Miller oordeelt echter niet hard: hij heeft sympathie voor de kleine man die consequent in dromen en schone schijn leeft.

Onder een schuine spiegelhemel, met op het achterdoek de skyline van New York, plaatst regisseur Hans Croiset zijn voorstelling duidelijk in het Amerika van de jaren veertig en vijftig. Op het praktisch lege toneel staat een keukentafel, een ijskast en een ledikant. De spelers gaan gekleed als in advertenties uit die tijd. Aardig aan deze versie is dat hij de toneelfamilie Croiset samenbrengt. Jules Croiset en zijn zonen Vincent en Niels spelen Loman en zijn zonen. Oom Hans regisseert.

Jules Croiset speelt Loman met een lome, zeurderige toon, waardoor aanvankelijk de irritante kant van diens karakter het zicht op zijn tragiek ontneemt. Pas in het tweede bedrijf, als de confrontaties met zijn zoon steeds in de soep lopen omdat hij er met zijn hoofd niet bij is, krijgt deze Loman een overtuigende vorm: een kleine, zachte man gevangen in een groot lichaam. Croiset speelt goed, maar ik kan niet om hem huilen.

Bijzonder aan het stuk is dat heden en verleden door elkaar lopen. We zien de wereld door de ogen van Loman, die doorlopend in scènes uit het verleden belandt. Dat geeft zijn geestelijke verwarring aan, maar toont vooral aan hoe deze dromer nooit in het heden leeft. Zijn gesprekken gaan altijd over later: dan zal alles goed komen. Croiset laat de scènes in het verleden spelen op een vervelende opgeklopte toon, met de zonen in kinderkleding. Net als in de filmversie verpest hij door dit realisme het samenvallen van verleden en heden, en het ongrijpbare, poëtische van Lomans schimmenwereld.

Croiset heeft een ouderwets ambachtelijke toneelopvatting. Hij wil vooral de tekst onderstrepen en brengt geen contrapunten aan. Dezelfde boodschap wordt zo vierdubbel gegeven: verhaal plus duiding, plus spel, plus aankleding. Dit verplat de tekst, in plaats van hem te verrijken met een nieuwe invalshoek. Biff (Vincent Croiset) is bijvoorbeeld volgens de tekst boos en wanhopig. Croiset laat hem daarnaast flink schreeuwen en rondspringen. En voor wie het nog niet doorheeft, zit ook nog zijn das scheef, zijn haar door de war en zijn kraag omhoog; net als de eeuwig opstandige James Dean. Hans Croisets keurige Dood van een handelsreiziger kent slechts één verrassing: dat er nog op deze wijze toneel wordt gemaakt in Nederland.

Voorstelling: Dood van een handelsreiziger van Arthur Miller door het Nationale Toneel. Regie: Hans Croiset. Gezien: 18/1 Koninklijke Schouwburg, Den Haag. Tournee t/m 14/6. Inl: 070-3181444 of www.nationaletoneel.nl.