Verpleegkundigen delen nood in kleuren in

Om artsen te ontlasten nemen anderen taken over, al is dat wettelijk verboden. Op de spoedeisende hulp van MC Haaglanden mogen verpleegkundigen geen diagnose stellen. Wel kleuren uitdelen.

De afdeling spoedeisende hulp van Medisch Centrum Haaglanden aan de rand van een achterstandswijk krijgt jaarlijks nauwelijks tien klachtenbrieven. Niet omdat de 41.000 patiënten geen klachten hebben, maar omdat de meesten niet goed Nederlands schrijven zegt Frans de Voeght. Hij is hoofd van de afdeling spoedeisende hulp. Het nadeel daarvan, zegt hij, is dat veel mensen zich direct verbaal aan de balie uiten.

De afdeling spoedeisende hulp in MC Haaglanden kreeg de afgelopen twee jaar 4.500 extra patiënten te verwerken, omdat veel huisartsen in de stad hun praktijk staakten. Bijna een kwart van de Hagenaren heeft nu geen arts en gaat met klachten naar de spoedeisende hulp. De Voeght en zijn mensen raakten de controle over de wachtkamer kwijt.

In de drukte selecteerde de secretaresse bijvoorbeeld welke patiënt snel geholpen moest worden en wie niet, maar eigenlijk mocht dat niet. Om opnieuw orde te brengen in de wachtkamer voerde de afdeling daarom het volgende in: een ervaren verpleegkundige maakt uit wie eerst mag. Ze geeft patiënten een kleur. Rood voor noodgevallen en via geel en groen naar blauw voor mensen die net zo goed naar de huisarts hadden kunnen gaan. Maar deze manier van selecteren is ook verboden, want een verpleegkundige mag geen diagnose stellen. ,,En je gaat geen dokter achter het loket zetten'', zegt De Voeght.

Om de Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (BIG) te omzeilen, waarin medische titels beschermd worden, neemt het ziekenhuis vanaf 1 maart een selectiesysteem uit Manchester over. Dat is te vergelijken met een aangifteformulier voor de belasting. Door linksboven te beginnen vragen over de klachten van de patiënt met ja of nee te beantwoorden, komt de verpleegkundige via de pijltjes uit bij een bepaalde kleur. De verpleegkundige stelt zo geen diagnose, maar geeft een patiënt voorrang op basis van de klachten die een patiënt heeft. Op een rood kaartje staat nu nog: CVA, een hersenbloeding. Dat is een diagnose. Straks betekent rood: de patiënt is onwel. En dat mag wel.

Triageverpleegkundige Pia van Leeuwen vraagt aan Hesja Broekhuis (30) waar ze last van heeft. Die steekt een dikke, blauwe hand naar voren. Eergisteravond bleef tijdens het indoor-skieën haar linkerduim achter de skistok steken. Collega's zeiden dat ze er beter een arts naar kon laten kijken. Hoe lang heeft ze er al last van, heeft ze eerder last van haar duim gehad, kan ze de duim bewegen, vraagt de triageverpleegkundige keurig. Als Van Leeuwen terug is aan de balie om de papieren in te vullen, zegt ze ,,blauw''. Daarvoor hoeft ze niet op haar kaartje te kijken: ,,Dat weet ik zo ook wel, vaak zijn het de bandjes.'' Officieel is de indoor-skister volgens het kaartje `een zelfverwijzer met klachten die langer dan 24 uur duren'. De verpleegkundige belt alvast om röntgenfoto's, wat eigenlijk de taak van de arts is.

Even later krijgt een Aziatische vrouw code geel: acute buikpijn. ,,Galstenen'', zegt Van Leeuwen stellig.

De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft zich goedkeurend over dit triagesysteem uitgelaten en dertig ziekenhuis willen het graag invoeren. In het tweede kwartaal van 2003 gaan twintig daarvan op proef met het schema werken.

De triageverpleegkundige doet meer dan alleen selecteren welke behandeling prioriteit heeft en daarvoor kleuren uitdelen. In een glazen hokje naast de wachtkamer geeft ze patiënten die pijn lijden alvast een pijnstiller. Of ze legt een mitella aan. Die zorg is ook om de agressie tegen te gaan. De Voeght zegt dat luisteren vaak al voldoende helpt tegen de pijn, wachtenden hebben zo in ieder geval het idee dat ze geholpen te worden. Sinds het invoeren van het kleurensysteem is de agressie inmiddels met een kwart teruggedrongen.

De kleuren staan ook voor een maximale wachttijd, die staan weergegeven op een bord. Het verplegend personeel mag niemand naar huis sturen, want die buikpijn zal maar eens een blindedarmontsteking blijken te zijn. Maar als blauw vier uur wachten betekent gaan mensen vanzelf weg.

Behalve een betere doorstroom van patiënten dekt het de verpleegkundigen ook in. Door een streng selectieschema te volgen schat iedere verpleegkundige patiënten hetzelfde in en kunnen er vrijwel geen fouten worden gemaakt. Iedereen weet dan ook duidelijk welke handelingen ze mogen verrichten onder welke omstandigheden. En als een patiënten achteraf klaagt, kan de verpleegkundige altijd verwijzen naar een objectief doorstroomschema.

Daarover wil ambulanceverpleegkundige Michel Blom wat zeggen. Om half twaalf brengt hij een man binnen die op zijn werk ineens zijn geheugen kwijt is geraakt. Tachtig procent van het ambulancepersoneel heeft rechtsbijstand, zegt Blom. Zelfs als hij in alles de protocollen volgt, stromen rekeningen binnen. Voor de kleding van een motorrijder wiens broek hij moest inknippen. Voor de lekke band van een auto die iets te enthousiast de stoep opreed toen de ambulancesirene naderde. ,,Eerst werden we overal binnengehaald als helden'', zegt Blom. ,,Nu schelden mensen dat we te laat zijn.''

Dit is het tweede artikel over hoe assistenten in de praktijk al taken van artsen overnemen.