Virtueel op bezoek bij Vermeer

Twee jaar monnikenwerk. Zo omschrijft de kunsthistoricus Kees Kaldenbach het onderzoek voor zijn internetsite over het huis van de Delftse schilder Johannes Vermeer (1632-1675). In het jaar 2000 kreeg hij het idee om een virtuele reconstructie te maken van het afgebroken huis van Vermeer in Delft. De basis hiervoor moest de inventarislijst van het huis zijn, die na een paar maanden na Vermeers dood werd opgesteld. Kaldenbach dacht binnen een paar weken klaar te zijn, maar het werd een paar jaar: pas gisteren werd in de Maria van Jessekerk, een neogotisch godshuis op de plek aan de Oude Langendijk waar eens Vermeer woonde, de internetsite www.johannesvermeer.info feestelijk geopend.

Allan Kuiper van de Technische Universiteit in Delft heeft voor de site een sobere 3D-tocht door het huis vervaardigd. Zonder de spectaculaire effecten van bijvoorbeeld dure computerspelletjes, want de Vermeersite is gemaakt zonder een cent subsidie. Wetenschap stond voorop. ,,Ik heb me beperkt tot de droge feiten'', vertelt Kaldenbach in zijn huis in Amsterdam. ,,Ik heb me zo weinig mogelijk bezondigd aan interpretatie, al ontkom je daar natuurlijk nooit helemaal aan.''

Voor de reconstructie van het huis vroeg Kaldenbach de vroegere hoogleraar restauratie-architectuur Henk Zantkuijl. ,,De maten van het grondstuk zijn gegeven; die staan op oude kaarten'', aldus Kaldenbach. ,,Samen met de vertrekken die op de inventarislijst stonden genoemd, bood dit voor Zantkuijl genoeg informatie om een reconstructie van het huis maken. Hoewel hij niet pretendeert dat het huis 100 procent zo was als hij denkt, geloof ik dat dit de best mogelijke reconstructie is. Vermeers huis bestond uit een hoog voorhuis met keukens en een laag achterhuis met een grote kamer en een zolder.''

Van elk vertrek van het huis staan de voorwerpen vermeld die zich daar volgens de inventarislijst bevonden. Doorklikken op deze voorwerpen levert een schat informatie erover op, vaak vergezeld door afbeeldingen waarvan de meeste gratis ter beschikking werden gesteld door het Rijksmuseum. Kunsthistorica Marieke de Winkel controleerde de toelichtingen over kleren en textiel. ,,Voor informatie over 17de-eeuwse kleren zijn oude poppenhuizen goed van pas gekomen'', licht Kaldenbach toe. ,,Uit de 17de eeuw is bijvoorbeeld nauwelijks ondergoed bewaard gebleven – dat gebruik je tenslotte als dweil als het oud en op is. Maar dank zij de kleding van de poppen uit de poppenhuizen weten we veel over kleding. De afgebeelde voorwerpen en kleren zijn natuurlijk niet de originele voorwerpen uit Vermeers huis. Maar het zijn wel voorwerpen die hij gehad zou kunnen hebben.''

Uit de inventarislijst blijkt dat Vermeer het in de jaren voor zijn dood niet breed had. ,,Na het rampjaar 1672 ging het bergafwaarts met Vermeers kunsthandel'', aldus Kaldenbach. ,,Een groot deel van zijn handelscollectie was uit zijn huis geplaatst in verband met schulden. Dat hij bijvoorbeeld geen mooie pronkkast had, wijst ook op een zekere armoede.'' Hoewel de inventarislijst uitputtend lijkt, ontbreken er nogal wat dingen. ,,Vermeer moet bijvoorbeeld hoeden hebben gehad, maar die staan er niet op'', zegt Kaldenbach. ,,Ook zijn schilderij De schilderkunst ontbreekt, maar dit werd wel degelijk een jaar later verkocht door de weduwe-Vermeer. Ik vermoed dat er nogal wat achterover is gedrukt na zijn dood.'' Aan deze vermiste voorwerpen heeft Kaldenborg een hoofdstuk op zijn site gewijd.

Behalve informatie over Vermeers huis en alles wat daar in stond of hing, biedt de site ook verhandelingen over onderwerpen als seks, bevallingen en vroedvrouwen in de 17de eeuw. ,,Het was een redelijk groot huis waarin Vermeer woonde'', vertelt Kaldenbach. ,,Maar hij had een vrouw en elf kinderen en zijn schoonmoeder woonde in, dus het moet er een drukte van belang zijn geweest.''

De beperkte omvang van het huis heeft Kaldenborg er ook toe gebracht de hypothese van de Britse kunsthistoricus Philip Steadman te verwerpen. In zijn boek Vermeer's Camera uit 2001 veronderstelt Steadman dat Vermeer bij het schilderen gebruik maakte van een grote camera obscura waarin hij de interieurs van zijn eigen huis vastlegde. Maar volgens Kaldenbach was Vermeers atelier eenvoudigweg te klein voor zo'n ding.

,,Ook geloof ik, anders dan Steadman, dat Vermeer geen naturalist was. Hij maakte visuele constructies'', zegt hij over een ander meningsverschil met Steadman dat op de site uiteengezet wordt. ,,Volgens Steadman schilderde Vermeer vaak de interieurs van zijn eigen huis. Maar daarvoor zijn Vermeers interieurschilderijen vaak veel te luxe. Een marmeren vloer had zijn huis bijvoorbeeld zeker niet. Vermeer is een ongrijpbare schilder die zich nauwelijks laat analyseren. Hoe meer je over hem te weten komt, hoe raadselachtiger hij wordt.''