Cohen

En de premierkandidaat is geworden: Job Cohen. Door middel van een slimme mediastrategie, waarbij de spanning een week lang dagelijks werd opgebouwd, heeft de Partij van de Arbeid gistermiddag de huidige burgemeester van Amsterdam naar voren geschoven als haar kandidaat voor een eventueel premierschap. Echt verrassend was de apotheose niet. Cohen bleek de afgelopen dagen de meest genoemde naam. Maar inmiddels was `de PvdA-kandidaat' wel zo'n gespreksonderwerp geworden, dat het Journaal aan de officiële bekendmaking een extra uitzending wijdde.

Cohen is een van de meest logische kandidaten wanneer men uitgaat van het criterium van PvdA-leider Bos dat degene die namens zijn partij leiding zou moeten geven aan het kabinet van buiten diende te komen. Cohen heeft weliswaar een paars verleden hij was twee jaar staatssecretaris op het ministerie van Justitie maar kan niet worden beschouwd als iemand die tot de thans zo bekritiseerde `meld- en regelkamer' van de PvdA behoorde. Wel beschikt hij over de nodige bestuurlijke ervaring en heeft hij als burgemeester van Amsterdam laten zien bindend te kunnen werken. Waarbij overigens dient te worden opgemerkt dat Amsterdam de afgelopen jaren niet de lastige stad is geweest zoals voorgangers van hem deze hebben leren kennen.

Met de lancering van Cohen heeft de verkiezingscampagne een nieuwe wending genomen. Er wordt nu gesproken over een premierkandidaat, maar de kandidaat zelf kiest ervoor te zwijgen totdat hij mogelijk tot het hoge ambt zal worden geroepen. Dit heeft weer tot boze reacties geleid bij de lijsttrekkers van de politieke concurrentie, waarbij CDA-leider Balkenende zelfs zo ver ging dat hij sprak van een ,,slag voor de democratie''.

De PvdA heeft gekozen voor een ingewikkelde figuur door de kiezer te benaderen met een lijsttrekker die in de Kamer wil blijven en een niet-verkiesbare kandidaat voor het minister-presidentschap. Maar het is wel een staatsrechtelijk zuivere constructie. Niet genoeg kan worden benadrukt dat over twee dagen de verkiezing van de Tweede Kamer aan de orde is en niet de verkiezing van een minister-president.

Dit neemt niet weg dat de PvdA zich nu roomser dan de paus gedraagt door Cohen geheel buiten de campagne te houden. Wie zich laat verleiden tot het noemen van een naam en dat heeft de PvdA gedaan moet vervolgens ook laten zien wat er achter die naam schuilgaat. Dergelijke openheid hoeft niet ten koste te gaan van de positie van lijsttrekker Bos.

Al met al staat Nederland mogelijk aan de vooravond van een interessant experiment. De keuze van Bos om als politiek leider in de Tweede Kamer te blijven betekent dat, als Cohen premier zou worden, het primaat weer bij het parlement komt te liggen. Hoe een bij uitstek monistische partij als de PvdA dat intern denkt te kunnen regelen, blijft een interessante vraag.