CDA, VVD en PvdA komen uit op tekort

De programma's van PvdA, CDA en VVD leiden, in tegenstelling tot wat de drie partijen zelf beweren, tot een tekort op de begroting voor de komende kabinetsperiode.

Dat blijkt uit een vertrouwelijke notitie van ambtenaren van het ministerie van Financiën. De PvdA komt aan het eind van de kabinetsperiode uit op een tekort van 0,8 procent van het bruto binnenlands product (3,6 miljard euro), het CDA op een tekort van 0,3 procent (1,4 miljard), en de VVD op een tekort van 0,2 procent (0,9 miljard).

In de notitie hebben ambtenaren de voorstellen van de partijen langs de financiële ,,meetlat'' gelegd om ,,een neutrale (maar globale) inschatting'' te maken van de ,,in- en uitverdieneffecten''. ,,Het beeld (...) wordt over de hele linie slechter dan door de partijen zelf is weergegeven'', aldus de notitie.

De doorrekening komt op het moment dat de drie grootste partijen elkaar ervan beschuldigen onwaarheden te debiteren over hun financiële voorstellen. Vooral de PvdA ligt onder vuur omdat VVD en CDA beweren dat partijleider Bos ,,liegt'' over de financiële consequenties van zijn programma. Volgens CDA en VVD zou de PvdA bij uitvoering van haar programma in 2007 feitelijk een tekort op de begroting hebben en derhalve geen begin kunnen maken met de aflossing van de staatsschuld. Maar uit de ambtelijke notitie blijkt dat ook CDA en VVD niet toekomen aan aflossing van de staatsschuld.

Afgelopen vrijdag daagde CDA-leider Balkenende Bos uit samen naar het Centraal Planbureau te gaan om de discussie te beslechten. Gewoonlijk rekent het CPB de verschillende plannen door, maar dit keer heeft het CPB dat niet gedaan. Het CPB liet vanmorgen weten dat ,,de voorgelegde vragen van dien aard zijn, dat een volledige programma-analyse vereist is voor een correcte beantwoording''.

De partijen permitteren zich daardoor een grotere vrijheid bij de financiële dekking van hun plannen. Zo boeken CDA en VVD een te hoog bedrag in als bezuiniging voor loonmatiging en hanteert de PvdA voor het eerst sinds jaren ineens een andere, meer flatterende definitie van het begrotingssaldo.

Uit de notitie blijkt dat ook de ambtenaren moeite hebben de voorstellen aan exacte bezuinigingsbedragen te koppelen. De ambtenaren zeggen op het gebied van loonmatiging en andere effecten zoveel mogelijk aan te sluiten bij ,,de sleutels van het CPB uit de doorrekening van de vorige verkiezingsprogramma's''.