Cohen

De Telegraaf

[...]het is de verkeerde man geworden. Bos had niet Job Cohen naar voren moeten schuiven, maar zichzelf. Het is een blunder dat hij dat niet heeft gedaan.

Dat had gepast bij de strijd die nu gaande is tussen Balkenende en hem over welke partij woensdag bij de Kamerverkiezingen de grootste wordt. [...] Intussen gaat Cohen debatten met andere premierkandidaten uit de weg, zodat niemand weet wat hij wil.

Bij de door de PvdA gekozen constructie komt straks eventueel een groot deel van de politieke macht in ons land bij iemand te liggen die geen enkele band met de kiezers heeft. Dat is geen nieuwe politiek maar een terugkeer naar oude regenteske politieke toestanden.

Het Parool

[...]De VVD doet Cohen af als `te soft'. Dat argument doet vreemd aan als wordt afgegaan op de Vreemdelingenwet die Cohen introduceerde en die heeft geleid tot een forse daling van het aantal asielzoekers. En in de gevoelige discussie over witte illegalen weigerde Cohen de deur wagenwijd open te zetten. De suggestie van CDA-leider Jan Peter Balkenende dat Cohen geen internationale ervaring heeft, is een gotspe uit de mond van iemand die voordat hij premier werd, totaal geen bestuurlijke ervaring had. Als staatssecretaris heeft Cohen veelvuldig op Europees niveau onderhandeld.

[...]Het is hooguit teleurstellend dat Bos er niets voor voelt zijn kandidaat af te vaardigen naar een discussie met de premierkandidaten/lijsttrekkers van VVD en CDA. Het duidt op het risicomijdende gedrag dat de PvdA van Ad Melkert en Wim Kok zo typeerde. [...]Overigens moet niet uit het oog worden verloren dat het goed mogelijk is dat Cohen aanblijft als burgemeester.

de Volkskrant

[...]Partijleider Wouter Bos kan zich geen betere running mate wensen. Met de populaire Cohen vergroot de PvdA haar kansen om op 22 januari als grootste uit de bus komen.

Job Cohen is een behendig bestuurder en een geboren communicator. Als politicus heeft hij zich nooit scherp geprofileerd. De renovatiewerkzaamheden aan de PvdA zal hij graag aan Wouter Bos overlaten. Omgekeerd kan Bos zich concentreren op het verstevigen van zijn leiderschap.

[...] Cohen vestigde reputatie als rasbestuurder als staatssecretaris van Justitie. Hij wist niet alleen ongeschonden uit het voor de PvdA levensgevaarlijke wespennest van asielbeleid te komen, maar schreef ook de succesvolle Vreemdelingenwet op zijn naam. Progressieve kiezers zullen worden aangesproken door zijn mildheid, maar het VVD-verwijt dat Cohen een softie is, snijdt geen hout. Cohen is een voorstander van preventief fouilleren en het uitzetten van illegalen. [...] Het is verstandig van Cohen dat hij zich buiten het verkiezingsgewoel houdt. Het profileren van de PvdA aan de kiezers is niet zijn sterkste kant.

Het Financieele Dagblad

[...]Het belangrijkste inhoudelijke verwijt van de VVD is tot nu toe dat Cohen te `soft' is over integratie. Daar zit de PvdA niet mee. Zij denkt met Cohen juist steun te krijgen van allochtonen en autochtonen die vinden dat andere partijen op het terrein van integratie doorslaan in stevige taal en bezig zijn met het stigmatiseren van groepen burgers van allochtonen afkomst.

Er is nog een andere dan electorale reden waarom Bos als hoofdpersoon in beeld moet blijven. De sociaal-democraten breken met de traditie dat de partijleider tevens premier is. Cohen wordt gepositioneerd als premier, maar Bos blijft de scepter zwaaien over de partij vanuit de Tweede Kamer. Als de PvdA gaat regeren, zal de fractie vaker botsen met het kabinet dan tot nog toe het geval was, zo verzekert Bos, ook als het gaat om het functioneren van personen in dat kabinet.

Beloftes over meer dan dualisme en geen achterkamertjes heeft de kiezer al vaak gehoord. Maar als de partijleider van de grootste regeringspartij in de Tweede Kamer blijft, dan wordt het dualimse ingebakken bij de kabinetsformatie. Een eventueel kabinet-Cohen krijgt het wat dat betreft dubbel lastig. De leider van de hypothetische tweede partij zal dan ook niet in het kabinet, maar in de Tweede Kamer zitten.

Trouw

Hoewel zijn naam al enige dagen rondging, is het een verrassing dat de PvdA-top Job Cohen als kandidaat-premier naar voren heeft geschoven. De partij wekte de afgelopen jaren de indruk niet goed raad te weten met deze bestuurder en omgekeerd riep ook Cohen het beeld op van een man die niet kon kiezen. Hij vloog de afgelopen tien jaar als een postduif heen en weer tussen politieke ambten in Den Haag en bestuurlijke posten elders.

Die wispelturigheid ging zo ver dat Cohen twee jaar geleden, halverwege de rit van het tweede kabinet-Kok, als staatssecretaris van justitie aftrad om burgemeester van Amsterdam te worden. Die overstap gold destijds als een staaltje van de regentencultuur van de PvdA, waarover de Tweede Kamer de premier terecht aan de tand voelde. Kok wist in het parlement aannemelijk te maken dat de functie in de hoofdstad een inbreuk rechtvaardigde op de regel dat een politieke ambtsdrager wordt benoemd voor de volle termijn.

Maar zonder twijfel heeft de kwestie voedsel gegeven aan het beeld van Haagse politici die onderling de aantrekkelijke baantjes verdelen.

In dit licht behoort PvdA-lijsttrekker Bos ten minste uit te leggen waarom de burgemeesterspost Amsterdam ook weer niet zoveel gewicht in de schaal legt, dat hij zich gehinderd zou moeten voelen Cohen zo kort na diens aantreden voor het Torentje te vragen.

Algemeen Dagblad

[...]CDA'ers en VVD'ers die Cohen afschilderen als een politicus die de harde hand schuwt, zien moedwillig voorbij aan de nieuwe Vreemdelingenwet waarvoor hij in het vorige kabinet als staatssecretaris verantwoordelijk was.

Als de PvdA woensdag de grootste partij zou worden en aan het eind van de formatie wordt op Cohen een beroep gedaan minister-president te worden, ontstaat wel een ingewikkelde situatie. Bos houdt vast aan zijn belofte fractievoorzitter in de Tweede Kamer te blijven. Anders dan de traditionele taakverdeling in de PvdA berust het politieke leiderschap van de grootste partij in dat geval dus niet bij de premier.

Dat legt tenminste enige beperking op aan diens functioneren en het vergroot ongetwijfeld de politieke risico's van zo'n coalitiekabinet. Uit democratisch oogpunt hoeft dat overigens niet schadelijk te zijn. Zo'n situatie zou wel eens belangrijk kunnen bijdragen aan de verlevendiging van de politiek, waar de afgelopen jaren reikhalzend naar is uitgekeken. Vooral voor politici zelf wordt de zaak ingewikkelder, maar daar hoeven kiezers niet rouwig om te zijn.